Drie Israelische burgemeesters op uitnodiging CIDI in Nederland
vr 03-12-2010De VNG weigerde in september een ontmoeting met een Israëlische delegatie waar zes burgemeesters van Joodse nederzettingen deel van uitmaakten. Het CIDI nodigde deze week alsnog drie burgemeesters uit: de Arabische burgemeester Samir Darwish, burgemeester Pini Dabash van Omer in de Negev-woestijn en Avi Naim, burgemeester van de Joodse nederzetting Beit Arye-Ofarim op de Westelijke Jordaanoever.
Het Nederlands Dagblad interviewde twee van de burgemeesters. Novum maakte een korte reportage over het bezoek van de bestuursambtenaars aan de Tweede Kamer.
‘Weigeren jullie straks ook burgemeester van Jeruzalem?’
DEN HAAG - Drie Israëlische burgemeesters zijn op bezoek in Nederland. De media verdraaien het beeld van het leven in een Joodse kolonie, vinden zij.
Liever spreekt Avi Naim van Judea en Samaria dan van Westbank. De burgemeester van de Joodse gemeenschap Beit Arye-Ofarim op de Westelijke Jordaanoever beschouwt zich niet als kolonist in eigen land. 'Mijn gemeente ligt aan de westzijde van de afscheidingsmuur. In Israël. Op een strategische locatie, die Israël nooit zal opgeven.'
Nog steeds is hij, net als zijn collega's Pini Badash van het woestijnstadje Omer en de Palestijnse burgemeester Samir Darwish, verontwaardigd over de behandeling door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). 'Met een smoes heeft de VNG de Israëlische burgemeestersdelegatie in september geweerd. En ook deze week kregen we geen logisch antwoord. De VNG zou de Europese lijn volgen; terwijl Denemarken ons wel ontvangt. We zijn in veel landen geweest, maar dit is ons nog nooit overkomen.'
Wat is de volgende stap, vraagt Naim zich dan ook af. 'Wil men hier geen Joden meer? Mag de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, die in een kolonie woont, nog komen? Weigert de VNG straks ook de burgemeester van Jeruzalem?'
Het Palestina Komitee heeft scherpe kritiek geleverd op uw komst deze week en op uw gastheer het CIDI. Het verwijt u mee te werken aan de kolonisering van Palestijns land, aan verplaatsing van Joodse burgers naar hun grond en verandering van bezet landschap. Dat is tegen de Geneefse Conventies. Wat vindt u van die kritiek?
Naim: 'Het comité kent de realiteit van mijn gemeente niet. Wij hebben een uitstekende band met onze Palestijnse buren. Vorige week nog was er een schietpartij en brand in een Palestijns huis. Ik kreeg vlak voor sabbat een telefoontje om hulp. We zijn ernaar toegegaan, hebben de kinderen uit het vuur gered en de brand geblust. Joden inwoners doen boodschappen in het Palestijnse buurdorp en Palestijnse burgers wandelen in Beit Arye. We leiden een kalm en vredig bestaan.'
Zouden Joodse inwoners niet willen leven onder Palestijns bestuur?
'Ik wil niet spreken in de trant van 'zouden we'. Ik wil ook niet praten over wel of geen Palestijnse staat, want er zijn veel meer opties. Bijvoorbeeld samenleven in kantons (naar Zwitsers voorbeeld) of nadenken over een Palestijnse federatie met Jordanië. Israël wil niemand overheersen. Maar vergeet waarom de muur nodig was: omdat we onze kinderen willen beschermen tegen bomaanslagen op bussen, tegen sluipschutters.'
Te gemakkelijk schuiven de media de Palestijnen op één hoop, valt burgemeester Badash zijn collega bij. 'De door Hamas geradicaliseerde Gaza-bevolking is totaal anders dan die op de Westelijke Jordaanoever. Wie in Ramallah - de grootste Palestijnse stad op de Westoever - komt, waant zich in een westerse stad als Amsterdam. Dan zijn er ook nog anderhalf miljoen Israëlische Arabieren: die weigeren nota bene Palestijnen uit Gazastrook of Westbank op te nemen. Ze bevechten elkaar, zelfs met schietpartijen.'
Voelen uw inwoners zich niet bedreigd?
'Bang ben ik niet', zegt Naim, die als majoor in het Israëlische leger heeft gediend. 'Natuurlijk gebeurt er wel eens wat: auto's worden soms met stenen bekogeld, gooit iemand een molotovcocktail cocktail of zijn er blokkades opgeworpen op de hoofdweg. Maar Palestijnen zijn altijd welkom in Beit Arye. Angst is niet nodig als je bereid bent voor je principes te staan. Wil je een menselijke relatie met elkaar, ga dan eerst zitten en luister naar elkaar. Dat is een lang proces; oplossingen binnen enkele maanden, zoals de Amerikaanse president Obama wil, werken niet. Bovendien zullen we niet de veiligheid van de staat Israël op het spel zetten.'
Vindt uw Palestijnse collega Samir Darwish, die met u is meegereisd, maar vandaag in Amsterdam is, dat ook?
'Zeker. Hij is een etnische Palestijn, maar als je hem vraagt waar hij wil wonen dan is dat in Israël. Diep in hun hart weten veel Palestijnen dat Israël de enige vrije democratie is in het Midden-Oosten.
Voor Joden is leven in een islamitisch land bijna onmogelijk. Onze buurlanden onderdrukken de Joodse minderheid en behandelt hen als tweederangs burgers. In Gaza laat Hamas iedere morgen horen dat de staat Israël vernietigd moet worden. Nog wekelijks, gelukkig niet meer dagelijks, komen er raketten neer in het zuiden van Israël. Terwijl Arabische Israëliërs in ons land in vrijheid kunnen leven.'
Op dit moment wordt er grote druk op Israël uitgeoefend om de bouwstop op Joodse nederzettingen te verlengen en daarmee de vredesbesprekingen voorlopig te redden. Hebt u zich gehouden aan de tien maanden durende bouwstop?
'Ja, al hoop ik dat premier Netanyahu nooit weer een bevriezing van woningbouw afkondigt. We hebben tegen de bouwstop geprotesteerd, omdat het veel jonge mensen in Beit Arye een huis wilden bouwen. Niettemin hebben we het besluit van de regering gerespecteerd. Na het aflopen van de bouwstop zijn we weer begonnen, met de bouw van vijftig woningen.'
Vandaag keert u terug naar Israël. Hoe kijkt u terug op uw verblijf in Nederland?
Erg positief, zegt zowel Naim als Badash. 'Nederlanders zien ons als vrienden', is de ervaring van Badash. 'We hebben overal een warme ontvangst gekregen en de contacten waren nuttig en leerzaam', stelt Naim. 'Als je in een gesprek werkelijk naar elkaar luistert, dan krijg je een heel ander beeld van Israël dan veel media en de moslimgemeenschap voorspiegelen.'

Terug 




