25 docenten naar Yad Vashem voor Shoa lessen
“Een uniek moment in mijn leven als geschiedenisdocent”, zo noemde Kristel, 25 en docente Havo-VWO in Oss, het CIDI seminar Lesgeven over de Sjoa en WO2 aan de Yad Vashem internationale school voor Holocaustonderwijs. 8 januari keerde zij met 24 collega’s terug uit Jeruzalem na een intensief 12-daags programma.
Uitgangspunt was dat het onderwijs Joden niet moet definiëren als slachtoffer. Naast colleges om hun feitenkennis te vergroten, volgden de docenten workshops waarin het menselijke verhaal over Joods leven voor, in en na de oorlog centraal staat. De meeste deelnemende docenten waren tussen 25 en 35 jaar. Het programma gaf inhoudelijke en didactische eye openers, zeiden alle deelnemers.
Resultaten “Ik heb een hoofd vol ideeën”, zegt Marieke, 31 en docente Mavo-Havo. “De mooie verhalen die je hoort en ziet en de ontmoeting met overlevenden, dat doet heel veel met je. Ik ga daar zeker iets mee doen.” “Mijn uitleg moet anders”, zegt Uddhava (29). “Je geeft een te homogeen beeld als je praat over ‘de’ Joden. Zo was het voor mij nieuw dat Duitse Joden zich voor de oorlog vooral heel erg Duits voelden – heel wrang dat zij als goede Duitsers werden weggezet. De werkvormen die ik hier zag zijn leuk en ook toepasbaar voor andere onderwerpen.” Hielke is verbaasd ‘dat je ook hoort over daders en ziet dat het gewone mensen waren’.
ISRAEL NIEUWSBRIEF27e jaargang - nummer 1 InhoudCommentaar Artikelen
|
In hun vrije uren maakten de docenten kennis met Israel. “Mijn leerlingen waren supernieuwsgierig toen zij hoorden dat ik naar Israel ging”, zegt Kristel. “Wij weten eigenlijk erg weinig over Israel, wat voor land het is en hoe bijzonder dat het pas sinds 1948 bestaat.” Overigens waren niet ieders leerlingen zo positief over Israel. Ook een enkele docente (Meike, 25) vond het “choquerend dat Israeli’s hun identiteit nog steeds ophangen aan zo’n gebeurtenis: “wij in Nederland zijn gericht op de toekomst”. Martien vond het “verwarrend dat er hier op wordt gehamerd dat je niet kan vergelijken. Ik wil Holocaustonderwijs gebruiken om te waarschuwen, dan moet je juist vergelijken.”
Yad Vashem benadrukt het onderscheid tussen vergelijken en gelijkstellen - zeggen dat de Holocaust hetzelfde is als andere gebeurtenissen. “In geschiedenisonderwijs is het legitiem om te vergelijken. Er is veel te leren uit de Holocaust en de Holocaust vergelijken met andere gebeurtenissen hoeft geen vals beeld te geven. Maar hij is niet gelijk te stellen aan iets anders.”
Ambassadeur
Dit laatste vond ook Z.E. Casper Veldkamp, de Nederlandse ambassadeur in Israel, die de evaluatiebijeenkomst van het seminar bijwoonde. Hij werkte eerder in Polen. “Ik zag daar de kampen en de schaal daarvan: dat gelijkstellen aan andere gebeurtenissen doet geen recht aan Holocaust”, aldus Veldkamp. Het onderwerp heeft zijn persoonlijke belangstelling: zijn vader, niet Joods overigens, zat in WO2 ook in een kamp. Over Israel zei de nieuwe ambassadeur: “Wat je ook denkt over politiek, Israel is een nationaal tehuis voor Joden en dat moet veilig zijn. Dat is ons uitgangspunt. Wij bekijken dit land voortdurend door het prisma van het conflict, maar de maatschappij is veel ingewikkelder.” Veldkamp benadrukt dat de Nederlandse regering groot belang hecht aan onderwijs over de Sjoa en WO2, en nadenkt over de wijze van herdenken daarvan. Hij vroeg daarom aan de docenten: “Moet er een speciale dag of instituut komen over de Holocaust, is het herdenken nu te algemeen?” CIDI voegde hier een vraag aan toe. De Nederlandse staat draagt niets bij aan de kosten van dit seminar. In ambtelijke wandelgangen heet het vaak dat het niet nodig is om naar Israel te gaan om te leren lesgeven over WO2 en de Holocaust: dat zou net zo goed in Nederland kunnen. Wat vinden de docenten?
Matthijs: “Alleen hier kan je leren hoe groot de indruk is die dat stuk geschiedenis maakte op de maatschappij. Ik heb bij Yad Vashem veel geleerd. De ontmoeting met overlevenden was heel indrukwekkend, maar ook de mogelijkheid om ideeën over Holocausteducatie te delen met collega’s uit Nederland en allerlei andere landen is uniek.” Marieke: “Natuurlijk horen we ook in Nederland wel dat ‘de’ Joden verschillende achtergronden en opvattingen hebben, maar hier zie je dat als je rondloopt. Wij kunnen een film laten zien over de Holocaust en getuigenissen horen, maar alleen hier voel je het.”
Ger Jan “had echt veel over het onderwerp gelezen, maar bijna elk college bracht iets nieuws. Ik heb ook veel geleerd over Israel. Ik was verbaasd dat we zoveel konden doen en zien. Dat gaf mij een beetje inzicht in deze ingewikkelde maatschappij, die veel ingewikkelder is dan wij in Nederland denken. Wij hebben in Nederland niets dat op Yad Vashem lijkt - niet over de Holocaust of enig ander onderwerp uit de geschiedenis. Ik zag al die groepen jongeren en soldaten die bij Yad Vashem een hele dag komen leren over hun geschiedenis: zoiets ontbreekt bij ons.” Matthijs: “In veel van onze musea is wel iets te vinden over de Tweede Wereldoorlog, maar wat ontbreekt is één groot museum over die geschiedenis. En een studiecentrum zoals hier. Zo’n mooie plek met herinnering, en documenten, en onderwijsfaciliteiten, zoiets hebben wij niet in Nederland.
Cor, die lesgeeft aan groepen jongeren in conflictsituaties: “Wij hebben echt nieuwe dingen geleerd, niet alleen van Yad Vashem maar ook van elkaar. Al deze docenten hebben verschillende opvattingen en leeftijden – de meeste zijn twintigers, ik ben 63. De methode, praten over leven voor, in en na de oorlog, is heel goed. Ik ga dat zeker doen als ik binnenkort in Litouwen leraren les ga geven over antisemitisme. Maar ik heb ook ideeën gekregen voor het praten over Armeense genocide: hoe dat voorzichtig te doen, voorzichtiger dan ik dacht dat het moet.”

Terug