Winkelmandje : geen artikelen
  • Over CIDI
  • Word vriend(in)
  • Steun CIDI
  • Contact
  • Weblinks
  • Agenda
  • English
CIDI Centrum Informatie en Documentatie Israel
  • Nieuws
  • Achtergrond
  • Antisemitisme
  • Dialoog
  • Educatie
  • Multimedia
  • CIDItv
  • Webshop
  • FAQ
Zoeken

Wie is verantwoordelijk voor de eind september 2000 begonnen geweldsgolf (de ‘tweede intifada’)?

In het tumult dat het Midden-Oosten de afgelopen periode, sinds september 2000, heeft overspoeld worden soms drie simpele, maar belangrijke feiten uit het oog verloren:

  • Dat de Palestijnen met voorbedachte rade het geweld zijn begonnen;
  • Dat de Palestijnse Autoriteit een vergaand vredesaanbod van de Israelische premier Barak hebben afgewezen;
  • Dat de Palestijnse gewelddadigheden al waren begonnen, voordat Ariel Sharon, toen nog oppositieleider, de Tempelberg in Jeruzalem opging.

Volgens een onderzoek van de Israelische opiniepeiler, Dahaf op 13 mei 2002 is 63% van de Israeli’s voorstander van een Palestijnse staat in het kader van het een vredesregeling. Land in ruil voor vrede is steeds het beleid van de opeenvolgende Israelische regeringen geweest. In 1967, onmiddellijk na het in handen krijgen door Israel van de Westelijke Jordaanoever, Gazastrook, Golanhoogte en de Sinaiwoestijn verklaarde de toenmalige premier van Israel Eshkol bereid te zijn deze gebieden weer te ontruimen in ruil voor vrede. De Arabische landen en de PLO wezen dit aanbod op de topconferentie in Khartoem op 1september 1967 af.

Onderhandelingen zijn tot op heden de enige manier geweest om Israel tot het opgeven van bezet gebied te brengen. In 1979 sloten Israel en Egypte vrede, waarbij de toenmalige Likoedregering alle in 1967 op Egypte veroverde gebieden teruggaf. De Joodse nederzettingen in het noorden van de Sinaiwoestijn werden door Israel ontmanteld. In 1994 sloten Jordanië en Israel vrede, waarop Israel alle op Jordanië veroverde gebieden teruggaf en een extra hoeveelheid water cadeau deed.

Ook de op 13 september 1993 tussen de PLO en Israel gesloten Oslo akkoorden gingen uit van het - weliswaar gefaseerde - principe land in ruil voor vrede.

Terwijl de Israëli’s een groot deel van hun afspraken onder de Oslo akkoorden zijn nagekomen, met als belangrijkste de overdracht van delen van de Westbank en de Gazastrook aan de Palestijnse Autoriteit - als gevolg waarvan 97 procent van de Palestijnen zich al jaren onder het bestuur van Arafat bevond – hebben de Palestijnen vrijwel al hun verplichtingen onder de Oslo akkoorden structureel geschonden, met als belangrijkste het afzien van geweld als middel om politieke doelstellingen te verwezenlijken.

  • Tijdens de Camp David onderhandelingen van juli 2000 en de Taba onderhandelingen in januari 2001 wees Arafat het vergaande aanbod van Ehud Barak om 97% van de bezette gebieden aan de Palestijnen over te dragen, af.
    Arafat wenste 3,5 miljoen Palestijnen naar Israel te laten immigreren en nam daarmee een onverzoenlijke positie in.
  • De Amerikaanse president Bill Clinton wees Arafat aan als schuldige voor het mislukken van de onderhandelingen in Camp David.
    Arafat koos voor geweld, omdat hij dacht dat Israel dan zou toegeven aan eisen die hij niet aan de onderhandelingstafel gerealiseerd zag. Kiezen voor geweld is onder de Oslo akkoorden ten strengste verboden. Alle meningsverschillen tussen Israel en de Palestijnen dienen aan de onderhandelings-tafel te worden opgelost.
  • De Palestijnse Autoriteit begon al in de zomer van 2000 met het treffen van voorbereidingen voor het ontketenen van de geweldsgolf.
    Zij richtten een illegale paramilitaire en terroristische infrastructuur op met het doel die tegen Israel in te zetten. Jongeren werden in de zomer van 2000 getraind in het plegen van geweld in de kampen van de zogenaamde Tanziem, de jongerenorganisatie van El Fatah. Deze activiteiten sloten aan bij de opvatting van de Palestijnse bevolking in die tijd. Een opiniepeiling uit begin november 2000 van de Bir Zeit Universiteit laat zien dat 91,5 % van de Palestijnen niet in vrede gelooft, tenzij het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk wordt opgelost. 74,3% van de Palestijnen wilde niet alleen soevereiniteit over Oost-Jeruzalem, maar ook over West-Jeruzalem.
  • In september 2000 werden de Palestijnen door de Palestijnse leiders, media en moskeeën opgehitst tot het onmiddellijk aangaan van de confrontatie met Israel. Deze confrontatie was al begonnen voordat de toenmalige oppositieleider Sharon op 29 september 2000 de Tempelberg, vergezeld van honderden politiemensen, opging.
    De dag ervoor was bij een bomaanslag in Gaza een Israe-lische militair gedood. Trouwens sinds wanneer kunnen Joden niet de Tempelberg, die formeel nog steeds onder Israelische soevereiniteit is, betreden? Feit is dat het bezoek van Sharon, de toch al gespannen sfeer tussen Israeli’s en Palestijnen op scherp zette en als zodanig als provocatief is de kenschetsen.
  • De Palestijnse Autoriteit heeft grote hoeveelheden wapens (waaronder mortieren en anti-tank en anti-vliegtuigraket-ten), munitie en explosieven naar de Palestijnse gebieden gesmokkeld.
    Dit bleek o.m. tijdens de “Operatie Defensive Shield”, die het Israelische leger in Palestijns gebied op de Westelijke Jordaanoever in april 2002 uitvoerde. Bovendien worden in de Palestijnse gebieden wapens geproduceerd, zoals mortiergranaten en zogenaamde Kassam-raketten. Onder de Oslo akkoorden mogen de Palestijnen over slechts een beperkt aantal lichte handwapens en geweren beschikken.
  • De Palestijnse Autoriteit heeft - vooral op aandringen van de VS – na aanslagen weliswaar terroristen van Hamas en de Islamitische Jihad aangehouden, maar die steeds weer via het ‘draaideurprincipe’ in vrijheid gesteld, waarmee die terreur-organisaties het groene licht kregen voor nieuwe aanslagen tegen Israelische burgers.
    De verantwoordelijken voor de moord op de Israelische minister, Ze’evi, zochten tijdens de operatie Defensive Shield hun toevlucht in het belegerde hoofdkwartier van Jasser Arafat. De zes werden uiteindelijk uitgeleverd en onder Amerikaans en Engels toezicht in een gevangenis geplaatst.

Citaten

Dennis Ross over Arafat in Taba

De Amerikaanse bemiddelaar Dennis Ross over het door Arafat tijdens de onderhandelingen op 21 januari 2001 in Taba afwijzen, van nieuwe Amerikaanse ideeën voor de beëindiging van het Palestijns-Israelisch conflict. Het voorstel ging verder dan het Israelische aanbod dat in de zomer van 2000 in Camp David was gedaan.

'De ideeën werden op 23 december [2000] door de president [Clinton] gepresenteerd en zij kwamen kort gezegd op het volgende neer: Met betrekking tot grenzen zou er door de Israeli’s een annexatie zijn van 5 procent en een [grond]ruil van 2 procent. Dus de Palestijnen zouden netto 97 procent van het gebied krijgen.
Over Jeruzalem: de Arabische wijken van Oost-Jeruzalem zouden de hoofdstad van de Palestijnse staat worden.
Over de kwestie van de vluchtelingen: de vluchtelingen zouden het recht krijgen om naar hun eigen staat terug te keren, niet naar Israel. Maar er zou ook een internationaal fonds komen van 30 miljard dollar. Dat zou worden bedoeld voor compensatie, of voor de kosten van repatriëring, hervestiging, rehabilitatie.
En waar het gaat om veiligheid: in de Jordaanvallei zou er een internationale aanwezigheid komen in plaats van de Israeli’s.
Dit waren allesomvattende ideeën, zonder precedent, heel vergaand. Ze waren volgens ons een opsomming van hetgeen iedere partij zou kunnen accepteren, na duizenden uren van debat en gesprekken tussen beide partijen.
Arafat kwam op 2 januari [2001] naar het Witte Huis, sprak daar met de president en ik was daar in de Oval Office. Hij zei ja, en toen kwam hij met bedenkingen die er in feite op neer kwamen dat hij werkelijk alles afwees waar hij had moeten inleveren.
Met betrekking tot Jeruzalem was het de bedoeling dat de Israeli’s soevereiniteit over de Westmuur zouden krijgen. Dat wees hij af. Hij wees het idee over de vluchtelingen af. Hij wees de voorstellen over veiligheid af. (...)
Ik geloof er niet in dat hij [Arafat] het conflict kan beëindigen. Er stond één cruciale bepaling in deze overeenkomst, en die was: hiermee is het conflict beëindigd. Arafats hele leven is geregeerd door strijd en een zaak. Bij alles wat hij als leider van de Palestijnen heeft gedaan heeft hij altijd alle opties opengehouden, nooit een deur gesloten. Hem werd hier gevraagd: je moet de deur sluiten. Beëindiging van het conflict betekent voor hem dat hij een eind aan zichzelf maakt.’
(Interview met Amerikaanse tv-zender Fox News, 21 april 2002.)

Het zaaien van haat en het ophitsen tot geweld tegen Israel

‘Het is niet voor niets dat de Koran ons voor de haat van de Joden waarschuwt en hen bovenaan de lijst met de vijanden van de islam plaatst. Momenteel brengen de Joden de wereld tegen de moslims in het geweer en gebruiken zij alle soorten wapens. Zij plunderen de dierbaarste plaats van de moslims, na Mekka en Medina en bedreigen de plaats waarheen de moslims zich in eerste instantie tijdens het gebed wendden, en de derde heiligste stad na Mekka en Medina. Op die plaats willen zij hun tempel bouwen.
We zeggen tegen hen: “Als jullie denken dat de tijd gekomen is, dan zullen wij jullie bewijzen dat de tijd gekomen is om een eind aan jullie arrogantie te maken, en dat jullie verwoesting en puinhopen op jullie zelf zullen brengen.”
Het bezoek van generaal Sharon op 28 september brengt niet de denkbeeldige vrede dichterbij, maar het oplaaien van de haat en vijandschap.’

Uit de rechtstreeks op de Palestijnse tv uitgezonden preek die Sheik Hian Al-Adrisi op 29 september 2000 hield ten overstaan van 22.000 gelovigen in de Al Aksamoskee in Jeruzalem (geciteerd in het rapport van de Mitchell Commissie, 4 mei 2001).

Bekentenis dat de intifada was gepland

Sprekend op een symposium in Gaza, bevestigde de Palestijnse minister van Communicatie, Imad Al-Falouji, dat de Palestijnse Autoriteit meteen na de afronding van de Camp David besprekingen was begonnen met het treffen van voorbereidingen voor het [doen] uitbreken van de huidige intifada, dit op basis van instructies die door president Arafat zelf waren gegeven. De heer Falouji verklaarde voorts dat Arafat deze intifada is begonnen als een belangrijk onderdeel van het onveranderlijke Palestijnse standpunt in de onderhandelingen, en niet alleen was bedoeld als een protest tegen het bezoek van de Israelische oppositieleider Ariel Sharon aan de Haram al-Sharif [Tempelberg, red.].
Uit het semi-officiële Palestijnse dagblad Al-Ayyam van 6 december 2000.

Bevestiging dat de intifada was gepland

"De ‘Al-Aksa Intifada’ werd niet veroorzaakt door het bezoek van Sharon [aan de Tempelberg op 28 september 2000]"
Uit het rapport van 4 mei 2001 van de Mitchell Commissie, die namens de internationale gemeenschap een onderzoek verichtte naar de oorzaken en feiten van de in september 2000 begonnen geweldsgolf.

Print

Hoe komt het dat er meer Palestijnse slachtoffers zijn gevallen? Telt een Palestijns leven niet?

Vanaf het begin van de zogenaamde Al-Aksa intifada, in september 2000, tot 12 mei 2002 vonden bijna 1.500 Palestijnen en 490 Israeli’s bij het geweld de dood. Aan Palestijnse kant vielen tot 12 mei 2002 tienduizenden gewonden (exacte cijfers zijn niet bekend), aan Israelische kant 3.919.
Achter deze kille cijfers schuilt veel leed. Elke dode, zowel aan Israelische als aan Palestijnse zijde valt te betreuren. De getalsverhoudingen zeggen evenwel niets over gelijk of ongelijk

Het principiële verschil tussen de twee groepen slachtoffers is, dat verreweg de meeste Israeli’s stierven door Palestijnse zelfmoordaanslagen op burgerdoelen in Israel. Cafés, winkelcentra, discotheken en bussen - plaatsen waar veel jonge mensen samenkomen - en armere immigrantenfamilies, werden hiervan het slachtoffer. Israelische militairen in de Gazastrook en Westelijke Jordaanoever of inwoners van de omstreden Joodse nederzettingen werden in mindere mate aangevallen.. De Palestijnen die om het leven kwamen of gewond raakten, beraamden zelf geweld, kwamen om bij Israelische acties tegen terroristenbolwerken, of provoceerden bij het begin van de intifada het Israelische leger. Nooit was of is het doden van Palestijnse burgers het doel van het Israelische militaire optreden.

Vergelijkt men het aantal burgerslachtoffers aan Palestijnse kant over de laatste anderhalf jaar met de ca. 10.000 doden in Afghanistan als gevolg van de Amerikaanse acties, dan kan men niet anders dan concluderen dat alle beschuldigingen van ‘massa-moord, slachtingen of nazi-optreden’ aan het adres van Israel misplaatst zijn. Degenen deze termen in de mond nemen, maken zich opzettelijk schuldig aan ophitsing en geschiedvervalsing.

Het relatief grote aantal Palestijnse slachtoffers in de eerste maanden van de geweldsgolf kan verder als volgt worden verklaard:

  • Het door de Palestijnse Autoriteit bewust en op grote schaal inzetten van burgers, waaronder schoolkinderen, in zelfgekozen zeer gewelddadige confrontaties met Israelische militairen
    Het door opgehitste menigten - met kinderen in de frontlinies - met molotovcocktails, stenen en katapulten bestormen van kleine (en vaak geïsoleerde) Israelische fortificaties waar achter zich goed bewapende en getrainde militairen bevinden. Soms beschoten Palestijnse politieagenten en militieleden met vuurwapens Israelische militaire posities, waarbij aanvallende menigten als menselijke schilden worden ingezet.
  • Het door de Palestijnse terreurorganisaties bewust en op grote schaal opereren in en vanuit civiele posities
    Het vestigen van hoofdkwartieren, wapen- en bommenfabriekjes, wapenopslag-plaatsen, fortificaties en schuilplaatsen in woonwijken, scholen, moskeeën en kerken. Dat was o.m. het geval in het vluchtelingenkamp van Jenin.
  • Het door de Palestijnse leiders, media, onderwijsinstellingen en moskeeën propageren van het zogenaamde martelaarschap
    Zo trof het Israelische leger tijdens de Operatie Defensive Shield in vrijwel alle scholen op de Westelijke Jordaanoever posters aan waarin de Shahids, de Palestijnse martelaren die zichzelf hadden opgeblazen, werden verheerlijkt. Op vele van die posters werden de portretten van de zelfmoordenaars afgebeeld.

Zoals gezegd; het aantal doden niets zegt over wie gelijk heeft of niet. Zo vielen er tijdens de Tweede Wereldoorlog als gevolg van oorlogshandelingen meer slachtoffers onder de Duitse burgerbe-volking, dan onder de Britse of de Amerikaanse.

De Israelische inlichtingendienst en politie handelen bovendien effectief. Er zijn de afgelopen periode honderden Palestijnse terreuraanslagen, waaronder één op een flatgebouw in Tel Aviv, verijdeld. Was dat niet gebeurd, dan lag de dodenbalans anders.

Het feit dat de Palestijnen bij het plegen van geweld burgers, - en met name kinderen - inzet, heeft alles te maken met de strijd om de publieke opinie. Minister van Buitenlandse Zaken Peres verklaarde in Den Haag in oktober 2000 op een solidariteitsbijeenkomst voor Israel: “Deze strijd wordt via de media in de huiskamers beslist” Vandaar dat Israel er alles aan doet om burger-slachtoffers onder de Palestijnen te voorkomen. Het land betaalt daarvoor een hoge prijs, zoals in Jenin, waar in april 2002 23 Israelische soldaten sneuvelden bij het zoeken naar in een vluchtelingenkamp verschanste terroristen. Elke huis zat vol met explosieven. Aan Palestijnse kant vielen ca 50 slachtoffers, merendeels leden van milities.

De manier waarop de Palestijnen het geweld tegen Israel plegen is strijdig met het oorlogsrecht. Het is burgers verboden zich in gevechtshandelingen te mengen en als zij dat toch doen, plegen zij een oorlogsmisdaden mogen zij gedurende de gehele duur van het conflict als legitiem doelwit worden beschouwd.
Zie het Model Manual on the Law of Armed Conflict for Armed Forces, een officieel handboek van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) uit 1999.

Citaten

Een Israelische reservist over Jenin, waar ‘een massamoord’ zou zijn aangericht:
Net terug van reservedienst ventileert de 39-jarige Joni Alster, vader van vier kinderen, zijn frustratie: “Ik kom net terug uit een situatie die geen mens zich kan voorstellen. Tien dagen lang ben ik met gevaar voor mijn leven van huis tot huis gegaan om te verifiëren wie er in de huizen waren, waar Palestijnse burgers woonden en van waaruit werd geschoten.
“Voordat we van onze commandant op een huis mochten schieten van waaruit wij onder vuur werden genomen, gingen er minuten voorbij. Eerst werden de bewoners opgeroepen naar buiten te komen en zich over te geven. Daarna was er tijd nodig om onze commandant opnieuw exacte informatie te geven over het huis, de bewoners, de locatie. Vervolgens moesten we vaak weer wachten voordat we definitief toestemming kregen om terug te schieten of het huis te bombarderen. Alleen als 200 procent zeker was dat er gewapende Palestijnen zaten die zich niet wilden overgeven, en dat er geen vrouwen of kinderen meer binnen waren, mochten wij actie ondernemen.
“Door die voorzichtigheid zijn 23 van onze soldaten omgekomen. Het was gemakkelijker en minder gevaarlijk geweest als we vanuit de lucht het kamp hadden platgegooid. Helaas zijn er ook onschuldige burgers omgekomen. In zo’n dichtbevolkt kamp was dat onvermijdelijk.
Als we uit een ander moreel hout waren gesneden, hadden we de boel gewoon platgebombardeerd. Maar zo zitten we niet in mekaar. Daarom doen de beschuldigingen me pijn. Ze zijn gelogen, bedoeld om ons in een kwaad daglicht te stellen.”

Uit het artikel van Joop Meijers over de strijd in de Palestijnse stad Jenin: ‘Leger woedend over beschuldiging massamoord’, in het Algemeen Dagblad van 17 april 2002.

Print

Wat kwam eerst - terrorisme of ‘bezetting’?

Er wordt met regelmaat beweerd dat Israel de terreur aan zichzelf te wijten heeft, omdat het geen eind maakt aan de bezetting van de tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 op Egypte en Jordanië veroverde gebieden (de Gazastrook, de West-oever en Oost-Jeruzalem). Het Palestijns terrorisme is volgens sommigen een ‘legitieme vorm van verzet’ tegen die bezetting.

Het tegen Joodse/Israelische doelen gericht Arabisch terrorisme begon echter niet na 1967, maar al in het begin van de twintigste eeuw. Zo werden in de zomer van 1929 door de Arabieren overal in het toenmalige mandaatgebied Palestina verschrikkelijke moordpartijen aangericht. Daarbij kwamen ondermeer tientallen Joden in Hebron om. Ook in 1936 gaf de toenmalige leider van de Palestijnen de Moefti van Jeruzalem (die met de Nazi’s collaboreerde) opdracht Joodse doelen aan te vallen en de Joodse economische sector in Palestina te boycotten.

Het met twee derde meerderheid aanvaarde delingsplan van de VN voor Palestina van 29 november 1947 werd door alle Arabische staten en de Palestijnse leiders afgewezen. Dit plan voorzag in een Joodse en Palestijns-Arabische staat. De Palestijnen en Arabische leiders meenden echter dat er geen plaats was voor een Joodse staat. De oorlog, die zij op 14 mei 1948 tegen Israel begonnen, had tot doel de Joodse staat te vernietigen.

Nadat die oorlog mislukte en de Arabische landen in 1949 met Israel een wapenstilstand sloten, werd de anti-Joodse terreur voor een groot deel vanuit de omliggende landen gepleegd. Dat gebeurde door de zogenaamde ‘fedayin’ (Palestijnse guerrilla’s), die op alle mogelijke manieren door hun gastlanden werden gesteund. Alleen al in periode 1951-1955 werden bijna 1.000 Israeli’s bij Palestijnse terreuraanslagen vanuit de Gazastrook en Jordanie gedood.

  • Al Fatah, dat tot doel had de Zionisten uit Palestina te verdrijven, werd opgericht in 1959. Dat is 8 jaar voordat Israel de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook verover-de. Arafat was de eerste voorzitter. Op 14 januari 1965 voerde de militaire afdeling van Al Fatah haar eerste aanval op een Israëlisch doel uit.
  • De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO werd in 1964 opgericht. Dit gebeurde door de Arabische Liga. Doel was de vernietiging van Israel.
  • Hamas en de Islamitische Jihad, Palestijnse fundamen-talistische Moslimorganisaties, die het merendeel van de recente aanslagen op hun geweten hebben, zijn geheel niet geïnteresseerd in beëindiging van de bezetting door Israel. Zij willen de vernietiging van Israel.
    Telkens als er sprake was van een mogelijke doorbraak in de vredesonderhandelingen, namen de aanslagen van beide organisaties toe. Toen in 1996 in Israel de regering Peres aan de macht was, werd Israel getroffen door een golf van terreur op winkelcentra en bussen. Daarop sloot premier Peres de grenzen voor de ca 80.000 Palestijnse werknemers. Dit bracht armoede en ‘Verelendung’ in de bezette gebieden teweeg. Daarop was Hamas precies uit. De uitzichtloosheid onder de Palestijnen leverde de organisatie nieuwe rekruten op voor het plegen van aanslagen en deed de animo voor vrede met Israel dalen.
    Ook tijdens de komst van de Amerikaanse bemiddelaar Zini naar Israel in 2001 voerde Hamas twee cruciale aanslagen uit. Tijdens de Arabische top in Beiruth, eind maart 2002, waar een Saudisch plan voor vrede met Israel werd geaccepteerd, pleegde een zelfmoordenaar van Hamas een aanslag op een hotel, waar het Joodse Paasfeest werd gevierd. Hierbij kwamen 26 personen om en raakten meer dan hon-derd gewond. Het was het startsein voor de Israelische operatie Defensive Shield.
  • In 1993 sloten Israel en de PLO de Oslo akkoorden. Op basis daarvan werden, vanaf 1994, grote delen van de Westbank en de Gazastrook door Israel aan de Palestijnse Autoriteit overgedragen. Sindsdien is de veiligheid voor Israeli’s echter sterk afgenomen.
  Jaar   Aantal door terreur gedode Israeli’s
  1989   32
  1990   23
  1991   26
  1992   39
  1993 (01/01-13/9)   38 [De Oslo akkoorden werden op 13 september 1993 ondertekend]
  1993 (14/9-31/12)   26
  1994   73
  1995   52
  1996   88
  1997   31
  1998   9
  1999   4
  2000 (vanaf 27/09)   47 [Alle slachtoffers in 2000 vielen vanaf 27 september]
  2001   198
  2002 (tot 22/04)   224
  Totaal   911 (waarvan 752 na Oslo)
  • Conclusie: Niet de bezetting is de oorzaak van het Palestijnse terrorisme. Het omgekeerde is eerder het geval: Zolang het terrorisme voortduurt is het voor Israel onmogelijk een terri-toriaal compromis te sluiten, dat een einde maakt aan de bezetting.

Citaten:

Uit het voorwoord: Israel zal opkomen en zal overeind blijven tot de islam het elimineert, net zoals die de voorgangers ervan heeft geëlimineerd.

Uit artikel 6: De Islamitische Verzetsbeweging is een specifiek Palestijnse beweging die haar trouw aan Allah verschuldigd is, haar levenswijze aan de Islam ontleent en ernaar streeft het vaandel van Allah over iedere centimeter van Palestina te doen wapperen.

Uit artikel 7: Hamas heeft ernaar uitgekeken Allahs belofte ten uitvoer te leggen, hoeveel tijd dat ook kost. De profeet [Mohammed], gebed en vrede zij met hem, zei: “De tijd dat de moslims de joden zullen bevechten (en hen zullen doden) zal niet komen, totdat de joden zich achter rotsen en bomen verstoppen, die [dan] zullen uitschreeuwen: ‘O moslim, achter mij zit een jood, kom hier en dood hem!’”.

Uit artikel 13: Er is geen oplossing voor het Palestijnse probleem dan de jihad (heilige oorlog)

Print

Waarom liep het vredesproces steeds mis?

De staat Israel werd gesticht in 1948. Dit werd gevolgd door vele oorloge, geweld en tegengeweld, (zelfmoord) aanslagen, (gerichte) liquidaties en twee maal een Intifada. Toch wijn er al veel initiatieven ontplooid om tot vrede of in ieder geval tot vredesonderhandelingen te komen met de buurlanden en Palestijnen.

De genomen initiatieven en pogingen tot overleg hebben tot op heden twee hoogtepunten opgeleverd. Het eerste succes stamt uit 1979, toen Egypte en Israel na onderhandelingen in het Amerikaanse Camp David tot een vredesakkoord kwamen. Dit vredesverdrag was gebaseerd op het principe van land voor vrede. Beide leiders, Anwar Sadat en Menachem Begin, maakten zich door het sluiten van dit akkoord niet populair bij extremistische of fundamentalistische elementen in hun respectievelijke landen. Sadat werd dan ook in 1981 door islamitische extremisten vermoord. Toch houdt de vrede tussen deze twee landen tot op de dag van vandaag stand. Sinds 1994 is er een tweede succes: de vrede tussen Israel en Jordanië. Met de overige buurlanden is het nog niet tot een vredesverdrag gekomen, maar men kan wel spreken van een situatie van gespannen rust.

Israel en het Palestijnse volk hebben ook nog steeds geen duurzame vrede gesloten. Wel zijn er veel initiatieven gelanceerd en zijn er meermalen akkoorden gesloten die naar een vreedzame oplossing moesten leiden. De basis hiervoor werd gelegd bij de ondertekening van de Oslo akkoorden tussen Israel en de PLO in 1993. Israel zou steeds een stukje gebied ontruimen en de PLO, later opgevolgd door de Palestijnse Autoriteit (PA), zou maatregelen moeten treffen om in vrede met Israel te leven. PLO-leider Arafat erkende het bestaansrecht van Israel op basis van Veiligheidsresolutie 242. Verder beloofde hij het terrorisme af te zweren en het recht van Israeli´s om te leven binnen ´veilige en erkende grenzen´ te respecteren. Premier Rabin beloofde de PLO te erkennen als de officiële vertegenwoordiger van het Palestijnse volk en als volwaardige onderhandelingspartner. De Oslo akkoorden werden gesloten vanwege de verzwakte positie van de PLO na het instorten van de Sovjet Unie en de Golfoorlog waarin de Iraakse dictator Saddam Hussein door de PLO werd gesteund. Verder creëerden de Oslo akkoorden ook rust na het geweld van de eerste Intifada. De vredesonderhandelingen zouden vijf jaar moeten duren en zouden moeten gaan over een aantal kernpunten van het conflict tussen Israel en de Palestijnen: grenzen en status van de Palestijnse entiteit, Jeruzalem, de nederzettingen en een regeling voor de Palestijnse vluchtelingen. Na die vijf jaar behoorde de totstandkoming van een Palestijnse staat tot de mogelijkheden.

In juli 2000 kwam er een eind aan de vredesbesprekingen tijdens de Camp David onderhandelingen. De Israëlische premier Barak bood aan 97% van de bezette gebieden en delen van Oost-Jeruzalem aan de Palestijnen over te dragen, maar Arafat wees dit af en eiste de terugkeer van de 4 miljoen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen. Clinton stelde Arafat verantwoordelijk voor het falen van de onderhandelingen, maar aan het thuisfront werd Arafat geprezen om zijn harde lijn. Barak kwam in een wankele politieke situatie terecht, omdat het conservatieve deel van Israel ontevreden was over zijn concessies. Tijdens de onderhandelingen begon de tweede Intifada, met onlusten in de bezette gebieden en (zelfmoord) aanslagen op Israëlische burgerdoelen, zoals bussen en bevolkingscentra. Hierop antwoordde Israel met represaille acties, zoals liquidaties van terroristen en de vernietiging van doelen die als terroristische infrastructuur zouden kunnen worden aangemerkt.

In 2003 nam president Bush het initiatief tot opstelling van de Routekaart naar vrede en hij werd hierin ondersteund door de andere leden van het Kwartet (EU, Rusland en de VN). Wanneer de partijen zich aan de drie beschreven fasen zouden houden, zou er in 2005 een permanente oplossing zijn bereikt tussen Israel en de PA. De zwakte van dit plan lag in het vooruitschuiven van de, al eerder genoemde, meest heikele punten in het conflict. Op 23 november 2003 keurde de Veiligheidsraad de Routekaart goed, in Resolutie 1515.

Het einddoel van een permanente oplossing voor het conflict in 2005 is niet gehaald, omdat beide partijen zich niet aan de Routekaart hielden. Israel ontmantelde niet alle ongeautoriseerde nederzettingen en de PA kon Hamas niet in bedwang houden. Er waren echter meer redenen, waaronder het aanhoudende geweld in de regio en de frustrerende werking van extremistische en fundamentalistische elementen. Op aandringen van president Bush werd er in 2007 in Annapolis weer een poging gewaagd om tot een oplossing te komen, maar hoewel er gepraat werd, kwam er geen resultaat. Onder Obama werd in 2010 een initiatief gelanceerd om de besprekingen weer op gang te brengen, maar deze liepen vast op het niet verlengen van het Israëlische moratorium op het bouwen in de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

Tot dusver haperde het proces naar vrede steeds in de uitvoering, omdat er, al dan niet moedwillig, door een van de partijen werd getraineerd, of omdat er regeringswisselingen waren (voornamelijk in Israel). Ook het uitblijven van verkiezingen in de Palestijnse gebieden en de frustrerende invloed van extremistische of fundamentalistische groeperingen hebben in grote mate bijgedragen aan het uitblijven van een permanente oplossing. Hetzelfde geldt voor de staatsgreep die Hamas in 2007 in Gaza pleegde, waardoor er momenteel twee Palestijnse regeringen zijn. Het grootste probleem ligt echter in het punt dat de kernkwesties in ieder vredesvoorstel naar de laatste fase worden geschoven, terwijl deze juist de sleutel tot de oplossing van het conflict zijn. Vredesvoorstellen zouden zich om deze reden eerst op de vier kernpunten moeten concentreren en hierbij een duidelijke oplossing moeten formuleren.

Print

Waarom trekt Israel zich niet terug uit de in 1967 veroverde gebieden?

Veel mensen denken dat de Israelische aanwezigheid op de Westbank en in de Gazastrook de kern van het Arabisch-Israelisch conflict is. Dat dit niet zo is bleek al in hoofdstuk 3. De vraag die vervolgens vaak gesteld wordt is: waarom trekt Israel zich niet gewoon uit die gebieden terug? De zaken liggen echter veel gecompliceerder:

  • Israel heeft zich sinds 1993 al teruggetrokken uit het grootste deel van de Gazastrook en bijna de helft van de Westbank.
    Tijdens de Israelisch-Palestijnse onderhandelingen in Camp David, zomer 2000, en in Taba in januari 2001 toonde de toenmalige Israelische premier Ehud Barak zich bereid tot het opgeven van vrijwel al het overige nog door Israel bestuurde gebied (tot zo’n 97 procent van het totale oppervlak van de Westbank en de Gazastrook) en territoriale compensatie voor het gebied met de nederzettingen dat onder Israelische soevereiniteit zou moeten komen. Ook vrijwel alle Joodse nederzettingen zouden worden opgegeven. Arafat wees het aanbod van de hand.
  • Israel heeft recht op veilige en erkende grenzen.
    Daarover moet worden onderhandeld op basis van resolutie 242 van de VN-Veiligheidsraad, die niet alleen spreekt over het principe 'land in ruil voor vrede', maar ook over veilige en erkende grenzen. Als zo’n toezegging met een spijkerharde garantie er niet komt, is Israel niet verplicht nog meer gebied te ontruimen.
  • Het eerst volledig terugtrekken en dan hopen op vrede, speelt de radicale Palestijnen in de kaart.
    Zij zijn niet geïnteresseerd in een Palestijnse staat, maar die in heel Israel een islamitische staat willen vestigen. Als Israel zich onder druk van geweld terugtrekt, worden zij gestimuleerd het geweld voort te zetten, tot zij geheel Israel in handen hebben. De terugtrekking van Israel uit Zuid-Libanon onder druk van het geweld van Hezbollah in 2000, was een van de redenen waarom de zogenaamde tweede intifada uitbrak na het mislukken van Camp David. Bovendien: wie garandeert Israel vrede als het zich zonder akkoord heeft teruggetrokken?

Sommige Israelische politici zijn voorstander van een gedeeltelijke terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever, met als oogmerk dan een muur te bouwen, waardoor de Palestijnse terroristen niet meer Israel kunnen binnendringen. Onder andere oud-minister Ramon en oud-premier Barak van de Arbeidspartij zijn hiervan pleitbezorgers. Zij geloven dat er met de Palestijnse Autoriteit toch niet over vrede valt te praten. Wat zij evenwel uit het oog verliezen is dat er in Israel zelf 1 miljoen Palestijnen en in groot Jeruzalem zo’n 400.000 Palestijnen wonen. Als Israel niet in voldoende mate de Westelijke Jordaanoever ontruimt, zal dit aanleiding geven tot een verdergaande strijd, die ook naar de 1,4 miljoen Palestijnen die nog steeds binnen het Israelische bestuur vallen, uitgebreid zal worden. Bovendien biedt een muur geen enkele garantie tegen raketbeschietingen vanaf het Palestijnse gebied.

Documenten

VN Veiligheidsraadresolutie 242 van 22 –11- 1967 (ingekort)

De Veiligheidsraad,
Uitdrukking gevend aan zijn voortdurende bezorgdheid over de ernstige situatie in het Midden-Oosten;
Benadrukkend de ontoelaatbaarheid van het door middel van oorlog verwerven van grondgebied en de noodzaak om te werken aan een rechtvaardige en duurzame vrede waarin iedere Staat in het [onderhavige] gebied in veiligheid kan leven;
Voorts benadrukkend dat alle Lidstaten zich met hun aanvaarding van het Handvest van de Verenigde Naties hebben verplicht om in overeenstemming met Artikel 2 van het Handvest te handelen;

I. Bevestigt dat de uitvoering van het Handvest vereist dat in het Midden-Oosten een rechtvaardige en duurzame vrede tot stand komt waarvan de toepassing van de volgende principes deel moet uitmaken:

(i) Terugtrekking van gewapende Israelische eenheden uit gebieden die in het jongste conflict werden bezet;
(ii) Stopzetting van alle oorlogsbetuigingen of oorlogstoestanden en respect voor en erkenning van de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van iedere Staat in het gebied en hun recht op leven in vrede binnen veilige en erkende grenzen, gevrijwaard van dreigingen of gewelddaden.

II. Bevestigt voorts de noodzaak

(a) Van het garanderen van de vrijheid van navigatie door de internationale waterwegen in het gebied;
(b) Van het bereiken van een rechtvaardige oplossing van het vluchtelingenprobleem;
(c) Van het garanderen van de territoriale onschendbaarheid van iedere staat in het gebied, door maatregelen waaronder de instelling van gedemilitariseerde zones.

Noten:
1) Bij de formulering van de resolutie is onder (i) het lidwoord ‘de’ bewust op twee plaatsen weggelaten: voor ‘eenheden’ en voor ‘gebieden’.
2) Onder (ii) wordt gesproken over ‘veilige en erkende grenzen’.

Print

Heeft het geweld een economische achtergrond?

Dit is een complexe vraag. Er bestaat zeker een verband tussen de economische achteruitgang van de inwoners van de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook en de uitbarsting van geweld tijdens de tweede Intifada. Na het tekenen van de Oslo akkoorden was de Palestijnse bevolking gouden bergen beloofd. Nieuwe investeringen zouden de kloof tussen hun gemiddelde inkomen en dat van de Israeli’s verkleinen. Premier Peres reisde de wereld rond om geld in te zamelen voor de Palestijnse economie. Israel stichtte industriële parken tussen de Gazastrook en Israel met de bedoeling de Palestijnse economie te versterken. En toch ging het mis. In plaats van een toename van het inkomen, ging na de akkoorden van Oslo het gemiddelde inkomen met ca. 25% per hoofd van de bevolking achteruit. De schrijver Leon de Winter schrijft er in Trouw het volgende over:

  • Voor de Oslo akkoorden van 1993 was het GDP per hoofd van de bevolking in de West-Bank $ 3500 en in Gaza $ 2800, een veelvoud van het GPD in de omringende olie-arme Arabische landen.
    Na de terugkeer van Arafat in mei 1994 en de overdracht van het burgerlijk bestuur aan de Palestijnse Autoriteit loopt het GPD sterk terug, veroorzaakt door chaos en corruptie en door de afsluitingen van de Gebieden door Israël als strafmaatregel na terroristische aanslagen. De conclusie is onontkoombaar: de Israëlische bezetting leidde tot een naar Arabische begrippen economische bloei, die, als deze in Egypte zou hebben plaatsgevonden, tot grote wereldwijde voldoening zou hebben geleid.
  • Een ander opmerkelijk, slecht bekend feit doet zich ook voor: de Palestijnse Autoriteit van Arafat heeft de controle over 99% van de Palestijnse bevolking.
    Het grondgebied van Gaza en de West-Bank is verdeeld in drie gebieden, A,B en C. In A, waarin alle grote Palestijnse steden op de West-Bank liggen, vallen zowel het burgerlijk bestuur als de politie- en veiligheidstaken toe aan de Palestijnse Autoriteit. Ook in B is het burgerlijk bestuur voorbehouden aan de Palestijnse Autoriteit maar worden de veiligheidstaken gedeeld met Israël. In C, waar nog maar 1% van de Palestijnen leeft, hebben de Israëli's het voor het zeggen. (…….) De Palestijnen beschikken over een parlement, ministeries, overheidsorganen, en één ding wordt hen door de Israëli's onthouden: een onafhankelijke staat met een eigen leger. Maar de facto en de jure leven de meeste Palestijnen al jaren lang met een eigen Palestijnse overheid, die ruimschoots de kans heeft gekregen om een begin te maken met de opbouw van een democratische, burgerlijke samenleving. Dat heeft de Palestijnse overheid nagelaten.
  • Ziekelijke corruptie en ernstig bestuurlijk onvermogen hebben niet alleen een economische chaos veroorzaakt maar ook een klassieke bandietenstaat met een politiemacht die mensen kidnapt om ze vervolgens tegen een losprijs vrij te laten, met standrechtelijke executies, door machthebbers gelegitimeerde diefstal en roof van Europese subsidiegelden.
    De wanhoop kan worden overstemd met de strijd tegen Israël, die al lang de Palestijnen de ruimte voor de opbouw van een eigen samenleving had geboden, maar het is enkel en alleen aan de Palestijnse Autoriteit te wijten dat de Palestijnen het momenteel veel slechter hebben dan onder de joodse bezetter.

Uit ‘J'accuse / In het Midden-Oosten danst de Duivel, en hij danst onze kant uit’ door Leon de Winter. Trouw, 13 april 2002

Print

Hoe moet men omgaan met de Palestijnse aanspraken op het zogenoemde ‘recht op terugkeer’?

Tijdens de periode voorafgaande aan de Israelische Onafhankelijkheidsoorlog tot aan de Wapenstilstands-akkoorden (1947-1949) ontvluchtten honderdduizenden Palestijnse Arabieren hun grondgebied. Een deel ontsnapte aan het oorlogsgeweld, een deel gaf gehoor aan oproepen van Ara-bische leiders om tijdelijk te evacueren en een deel werd door Israelische troepen uit strategische gebieden verdreven. Een belangrijk feit dat de vlucht stimuleerde, was dat in de periode onmiddellijk na de acceptatie van het VN delingsplan voor Palestina (november 1947) vrijwel alle Palestijnse leiders het Engelse Mandaatgebied Palestina verlieten. Het volk was stuurloos. Het aantal Palestijns-Arabische vluchtelingen bedroeg zo’n 670.000.
In de periode 1948-1951 vluchtten meer dan 800.000 joden uit de Arabische wereld. Daarvan werden 580.000 in Israel opgevangen.

  • Er bestaat geen recht op terugkeer.
    Er ligt alleen een niet bindende resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (194 van 11 december 1948). Daarin wordt gesproken over terugkeer onder de voorwaarde dat de vluchtelingen in vrede met Israel willen leven, en over eventuele compensaties.
  • Het zou juister zijn de Palestijnen hun verloren gegane bezittingen te vergoeden.
    Premier Barak heeft dit ook voorgesteld tijdens de Camp David onderhandelingen. Ook de uit de Arabische wereld gevluchte Joden zouden gecompenseerd moeten worden.
  • De Palestijnse Autoriteit claimt het ‘recht van terugkeer’ voor alle vluchtelingen van 1948 en al hun nakomelingen.
    Het zou dan gaan om meer dan 3,5 miljoen mensen. Israel weigert dit te accepteren, omdat dat zou leiden tot de demografische vernietiging van de Joodse staat. Overigens heeft Israel in 1949 aangeboden 100.000 vluchtelingen te laten terugkeren, maar dat aanbod werd toen resoluut door de Arabische wereld afgewezen.
  • Van de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen uit 1948 zijn er naar schatting nog slechts 150.000 in leven.
    Als er dan van een mogelijkheid tot terugkeer gesproken moet worden, geldt dat hun en niet al hun nakomelingen, die in de Arabische staten zijn geboren.
  • Waarom zou Israel zoveel Palestijnse vluchtelingen opnemen, als er een speciale Palestijnse staat is?
    Israel accepteert wel het recht van in het buitenland woonachtige Palestijnen om naar een eventueel in de Westbank en de Gazastrook te stichten Palestijnse staat te verhuizen.

Documenten

De rol van de VN bij het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk

Het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk wordt behartigd door de op 8 december 1949 apart daarvoor opgerichte United Nations Relief and Works Agency for Palestinian Refugees (UNRWA). De organisatie had begin 2002 zo’n 22.000 mensen in dienst, het merendeel daarvan Palestijnen.

Wie is een Palestijnse vluchteling? (definitie UNRWA)

De zogenaamde ‘operationele definitie’ van UNRWA typeert een Palestijnse vluchteling als iemand:
- wiens vaste woonplaats tussen juni 1946 en mei 1948 in Palestina was;
- die zijn woning en middelen van bestaan heeft verloren als gevolg van het Arabisch-Israelisch conflict en die zijn toevlucht zocht in Jordanië, Libanon, de Syrisch-Arabische Republiek, de door Jordanië geregeerde Westbank of de door Egypte bestuurde Gazastrook.

Volgens de door UNRWA gehanteerde definitie horen ook de nakomelingen van de in 1948 gevluchte en ontheemde Palestijnse Arabieren onder de categorie ‘Palestijnse vluchtelingen’.

Hoeveel Palestijnse vluchtelingen (2001)?

Bron   Aantal
PLO   5.000.000
UNRWA   3.738.000
Onafhankelijke onderzoekers op basis van de UNRWA-criteria   < 3.600.000
Volgens de criteria van de UNHCR   < 1.000.000
Nog in leven zijnde vluchtelingen uit 1948 - op basis van de UNRWA-criteria   150.000
Nog in leven zijnde vluchtelingen uit 1948 – op basis van de UNHCR-criteria   40.000

Resolutie 194 van de VN (11-12- 1948) hoofdpunten:

Bepaalt dat de vluchtelingen die naar hun woningen willen terugkeren en met hun buren in vrede willen leven zulks op de eerstvolgend uitvoerbare datum moet worden toegestaan, en dat compensatie moet worden betaald voor de bezittingen van degenen die ervoor kiezen om niet terug te keren, alsmede voor verlies van en schade aan eigendommen die, volgens de grondbeginselen van internationaal recht dan wel billijkheid, door de daarvoor verantwoordelijk zijnde regeringen of autoriteiten dient te worden vergoed;
Geeft de Verzoeningscommissie opdracht de repatriëring, herhuisvesting en economische en sociale rehabilitatie van de vluchtelingen te bevorderen, alsmede uitbetaling van compensatie.

Citaten

De in 2001 overleden Palestijnse minister voor Jeruzalem Faisal Husseini, die in het Westen als een ‘duif’ werd beschouwd zei over de betekenis van de vluchtelingen :
“De Palestijnen voeren een onafhankelijkheidsoorlog die alleen zal eindigen, wanneer de laatste kolonist de gebieden verlaten heeft en de Palestijnen een meerderheid vormen in het Heilige Land. Dan zullen ze beslissen of zij de Joden toestaan een eigen staat te hebben." (Ha'aretz, Dec. 6, 2000)

Print

Is vreedzame coëxistentie tussen Israel en de Palestijnen mogelijk?

Vanaf de stichting van de staat Israel heeft dat land stelselmatig aangedrongen op vreedzame coëxistentie. In de Israelische Onafhankelijkheidsverklaring van 15 mei 1948 staat expliciet, dat Israel zijn hand in vrede uitstrekt naar de Arabische buren. Zij waren toen in oorlog tegen de Joodse staat. Ook na alle oorlogen, terreurgolven en boycotacties, die tegen Israel werden gevoerd, heeft Jeruzalem steeds vrede aangeboden en zich bereid verklaard een hoge prijs daarvoor te betalen.

Premier Rabin zei op 13 september 1993 t.g.v. de Oslo akkoorden in Washington: “Tegen jullie, Palestijnen, wil ik zeggen, dat we voorbestemd zijn om in hetzelfde land, op dezelfde grond samen te leven. Wij, soldaten die bevlekt met bloed zijn teruggekeerd van het slagveld; wij, die onze familie en vrienden voor onze ogen hebben zien doden en die de ouders van de slachtoffers niet in de ogen durven te kijken: wij die komen uit een land waar ouders hun kinderen begraven; wij die tegen jullie, Palestijnen, hebben gevochten. Vandaag zeggen wij op luide en heldere toon tegen jullie: genoeg bloed en tranen! Genoeg! We willen geen wraak, we koesteren geen haat tegen jullie. We zijn mensen, net als jullie, mensen die een huis willen bouwen, een boom willen planten, willen liefhebben, zij aan zij met jullie willen leven, waardig en als gelijken, als mensen, vrije mensen.”

Ook CIDI heeft zich altijd op het standpunt gesteld, dat er in het kader van een echte vrede een Palestijnse staat moet komen. CIDI ziet bovendien de nederzettingenpolitiek als een nodeloze vernedering van de Palestijnen, die de veiligheid van Israel vermindert, maar uiteindelijk geen obstakel behoeft te zijn voor een definitieve vredesregeling. Tijdens de Taba onderhandelingen begin 2001 bood de toenmalige Israelische regering aan de meeste Joodse nederzettingen te ontruimen.

In het Israelische onderwijs en de media wordt verzoening als de uiteindelijk enige oplossing voorgesteld. En Israel kent al vele jaren een breed gesteunde en actieve vredesbeweging. Die vredesbeweging zorgde er in 1982 voor dat er een diepgaand onderzoek werd ingesteld naar de door Christelijke Libanezen begane bloedbaden in de Palestijnse kampen Sabra en Chatilla. De toenmalige Israelische minister van Defensie Sharon werd hiervoor medeverantwoordelijk gesteld en trad af.

Aan Palestijnse kant worden vaak de huidige en toekomstige generaties opgevoed om Israel te haten en wordt alles gedaan om verzoening en vreedzame coëxistentie onmogelijk te maken. Tijdens de operatie Defensive Shield ” trof het Israelische leger in het kantoor van een lijfwacht van Arafat een in 2001 in Betlehem uitgegeven, sterk antisemitisch boek aan onder de titel ‘Nazo-Zionism’. Arafat beschuldigt Israel op Arabische en Islamitische topconferenties van het plegen van volkerenmoord en genocide. Hij meent dat Israel Jeruzalem “verjoodst”, alsof het nooit een Joodse stad is geweest. Ook beweert hij, allemaal ten onrechte, dat Israel verarmd uranium tegen de Palestijnen inzet.

  • In het Palestijnse onderwijscurriculum komen, zoals eerder gesteld, regelmatig anti-Israelische en anti-Joodse passages voor. Israel komt niet op landkaartjes in schoolboeken voor.
    De Palestijnse media hitsen stelselmatig op tot geweld tegen Israel en het Joodse volk. Nogal wat Palestijnse propaganda is rauw antisemitisch.
  • In de Palestijnse moskeeën wordt stelselmatig opgeroepen tot geweld en heilige oorlog tegen de Joden en de staat Israel.
    Uit opiniepeilingen van maart 2002 blijkt dat ca. twee derde van de Palestijnen het plegen van zelfmoordaanslagen tegen Israel steunt. Ook de vrouw van de Palestijnse leider Arafat, Suha al-Taweel, vindt de Palestijnse zelfmoordaanslagen een gerechtvaardigde vorm van verzet tegen de Israëlische bezettingspolitiek. Dat verklaarde ze april 2002 in een vraaggesprek met het in Londen verschijnende Saudische weekblad al-Majalla. Ze zei bereid te zijn een zoon voor de strijd tegen Israel te offeren.
  • Ondanks het intrekken van het Handvest van de PLO, dat de vernietiging van Israel voorstond, gaan Arafats Al-Fatah (de grootste fractie binnen de PLO) en de belangrijkste andere Palestijnse politieke bewegingen, zoals Hamas en de Islamitische Jihad nog steeds van dit doel uit. Dit blijkt onder meer uit het Handvest van El Fatah.
  • Er is vrijwel geen Palestijnse vredesbeweging of iets wat daarop lijkt.
    De enige, die regelmatig zijn nek durft uit te steken is de 52-jarige professor filosofie Sari Nusseibeh. Deze minister voor Jeruzalem heeft felle kritiek op de wijze waarop de Palestijnse Autoriteit omgaat met het vluchtelingenvraagstuk. In een interview met Associated Press stelt hij in oktober 2001 dat de Palestijnse vluchtelingen in een toekomstige Palestijnse staat gevestigd moeten worden. "Dit dient niet op een wijze te geschieden die het bestaan van de staat Israel in gevaar brengt als Joodse staat. (…………)Wat zou anders een twee-staten-oplossing betekenen? Misschien hebben we niet genoeg gedaan aan de publieke opinie van de Palestijnse gemeenschap om die te overtuigen wat dit werkelijk voorstelt"

Documenten

Uit de Statuten van Al Fatah

Artikel 4. De Palestijnse strijd is een onverbrekelijk onderdeel van de wereldwijde strijd tegen zionisme, kolonialisme en internationaal imperialisme.
Artikel 6. VN-projecten, akkoorden en resoluties, of die van welk individueel land dan ook, welke het recht van het Palestijnse volk op haar thuisland ondermijnen, zijn illegaal en [worden] van de hand gewezen.
Artikel 7. De zionistische beweging is racistisch, koloniaal en agressief in zijn ideologie, doelstellingen, organisatie en methodes.
Artikel 8. De Israelische existentie in Palestina is een zionistische invasie met een koloniale expansionistische basis, en het is een natuurlijke bondgenoot van kolonialisme en internationaal imperialisme.
Artikel 12. Volledige bevrijding van Palestina en de uitroeiing van het zionistische economische, politieke, militaire en culturele bestaan.
Artikel 19. Gewapende strijd is een strategie en geen tactiek, en de gewapende revolutie van het Palestijns-Arabische volk is een beslissende factor in de bevrijdingsstrijd en bij het ontwortelen van de zionistische existentie, en deze strijd zal niet eindigen totdat de zionistische staat vernietigd is en Palestina volledig bevrijd is.
Artikel 25. Het de desbetreffende landen in deze wereld ervan overtuigen dat zij, als een methode om het probleem op te lossen, joodse emigratie naar Palestina [moeten] voorkomen.

De door Jasser Arafat voorgezeten Fatah-beweging is de belangrijkste fractie van de PLO. De statuten (niet te verwarren met het PLO handvest) zijn na het sluiten van de Israelisch-Palestijnse Oslo akkoorden volledig van kracht gebleven. U kunt de tekst hier terugvinden.

Print

De geografische dimensies

Oppervlakten

Gebied
  Oppervlakte in km2:
Israel:
(binnen de wapenstilstandslijnen van 1949)
  20.770
waarvan ruim 60 procent woestijn
Libanon:   10.400
Jordanië:   92.300
Syrië:   184.022
Egypte:   1.001.000
Nederland:   41.532
België:   30.507
     

Westelijke Jordaanoever:

  5.640
Provincie Luxemburg (B):   4.418
Provincie Gelderland (NL):   5137
     
Golanhoogvlakte:   1.158
Provincie Utrecht:   1.434
     
Gazastrook:   360
Texel, Vlieland en Terschelling (samen):   343

 

Lineaire afstanden west-oost – ‘hemelsbreed’

Israel op zijn breedst:   108 km
Israel op zijn smalst:   17 km (Gemeten van het boven Tel Aviv gelegen plaatsje Kfar Saba.)
     
Centrum Jeruzalem – Jordaanse grens:   32 km
Middellandse Zee - Centrum Jeruzalem:   56 km
Centrum Tel Aviv – Jordaanse grens:   72 km
Centrum Haifa – Syrische grens:   76 km
     
Centrum Amsterdam – Muiderberg:   15 km
Centrum Antwerpen – Lier:   15 km
Print

De PA is boos dat premier Netanyahu de bouw van 238 woningen in Oost-Jeruzalem heeft aangekondigd. Dit bewijst dat Netanyahu geen vrede wil.

De woningen moeten komen in Ramot en Pisgat Zev, nieuwe Joodse wijken in Oost-Jeruzalem. Heel Jeruzalem viel buiten de nu afgelopen bouwstop van de Israelische regering. Alleen al daarom is de Palestijnse boosheid onterecht. Bovendien vindt CIDI de status van Jeruzalem wezenlijk anders dan die van de Westoever. Jeruzalem is nooit door de VN toegewezen aan een op te richten Palestijnse staat, de Westoever wel (res 181, 1947).

De Palestijnse aanspraken op de stad zijn zwakker dan die van Israel, dat de hele stad al 43 jaar bestuurt. De Palestijnen hebben dat nooit gedaan. Toch moet Israel de status quo in de Arabische wijken niet verstoren met bouwplannen. Bouwen in de Joodse wijken moet echter mogelijk zijn. Temeer vanwege een ongeschreven overeenstemming tussen Israel eb de PA dat de Joodse delen van de stad in een vredesregeling bij Israel zullen blijven.

De bouwstop had beter gehandhaafd kunnen blijven voor de Westoever. Dat versimpelt de vredesbesprekingen met de Palestijnen. Feitelijk heeft Netanyahu echter geen nieuwe bouwplannen op de Westoever aangekondigd. De PA heeft dus nog alle kans een nieuwe dialoog met de Israelische regering te starten. Dat dit niet gebeurt, is voor alle partijen een gemiste kans.

Print

Waarom wil de Israelische regering per se dat Israel als Joodse staat door de Palestijnen erkend wordt?

De kern van het conflict is de Arabisch/Palestijnse weigering te erkennen dat er een Joods volk is dat altijd in dit gebied heeft gewoond en deels eind 19e eeuw naar zijn geboortegrond begon terug te keren. De Palestijnse leiders zagen Joden uitsluitend als een religieuze entiteit, niet als volk. Een volk kan aanspraak maken op een eigen staat, een religie niet.

Toen de Verenigde Naties in 1947 besloten het gebied te splitsen in een Joodse en een Palestijnse staat, was dit de voornaamste reden waarom de Palestijnse leiders niet akkoord gingen met dit delingsvoorstel. Zij beschouwden het gebied als Arabisch en ondeelbaar. Erkenning van Israel als Joodse staat heeft niets te maken met religie, maar alles met het recht van het Joodse volk op een eigen staat.. In die Joodse staat worden minderheden behandeld als gelijke burgers. Het kenmerk van de Joodse staat is dat de Joodse traditie en geschiedenis bepalend zijn voor het karakter van de samenleving, net als Nederland een christelijk karakter heeft. Zo heeft Nederland de zondag als vrije dag, terwijl dat in Israel de zaterdag is.

Dat Israel in het kader van een vredesregeling, waarbij twee staten voor twee volkeren (het Joodse en het Palestijnse) tot stand komen, speciaal als Joodse staat erkend wil worden is logisch. Dat betekent dat Israel in principe voor het Joodse volk (eventueel met een joodse minderheid) voor het Palestijnse volk. Palestijnse vluchtelingen kunnen terugkeren naar hun eigen staat Palestina en niet naar Israel.

Print

De afgelopen weken zijn de beschietingen vanuit Gaza op het Zuiden van Israel weer toegenomen. Zal Israel weer een militaire operatie in Gaza ondernemen zoals precies twee jaar geleden?

De Israelische invasie van Gaza in december 2008 heeft een nieuwe werkelijkheid geschapen. Het beëindigde een acht jaar lange cyclus van raketvuur vanuit Gaza op Israel en Israelische represaille acties. De operatie in Gaza ging gepaard met veel Palestijnse slachtoffers, zo'n 1300. Voor het grootste deel Hamas militairen en politie mensen.

Ondanks de recente inspanningen van Palestijnse terroristen om het aantal raketlanceringen op Israel te verhogen, zijn de afgelopen twee jaar voor de inwoners van Sderot veiliger geweest dan voor de totale Israelische terugtrekking uit Gaza in 2005. Om te begrijpen waarom de regering zich gedwongen kan voelen om op deze wijze te handelen, is het belangrijk om ons te realiseren dat er in de afgelopen jaren in Sderot constant alarm klinkt en er veel raketten op de stad worden afgevuurd. Wanneer deze werkelijkheid nog enkele weken aanhoudt, kan de publieke druk om dit op te lossen aanzienlijk worden. Toch blijkt dat de Israelische overheid in het verleden geen grootschalige militaire operaties heeft uitgevoerd als er geen slachtoffers vallen.

Terreurgroepen vuren vanuit Gaza in het wilde weg raketten af op Israel, waarbij af en toe doel wordt getroffen. Terroristen uit Gaza kunnen hiermee een massale Israelische reactie uitlokken. Het gericht vuren op een school in Ashkelon deze maand wekt de suggestie dat terroristen een grootschalige Israelische militaire reactie willen uitlokken.

Print

Zijn de ‘Palestine Papers’ die door Al Jazeera en the Guardian gepubliceerd zijn echt? Zo ja, welke conclusie kunnen we eruit trekken?

Ondanks de ontkenning van de juistheid van de documenten door vooraanstaande Palestijnse onderhandelaars moet men aannemen dat ze echt zijn. Enige terughoudendheid is echter op zijn plaats. Yasser Abed Rabbo, één van de Palestijnse onderhandelaars kan gelijk hebben, als hij zegt dat de documenten uit hun context zijn gehaald. In ieder geval komt uit deze ‘leaks’ een beeld naar voren van een zwak Palestijns leiderschap dat bereid was grote concessies aan Israel te doen. En Israel dan? Hebben de onderhandelaars alleen maar genomen en niets aangeboden?

Zowel uit de ‘Palestine Papers’, als uit een onthullend artikel in Haaretz van december 2009 blijkt dat de toenmalige premier Olmert op 16 september 2008 aan de Palestijnse Autoriteit een heel gedetailleerd vredesplan voorlegde, waarin Israel verder ging dan ooit. Over het plan hebben Abbas en Olmerts opvolger, Livni nog enkele malen gesproken, maar het vredesoverleg werd tijdelijk door de Palestijnen afgebroken toen Israel eind 2008 Gaza binnenviel. Een actie overigens waarover het Palestijnse leiderschap, volgens de ‘Palestine Papers’, getipt zou zijn.

In zijn vredesplan bood Olmert de Palestijnen  de hele Gazastrook en 93,2% van de Westelijke Jordaanoever in Palestijnse aan. Daarnaast zou ter compensatie  5,5% Israelisch grondgebied aan de op te richten staat Palestina worden gegeven. De Palestijnen zouden dus in het totaal 98,7% van het gebied krijgen, dat Israel in 1967 veroverde op Jordanië en Egypte (voor zover het Gaza betreft).  Deze landruil betekende dat de grote nederzettingenblokken Gush Etzion, Maaleh Adumim, Givat Ze’ev en Ariel bij Israel zouden komen evenals de Joodse wijken in Oost-Jeruzalem.  (Over Har Homa zou later onenigheid ontstaan).  Israel zou een weg openen tussen Gaza en de Westoever, die onder Palestijnse controle staat. Jeruzalem zou worden verdeeld tussen Israel en Palestina. De Arabische wijken van die stad zouden in handen van de Palestijnse staat komen. De Tempelberg zou tijdelijk bestuurd worden door de VS, Saudi-Arabie, Jordanië en Egypte, totdat Israel en Palestina in onderhandelingen overeenstemming over de definitieve status hebben bereikt. Tienduizenden kolonisten zouden naar Israel moeten terugkeren.

Inzake de Palestijnse vluchtelingen toonde Olmert de bereidheid uit humanitaire  overwegingen  gedurende vijf jaar1000 personen per jaar op te nemen. Daarnaast konden Palestijnen naar Israel komen in het kader van familiehereniging.  Israel zou het lijden van de Palestijnse vluchtelingen erkennen, maar daarvoor geen verantwoordelijkheid nemen. 

Medio 2009 hebben Israelische en Palestijnse onderhandelaars op basis van dit plan nog enkele keren gesproken. Daarbij zouden volgens Al Jazeera de Palestijnen bereid zijn geweest het ‘recht’ op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen te beperken tot 100.000 personen. Ook zouden ze bereid zijn geweest Israel als Joodse staat te erkennen. Met name deze concessies worden door de Palestijnse onderhandelaars nu ontkend. 

 

Print

Either scripts and active content are not permitted to run or Adobe Flash Player version 10.0.0 or greater is not installed.

Get Adobe Flash Player
Meer info: 

Agenda

wo 11 jan - wo 21 mrt
College Israelische buitenlandse politiek
di 24 jan - ma 24 sep
CiJO's Fact Finding Mission Israel - schrijf je nu in!
vr 16 mrt - zo 18 mrt
1st European Maccabi Confederation Boxing and Kick Boxing Event
steun CIDI
Antisemitisme
Share |

Condoleeza Rice heeft gelijk: focus op bouwstop nederzettingen contraproductief.



CIDI voor kinderen
Volg CIDI op Twitter

Cidi webshop

Een staat, twee staten

Historisch overzicht en analyse van de voorstellen voor de oplossing van het Israelisch-Palestijns conflict sinds 1948. Door Benny Morris.

€ 17,95

Lesbrief en boek: Kernpunten van het Israelisch-Palestijns conflict

Voor HAVO/VWO-docenten die de achtergronden van het Israelisch-Palestijns conflict in de klas willen behandelen. Door Hadassa Hirschfeld.

€ 19,50

De zeven levens van de Protocollen van de Wijzen van Zion

Een antwoord op de vraag waarom er nog steeds mensen zijn die beweren dat deze vervalste antisemitische protocollen echt zijn. Door Prof. Dr. Klaas A.D. Smelik.

€ 17,95

Jeruzalem - verleden en toekomst

Een historisch onderbouwd relaas, dat diepgaand inzicht verschaft in Israels aanspraken op de stad Jeruzalem.

€ 3,40

Oorlog op Afstand

De betrokkenheid van Iran bij de terreurbewegingen Hezbollah, Hamas en Islamitische Jihad. Door Aaldert van Soest.

€ 12,95

De mythe van het joodse kannibalisme (ongecensureerd)

De ongecensureerde controversiele afscheidsrede van professor P.W. van der Horst aan de Universiteit van Utrecht over het antisemitisme in zijn historische context.

€ 9,95

Joden-haat en Zion's-haat - een drama in vijf bedrijven

Een bespreking van jodenhaat in zijn hedendaagse uitrusting. Door prof. dr. H.M. van Praag.

€ 18,95

Ondergang - deel 1 en 2

De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945. Tweedelig. Door dr. J. Presser.

€ 49,95
CIDI Postbus 11646 2502 AP Den Haag | T: 070-364 68 62 | F: 070-365 33 72 | E: | Giro 32.19.484 | Bank 465781810