Concert naziband afgeblazen na interventie CIDI

Op zaterdag 22 november zou de neonazistische Kroatische zanger Marko Perkovic (artiestennaam ‘Thompson’, naar het machinegeweer) met zijn band optreden in het voormalige NDSM-complex in Amsterdam-Noord. Pas twee dagen voor het evenement zou plaatsvinden werd CIDI daarop geattendeerd, waarna onmiddellijk de zaalverhuurder, de Stichting Kynetisch Noord, over de ideologische opvattingen van de in Kroatië zeer populaire zanger werd ingelicht.

Ook kondigden CIDI, het Landelijk Steunpunt voor Sinti en verschillende Servische groeperingen in Nederland een protestdemonstratie aan. Daarop werd het concert op het laatste moment door Kynetisch Noord afgelast. Honderden Kroaten uit Nederland en de omringende landen kwamen bijgevolg voor niets naar Amsterdam.  

De organisatoren probeerden toen voor de zondag een alternatief en kleinschaliger optreden in zaal Doelarie te Rotterdam te organiseren. Daarop alarmeerden CIDI en de Rotterdamse antidiscriminatieorganisatie RADAR de verhuurder van Doelarie en burgemeester Ivo Opstelten. Opstelten koos voor een compromis: de band mocht optreden, maar Perkovic niet. Toen de zanger dat toch probeerde, werd hij door de politie van het podium getrokken en uit de zaal verwijderd.

Perkovic is een extreme nationalist, die openlijk sympathiseert met de ideologie van de nazistische Ustasha-beweging, die in 1929 in Kroatië werd opgericht. Omgekeerd heeft de nog steeds bestaande Ustasha-beweging, die ijvert voor een etnisch zuiver Kroatië, Thompson aangenomen als belangrijkste culturele propagandist.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Ustasha in Kroatië absolute macht. De leider ervan, Ante Pavelic, werd gesteund door Hitler en kreeg van hem de vrije hand. De Ustasha-milities (met als beruchtste het Zwarte Legioen – Crna Legija) zijn verantwoordelijk voor de genocide op meer dan een half miljoen Serviërs, 30.000 Joden en 29.000 Sinti en Roma. Een belangrijk deel van de genocide werd uitgevoerd, door Ustashaleden, in het concentratiekamp Jasenovac. Voorts werden er in de Kroatische woongebieden van de genoemde minderheden bloedige pogroms aangericht. De door de Ustasha’s gepleegde wreedheden schokten zelfs Duitse generaals in het gebied.

De Ustasha-beweging werd nooit opgeheven, tot in de jaren zeventig werden er door Ustasha-aanhangers zelfs aanslagen gepleegd en in de recente burgeroorlog richtten Ustasha-strijdgroepen slachtingen aan onder in Kroatië woonachtige Serviërs. In het huidige Kroatië zijn de symbolen van de beweging, zoals broches en kettingen met het Ustasha-logo overal verkrijgbaar.

De verschillende web sites van de Ustasha-beweging verheerlijken het bloedige verleden, alsmede de leiders, waaronder Ante Pavelic en (massamoordenaars) Francetic en Bodan. Op de sites werd prominent verwezen naar die van Thompson en tot vorige week ook naar het geplande concert in Amsterdam.

Thompson begint zijn optredens altijd met de strijdkreet van de Ustasha’s: ‘Za dom Spremni’’ (‘Voor huis en haard bereid’) Tijdens de concerten worden Ustasha -parafernalia verkocht, zoals broches en kettingen met het Ustasha-symbool (de U) en zwarte mutsen en T-shirts met portretten van leiders van het tijdens de Tweede Wereldoorlog in Kroatië heersende Ustasha-regime. De zanger geeft een eigen tijdschrift uit (‘Thompson’), gevuld met oorlogspropaganda en foto’s van hemzelf: Thompson dreigend met een Thompson, met andere soorten vuurwapens, en met een embleem van de Ustasha-beweging. Met haat, gewelddadige afbeeldingen en extreem-nationalistische associaties, heeft Perkovic een heldencultus rond zijn persoon opgebouwd.

Afgelopen februari, toen Kroatië een handbaltoernooi had gewonnen, bracht een feestende menigte met Thompson de hitlergroet en schreeuwde de zanger zelf de Ustasha-strijdkreet. In augustus vorig jaar organiseerde Thompson in de stad Slavanski Brod een concert ter ere van de Ustasha en op 15 september van dat jaar zou volgens berichten in de media de zanger de hitlergroet gebracht hebben tijdens een door hem gegeven concert in het voetbalstadion van Hajduk Split.

Over het gebruik van nazi-symbolen in de Thompsoncultus schreef de Kroatische krant Vjesnik op 3 september vorig jaar: “De symboliek is welbekend: de Ustasha-symbolen, het Ustasha-lied en hun kledingcode. Het enige dat zij steeds fout blijven doen is de groet. Want zij gebruiken de nazi-groet in plaats van de Ustasha-groet.”

De afgelasting van het concert in Amsterdam en de gebeurtenissen van de dag daarop in Rotterdam hebben geleid tot boze reacties van de Kroatische gemeenschap in Nederland, niet alleen van geestverwanten van Perkovic, maar ook van Kroaten die zich niet bewust waren van de in Nederland levende gevoeligheden met betrekking tot het neonazistische gedachtengoed. Uit de tientallen reacties naar CIDI bleek ook dat veel fans van Perkovic zich van geen kwaad bewust waren, maar uitsluitend en alleen maar een avondje uit wilden in een gezellige Kroatische sfeer.

Perkovic zelf reageerde met een klassieke antisemitische opmerking in de Kroatische krant Jutarni List: “Het is allemaal de schuld van de Joden. Ik heb niets tegen hen en ik heb niets tegen ze gedaan. Ik weet dat Jezus Christus ook niets tegen hen gedaan heeft maar dat zij hem toch aan het kruis hebben gehangen. Dus wat kan ik als gewone kleine man verwachten?” De Joodse gemeenschap in Zagreb reageerde geschokt en riep op tot een verbod van Thompson-concerten in Kroatië zelf. Uit hun persbericht: “Wij willen er aan herinneren dat Jezus door de Romeinen is gekruisigd en niet door de Joden. (…) Het grootste deel van zijn publiek gaat gekleed in zwarte shirts met de opdruk Crna Legija, zij gaan gekleed in mutsen met de opdruk U (van Ustasha), zij groeten met Sieg Heil en zij dragen spandoeken met anti-Servische en anti-Joodse leuzen.”

Naar aanleiding van Thompsons opmerking schreef de Kroatische krant Novi List: “Dus het probleem is niet de Ustasha-nostalgie op Thompsons concerten; het probleem zijn de Joden. Door zichzelf te rechtvaardigen heeft het legioen van Thompson op zijn minst bewezen dat hun tegenstanders in Amsterdam en Rotterdam gelijk hadden.”

Afgelopen vrijdag heeft CIDI in een openhartig gesprek met de daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de Kroatische gemeenschap in Nederland, de heer C. Paic, benadrukt dat het beslist niet de bedoeling van CIDI is geweest de Kroatische gemeenschap te treffen, maar dat de opvattingen en uitingen van Perkovic niettemin abject en grievend zijn en dat daarom ook eventuele toekomstige optredens in Nederland zullen worden tegengewerkt.