| |
31 oktober 1995
Het geheime plan van Yossi Beilin en Mahmoud Abbas voor de verdeling van
Jeruzalem
(...)
De Regering van de Staat Israel en de Palestijnse Bevrijdingsbeweging (hierna
te noemen ‘de PLO’), de vertegenwoordiger van het Palestijnse
volk;
In het kader van het Midden-Oosten vredesproces dat in oktober 1991 in Madrid
is begonnen;
Strevend naar het tot stand brengen van een rechtvaardige, duurzame en uitgebreide
vrede in het Midden-Oosten, gebaseerd op de implementatie van alle aspecten
van Resoluties 242 en 338 van de VN-Veiligheidsraad;
Hun gebondenheid herbevestigend aan de verplichtingen welke zijn omschreven
in de Beginselverklaring (hierna te noemen ‘de BG’), ondertekend
in Washington, D.C., op 13 september 1993, de Cairo Overeenkomst van 4 mei
1994 en de Interim Overeenkomst van 28 september 1995;
Hun vastbeslotenheid herbevestigend om te leven in vreedzame coëxistentie,
wederzijdse waardigheid en veiligheid;
Ieder(e) overeenkomst, verklaring, document of uitspraak die tegenstrijdig
is met deze raamwerkovereenkomst van nul en generlei waarde verklarend;
Het als wenselijk beschouwend dat zo spoedig mogelijk een volledige overeenstemming
over alle openstaande kwesties wordt bereikt, maar niet later dan 5 mei 1999,
conform is bepaald in de BG;
Komen hierbij het volgende Raamwerk overeen voor een Finale Status Overeenkomst[1]:
(…)
Artikel IV Jeruzalem
1. Jeruzalem zal een open en ongedeelde stad blijven, met vrije en ongehinderde
toegang voor mensen van alle geloofsovertuigingen en nationaliteiten.
2. De Partijen komen verder overeen dat niet later dan [op] 5 mei 1999 een
herformatie zal worden ingevoerd van het huidige Gemeentelijke Systeem van
Jeruzalem en van de [stads]grenzen, welke niet opnieuw bij wet of anderszins
zullen worden gewijzigd, behoudens met wederzijdse overeenstemming, [in de
periode] voorafgaand aan de implementatie van de voorwaarden van paragraaf
9 beneden. Onder deze herformatie zullen de huidige gemeentelijke grenzen
van Jeruzalem worden uitgebreid en de stadsgrenzen van “de Stad Jeruzalem” vormen,
daarbij inbegrepen [de dorpen] Abu Dis, Eyzariya, ar-Ram, Az-zaim, Ma’aleh
Adumim, Givat Ze’ev, Givon, alsmede aangrenzende gebieden volgens de
bijgaande kaarten.
3. Binnen de “Stad Jeruzalem” zullen door Israeli’s bewoonde
wijken worden gedefinieerd als “Israelische districten”, en door
Palestijnen bewoonde wijken zullen worden gedefinieerd als “Palestijnse
districten”. De exacte grenzen van de “Stad Jeruzalem” en
van de Israelische en Palestijnse districten zijn geschetst en omschreven
in Annex Drie bij de Finale Status Overeenkomst en de bijgevoegde kaarten.
Het aantal van de Israelische districten en Palestijnse districten zal de
huidige demografische balans van 2:1 weerspiegelen. Deze verhouding zal worden
aangepast overeenkomstig de modaliteiten, criteria en het tijdschema zoals
dat die zijn vermeld in Annex Drie van deze Finale Status Overeenkomst.
4. De Partijen komen overeen dat zij een Gemeentebestuur voor de “Stad
Jeruzalem” zullen handhaven, in de vorm van een Gezamenlijke Hogere
Gemeenteraad, gevormd door vertegenwoordigers van de districten. Deze vertegenwoordigers
zullen de Burgemeester van de “Stad Jeruzalem” kiezen. In alle
zaken aangaande de zich onder Palestijnse soevereiniteit bevindende gebieden
van de “Stad Jeruzalem” zal de Gezamenlijke Hogere Gemeenteraad
toestemming vragen aan de Regering van Palestina. In alle zaken aangaande
de zich onder Israelische soevereiniteit bevindende gebieden van de “Stad
Jeruzalem” zal de Gezamenlijke Hogere Gemeenteraad toestemming vragen
aan de Regering van Israel.
5. De “Stad Jeruzalem” zal bestaan uit de Gezamenlijke Hogere
Gemeenteraad, twee deelraden – een Israelische deelraad, gekozen door
de inwoners van de Israelische districten, en een Palestijnse deelraad, gekozen
door de inwoners van de Palestijnse districten – alsmede een Gezamenlijke
Pariteit Commissie voor het gebied van de Oude Stad, zoals hieronder staat
omschreven in paragraaf 12.
6. De Partijen komen verder overeen dat het gemeentebestuur van de “Stad
Jeruzalem”:
a. Uitgebreide lokale bevoegdheden zal delegeren aan de deelraden, waaronder
het recht op directe belastingheffing, lokale diensten, een onafhankelijk
onderwijssysteem, gescheiden religieuze autoriteiten, en op het gebied van
huisvestings- en bestemmingsplannen, zoals gedetailleerd staat omschreven
in Annex Drie bij de Finale Status Overeenkomst.
b. Een Overkoepelend Plan met een looptijd van 25 jaar voor de “Stad
Jeruzalem” zal ontwikkelen, met afgesproken modaliteiten voor een evenwichtige
implementatie, waaronder waarborgen voor de belangen van beide gemeenschappen.
c. Er voor zal zorgdragen dat Israelische en Palestijnse burgers die binnen
de jurisdictie van de Gemeenteraad en de deelraden van de Stad Jeruzalem
woonachtig zijn, kunnen stemmen en zich verkiesbaar stellen voor alle verkiesbare
functies, te omschrijven in de gemeentelijke verordeningen van Jeruzalem.
7. Binnen het kader van de “Stad Jeruzalem” erkennen beide partijen
het Westelijk deel van de stad als “Yerushalayim” en het Arabische
oostelijke deel van de stad, onder Palestijnse soevereiniteit, als “al-Quds” (zie
aangehechte kaarten).
8. Bij de uitwisseling van de ratificatiedocumenten van het [door hen gesloten]
vredesverdrag:
a. Erkent de Regering van de Staat Palestina Yerushalayim, zoals omschreven
onder Artikel VI, paragraaf 7 en Annex Drie bij de Finale Status Overeenkomst,
als de soevereine Hoofdstad van de Staat Israel.
b. Erkent de Regering van de Staat Israel al-Quds, zoals omschreven onder
Artikel VI, paragraaf 7 en Annex Drie bij de Finale Status Overeenkomst,
als de soevereine Hoofdstad van de Staat Palestina.
9. De uiteindelijke soevereiniteit over het gebied buiten Yerushalayim en
al-Quds, maar binnen de huidige gemeentegrenzen van Jeruzalem, zal zo snel
mogelijk door de partijen worden vastgesteld. Iedere partij handhaaft zijn
positie met betrekking tot de soevereine status van dit gebied. Een gezamenlijk
Israelisch-Palestijnse commissie voor de vaststelling van de finale status
van dit gebied zal niet later worden ingesteld dan op 5 mei 1999 en zal onmiddellijk
daarna met zijn beraadslagingen beginnen. Zonder vooruit te lopen op de vaststelling
van de finale status van dit gebied:
a. Zal Palestijns staatsburgerschap worden verleend aan alle Palestijnen
in dit gebied.
b. Zullen Palestijnse burgers in dit gebied in bepaalde zaken hun toevlucht
nemen tot Palestijnse wetgeving (zoals gedetailleerd is omschreven in Annex
Drie bij de Finale Status Overeenkomst).
c. De Partijen zullen vrije toegang hebben tot en vrijelijk gebruik kunnen
maken van het in dit gebied gelegen Qalandia Airport. Er zal een nieuw te
ontwerpen Palestijnse terminal worden gebouwd die gelijktijdig met de ondertekening
van het Vredesverdrag operationeel moet worden (voor de modaliteiten van
de bedrijfsvoering, zie Annex Drie bij de Finale Status Overeenkomst).
10. De Partijen erkennen de unieke spirituele en religieuze rol die Jeruzalem
speelt voor alle drie de grote monotheïstische godsdiensten. Met het
oog op de door hen gewenste bevordering van interreligieuze relaties en harmonie
tussen de drie grote religies, komen de Partijen dienovereenkomstig overeen
vrijheid van godsdienst te zullen garanderen, alsmede ongehinderde en onbeperkte
toegang tot alle Heilige Plaatsen voor leden van alle geloven en religies.
11. Erkennend dat het gebied van de Oude Stad een bijzondere status en betekenis
heeft voor de leden van de christelijke joodse en islamitische religies,
komen de partijen overeen dit gebied een speciale status te verlenen.
12. De Partijen komen voorts overeen dat:
a. De Palestijnse deelraad verantwoordelijk wordt voor de gemeentelijke aangelegenheden
van de Palestijnen die woonachtig zijn in het gebied van de Oude Stad en
voor hun plaatselijke bezittingen [onroerend goed].
b. De Israelische deelraden [sic] verantwoordelijk wordt voor de gemeentelijke
aangelegenheden van de Israelische staatsburgers die woonachtig zijn in het
gebied van de Oude Stad en voor hun plaatselijke bezittingen [onroerend goed].
c. De twee deelraden zullen een Gezamenlijke Pariteit Commissie benoemen
die handelend moet optreden bij alle kwesties die te maken hebben met de
instandhouding van het unieke karakter van het gebied van de Oude Stad (de
structuur en modaliteiten worden gedetailleerd beschreven in Annex Drie bij
de Finale Status Overeenkomst).
d. In geval van een meningsverschil tussen de twee deelraden over zaken die
verband houden met het gebied van de Oude Stad, zal de kwestie voor een besluit
worden verwezen naar de Gezamenlijke Pariteit Commissie.
13. Aan de Staat Palestina zal extra-territoriale soevereiniteit worden verleend
over de Haram al-Sharif, onder het dagelijks bestuur van de al-Quds Awqaf.
De huidige status quo betreffende het voor iedereen geldende recht van toegang
en gebed, zal worden verzekerd.
14. De Kerk van het Heilig Graf zal worden bestuurd door de Palestijnse deelraad.
De Gezamenlijke Pariteit Commissie zal de mogelijkheid onderzoeken van het
verlenen van extra-territoriale status aan de Kerk van het Heilig Graf.
(…)
Uit: ‘Framework for the Conclusion of a Final Status Agreement between
Israel and the Palestine Liberation Organization’ (ook wel bekend als
het Beilin/Abu Mazen-plan). Over het plan werd van eind 1993 tot oktober
1995 in het diepste geheim onderhandeld door de Israelische onderhandelaar
en ‘Oslo-architect’ Yossi Beilin en Arafats vertrouweling Mahmoud
Abbas (nomme de guerre: Abu Abbas). Het resultaat van de door Zweden gefaciliteerde
onderhandelingen werd uiteindelijk op 31 oktober 1995 in een document neergelegd,
waarvan de details echter lange tijd geheim bleven. Pas op 17 september 2000
werd de precieze inhoud ervan ‘gelekt’ via het Amerikaanse tijdschrift
Newsweek.
[1] Artikel I handelt over de stichting van de Palestijnse staat en haar
relaties met Israel; artikel II over de vaststelling van veilige en erkende
grenzen; artikel III over het aangaan van normale en stabiele bilaterale
betrekkingen; artikel IV over de Israelische militaire terugtrekking en de
veiligheidsafspraken; en artikel V over de Israelische nederzettingen. Artikel
VII regelt de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen, artikel VIII de instelling
van een Israelisch-Palestijnse commissie die de uitvoering van de raamwerkovereenkomst
moet bewaken; artikel IX handelt over de watervoorraden; en artikel X bevat
tijdschema’s en implementatieafspraken.
|