Winkelmandje : geen artikelen
  • Over CIDI
  • Word vriend(in)
  • Steun CIDI
  • Contact
  • Weblinks
  • Agenda
  • English
CIDI Centrum Informatie en Documentatie Israel
  • Nieuws
  • Achtergrond
  • Antisemitisme
  • Dialoog
  • Educatie
  • Multimedia
  • CIDItv
  • Webshop
  • FAQ
Zoeken
  • Nieuwsberichten
  • Nieuwsbrief
  • CIDI in de media
  • Archief

Praktisch anti-extremisme; De Baarsjes

za 12-03-2005
Kopafbeelding

Bron: Vrij Nederland

MARGALITH KLEIJWEGT

Radicalisering moet worden opgespoord en uitgebannen, besloot het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes na de moord op Theo van Gogh. Moskeeen in de wijk hebben zich nu verplicht extremistisch gedrag te melden. In ruil belooft de deelraad een meldpunt islamofobie. 'Hoe vaak buschauffeurs niet doorrijden als ze meisjes met hoofddoekjes bij de bushalte zien staan!'

Sneeuw verbroedert. Een Marokkaans echtpaar, zij in een lange jas met hoofddoek, hij in een djellaba, glibbert over het Balboaplein in de Amsterdamse Baarsjes. De vrouw schuift bijna onderuit, maar wordt op het nippertje opgevangen door een voorbijganger. 'Glad,' zegt de vrouw gierend van de lach. Ze kijkt de man aan en schudt haar hoofd. 'Zo glad.'

Op de Baarsjesweg maakt een Turks jongetje een sneeuwpop samen met zijn oma. Haar handen zijn rood van de kou.

De Amsterdamse volkswijk aan de rand van de stad werd de afgelopen weken door Britse parlementsleden bezocht. De BBC maakte er een diepgravende reportage, zowel voor radio als televisie.

Twee van de drie moskeeen in De Baarsjes, de Turkse Aya Sofia en de Pakistaanse Ghousia-moskee, tekenden een contract met de samenleving. Daarmee verplichten ze zich om extremistisch gedrag van hun leden te melden aan Henk van Waveren, de stadsdeelvoorzitter. Of aan de politie.

Deze praktische aanpak van extremisme was voor de Britse omroep aanleiding om de buurt in te trekken. De verslaggevers vroegen zich af of terroristische aanslagen in Groot-Brittannie zouden kunnen worden voorkomen als de lokale overheid contracten zou afsluiten met moskeeen.

Na de moord op Theo van Gogh besloot stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren (PvdA) dat radicalisering moest worden opgespoord en uitgebannen. Eerder, in 2003, verstoorden Marokkaanse jongetjes de 4 mei-bijeenkomst met de leuze 'joden moeten we doden'. Van Waveren zorgde ervoor dat de herdenking een jaar later grondig was voorbereid en zelfs in de Turkse moskee werd gehouden.

Ook nu, na de dood van Van Gogh, had Van Waveren een praktisch idee. Moskeeen, zo vond hij, moeten beseffen dat ze medeverantwoordelijk zijn voor wat er in hun buurt gebeurt. Op een avond in november, aan het eind van de traditionele iftarmaaltijd (het breken van het vasten - MK) in de Aya Sofia-moskee, ontstond het plan om sommige afspraken schriftelijk vast te leggen. Daar zou ook wat tegenover staan. Van Waveren beloofde dat hij moskeebesturen waar nodig zou steunen. Bovendien zou hij ervoor zorgen dat het felbegeerde meldpunt islamofobie er zou komen. Ook mensen die slecht Nederlands spreken, zouden daar terecht kunnen.

Daarnaast spoorde Van Waveren de scholen in zijn buurt aan om tot een overeenkomst met de ouders te komen, want de betrokkenheid van ouders kan en moet beter, vindt hij. De openbare scholen verklaarden zich alle vijf bereid om afspraken te maken met 'hun' ouders. De christelijke scholen willen ieder afzonderlijk wel praten over afspraken met ouders. Maar, zegt Jan Bakker, directeur van de Sint Janschool: 'Ouders die hun kind verwaarlozen, spreek ik nu ook al aan. Ik zie niet in wat een contract daar aan zou veranderen.'

Alleen het standpunt van de islamitische As Siddiq-school is onduidelijk. De ene woordvoeder verwijst door naar de andere en de telefonist wil niet doorverbinden naar de directeur.

In de kamer van stadsdeelwethouder van integratie Henk Boes (CDA) wordt over een uitvloeisel van het contract met de moskeeen vergaderd, het protocol. Op de tafel staat een doos Max Havelaar-theezakjes, aan de muur hangen stichtelijke anti-racismeposters.

De afgevaardigde van de Pakistaanse moskee kan er vanmiddag niet bij zijn en de Marokkaanse moskee Nour is zonder opgaaf van redenen uit het overleg gestapt. Tenminste, ze verschijnen niet meer op vergaderingen terwijl de deelraad wel uitnodigingen blijft versturen. Het bestuur van Nour was verdeeld over de plannen van de deelraad. De voorstanders werden met onmiddellijke ingang uit het bestuur gezet. 'Geeft niet,' zegt een ambtenaar van De Baarsjes. 'Op den duur doen ze wel mee.'

Ahmed Marcouch, voorzitter van de UMMON Amsterdam, een koepel van Marokkaanse moskeeen, zegt desgevraagd de reserve van Nour wel te begrijpen. Hij waarschuwt voor het gevaar dat op de loer ligt als mensen elkaar in de gaten gaan houden. 'De moskee moet een baken van rust en spiritualiteit zijn,' zegt Marcouch. Moskee Nour is moeilijk te bereiken. Marcouch bemiddelt, maar de voorzitter van moskee Nour wil niets zeggen. Hij verwijst naar de woordvoerder, maar ook die kan het verlossende woord niet spreken. 'Ik zit net in het bestuur en moet de papieren nog doorlezen.'

Fatih Dag, de eenendertigjarige nieuwe voorzitter van de moskeevereniging Milli Gorus, is wel aanwezig bij de vergadering op het stadsdeelkantoor. De jonge zakenman - hij is directeur van Interintact, een uitzendbureau voor bouwvakkers - slaakt een diepe zucht. De verplichtingen die het voorzitterschap met zich meebrengen, vallen hem zwaar. 'Ik heb te weinig tijd voor mijn zaak.'

Het concept-protocol wordt vanmiddag punt voor punt doorgenomen.

Fatih Dag wil even stilstaan bij punt drie, de eis dat moskeegangers lid moeten zijn van de moskeevereniging zodat ze altijd te traceren zijn.

'Daar zit ik mee,' zegt Fatih Dag. 'Niet iedereen die hier komt bidden, betaalt contributie. We kunnen niet iedereen traceren!'

Milli Gorus Amsterdam telt zeshonderd leden, vertelt hij. Driehonderdvijftig mannen betalen regelmatig contributie, maar er zitten ook illegalen tussen de moskeegangers. En wat doe je daar mee?

'Stel, iemand komt bij ons bidden,' vervolgt Dag. 'En hij is geen lid, maar hij zaait wel haat. Hoe handel je dan volgens het protocol?'

De aanwezigen zien zijn punt. Maar zo iemand kan natuurlijk wel worden aangesproken.

Dag wil ook nog even aandacht voor punt 5.5, waarin staat dat van de moskee wordt verwacht dat iemand met aanhoudend extremistisch gedrag bij de politie zal worden aangegeven.

Het woord politie moet eruit.

Wethouder Boes knikt begrijpend. 'Laten we eens kijken,' probeert hij. 'Stel, er zijn jongens die almaar in de moskee zitten. Ze radicaliseren en zijn niet meer vatbaar voor de gematigde woorden van een imam. Wat doe je dan? Hoe handel je als je ziet dat die jongens helemaal doorslaan?'

Fatih Dag: 'Dan trekken we onze handen van ze af en sturen we ze door naar het bevoegd gezag.'

Een mooie term, vindt iedereen. Politie wordt veranderd in bevoegd gezag.

De imam moet volgens het protocol niet alleen Nederlands spreken, de manier waarop hij is gekleed, moet ook aansluiten bij de jongere moskeegangers. Die eis vindt Fatih Dag niet reeel. 'Julie weten dat sommige imams het land worden binnen gevlogen. Dan is het afwachten wie er komt. Hoe kun je dan van te voren weten wat zo'n man draagt?'

Gijs van der Fuhr van het ACB (Amsterdams Centrum Buitenlanders) vindt het uiterlijk van de imam geen belangrijk punt. Lange baarden zeggen volgens hem nog niet dat iemand extremistische taal uitslaat.

'We hebben ook geen regels voor leden van de biljartclub die roepen dat alle kankermoslims het land uitmoeten,' merkt hij fijntjes op.

De grote moskeekoepels hebben regelmatig contact met de AIVD, oppert een van de aanwezigen. Op die manier worden moskeegangers ook in de gaten gehouden.

'Weet ik niet,' zegt wethouder Boes afwerend. 'Daar ga ik niet over.' Sommige moskeeen worden gewoon gekaapt door mensen met verkeerde ideeen, vervolgt hij peinzend. Hij doelt op de beruchte El Tawheed-moskee in een belendend stadsdeel, waar de nietsvermoedende moskeeganger een paar jaar geleden plotseling extreme preken te horen kreeg. 'Wat kun je daar tegen doen? Ik zou ook niet willen dat een dominee in mijn kerk plotseling roept dat alle homo's van het dak moeten worden gegooid.'

De volgende ochtend ploeteren Henk Boes, zijn beleidsadviseur Sinem Sisli en Fatih Dag door de sneeuw naar de Pakistaanse moskee. Die eigenlijk te klein is, zeggen de Pakistaanse gastheren. Ze kijken Henk Boes doordringend aan. 'We hebben een grotere moskee nodig, dan kunnen onze vrouwen ook komen bidden.' Twee lange tafels staan tegen elkaar geschoven, er ligt een wit papieren kleed overheen. Op tafel staan een fles spa, een liter cola light en fanta.

'Is er koffie?' vraagt Hadassa Hirschfeld, adjunct-directeur van het Cidi (Centrum voor Informatie en Documentatie Israel), hoopvol. Nee, maar er is wel thee.

Hirschfeld komt adviseren over het op te richten meldpunt islamofobie. Haar ervaring met het meldpunt anti-semitisme kan van grote waarde zijn. Fatih Dag ziet veel in een eigen meldpunt. 'Een lage drempel is belangrijk.'

Hirschfeld benadrukt het belang van zorgvuldige registratie. Als iemand duizend mails verstuurt, wat doe je dan? Registreer je dat als een melding? Of als duizend? Vaak gaat het om scheldpartijen, zegt Hirschfeld. 'Mensen die rotjood zeggen, of kankerjood roepen.'

'Bellen ze daarvoor?' vraagt Fatih Dag oprecht verbaasd. 'Wij worden iedere dag voor vuile moslim uitgemaakt!' De bebaarde Pakistaanse mannen knikken instemmend.

U krijgt waarschijnlijk veel e-mails, doceert Hirschfeld verder. Daar staat vast in dat u uit Nederland moet oprotten. Als dat wordt beaamd, zegt Hirschfeld: 'Goed, dan vertrekken we gezellig samen uit Nederland. Wij begrijpen allemaal wat discriminatie is.'

Fatih Dag vindt het cruciaal dat bij het op te richten meldpunt straks een moslim de telefoon beantwoordt. 'Wat me het meest pijn doet,' zegt hij, 'zijn de verhalen die ik van meisjes met hoofddoekjes hoor. Hoe vaak buschauffeurs niet doorrijden als ze ze bij de bushalte zien staan!'

Hirschfeld wijst erop dat je altijd naar de politie kunt gaan. Het Cidi doet dat ook. 'Op dit moment zijn er pamfletten in omloop met: Stop de joodse dictatuur. Dat melden wij bij de officier van justitie.'

Dag kijkt haar ongelovig aan. 'Wordt er naar u geluisterd, mevrouw Hadassa? Nemen ze u serieus?'

Later in de auto peinst Fatih Dag hardop, terwijl hij over de gladde trambanen manoeuvreert. 'Eigenlijk heeft mevrouw Haddasa gelijk. Het is verkeerd dat we eraan gewend zijn geraakt om te worden uitgescholden.'

Vorige paginaTerug Print

Zoeken in nieuwsarchief


van
tot
CIDI Postbus 11646 2502 AP Den Haag | T: 070-364 68 62 | F: 070-365 33 72 | E: | Giro 32.19.484 | Bank 465781810