| Centrum Informatie en Documentatie Israel > Israel Nieuwsbrief 1999 | ||
CIDI Israel Nieuwsbrief 1999 |
||
|
Commentaar - 10 februari 1999
Enquête Bijlmerramp Relatie met Israel geen reden voor geheimzinnigheidRonny Naftaniel Het valt te hopen dat de parlementaire enquêtecommissie naar de Bijlmerramp erin zal slagen de onderste steen boven te krijgen. Niets geeft burgers een machtelozer gevoel dan het vermoeden dat autoriteiten, die in de eerste plaats de belangen van de bevolking behoren te dienen, feiten verzwijgen. De bewoners van de Bijlmer hebben jarenlang geworsteld met een knagende onzekerheid over de inhoud van de lading van de neergestorte El Al-Boeing. Door de hoorzittingen hebben we nu voor het eerst een kijkje kunnen nemen achter de schermen van de besluitvorming ten tijde van de ramp. Die wijst er in deze fase van de enquête sterk op dat de betrokken ambtenaren, de verantwoordelijke minister May-Weggen ("er zaten bloemen en flesjes parfum aan boord") en El Al er allen, ieder op zijn eigen wijze, op uit waren zo min mogelijk informatie te verschaffen over de samenstelling van de lading. Geheimzinnigheid De afgelopen dagen is druk gespeculeerd wat de oorzaak van deze geheimzinnigheid is
geweest. Helemaal alleen aan El Al kan dit niet gelegen hebben. Uit de inmiddels beruchte
bandopname een half uur na de crash blijkt dat El Al aan de Luchtverkeersbeveiliging
verteld heeft, dat er chemicaliën, explosieven, gif en brandbare gassen aan boord waren.
(Anders dan over het algemeen gesuggereerd wordt, blijkt uit de transcriptie van het
gesprek niet dat El Al expliciet verzocht heeft deze gegevens "onder de pet te
houden"). Twee uur na de ramp haalde de politie de samenvatting van de
ladingsdocumenten bij El Al op. Op grond van die documenten concludeerde de directeur
luchtvaartinspectie, Wolleswinkel, dat de lading niet gevaarlijk was. Maar wat er volgens
de documenten van El Al (zelfs al waren die onvolledig) dan wel in de Boeing zat, bleef
evenals de inhoud van de beruchte bandopname in oktober 1992 voor het grote publiek
verborgen. Goede relaties Natuurlijk is het waar dat Nederland en Israel goede relaties hebben. Dat komt tot uiting in de politieke en militaire steun die ons land op essentiële momenten aan Israel gegeven heeft. Tijdens alle oorlogen heeft Nederland wapens aan Israel geleverd en toen het land in 1991 door Iraakse Scud-raketten werd bestookt, stuurden we Patriot-raketten om de Joodse staat te beschermen. Die gedragslijn wordt ruim door de Nederlandse bevolking ondersteund. Uit een vorig jaar mei gehouden opinie-onderzoek van het NIPO blijkt dat maar liefst 73% van de Nederlanders achter de speciale band tussen beide landen staat. Slechts 3% verklaart zich hiervan een tegenstander. De belangrijkste reden voor die sympathie blijkt solidariteit met het Joodse volk (27%) te zijn, gevolgd door schuldgevoel en morele plicht (23%), godsdienst (14%), aardige mensen/vakantie (8%) en het vredesproces (7%). Schuldgevoelens over de Tweede Wereldoorlog spelen dus relatief een beperkte rol. Veiligheidsbehoeften Gezien de sympathie die er in Nederland voor Israel bestaat, is het verklaarbaar dat onze regering eigenlijk nooit veel problemen heeft gehad met de specifieke veiligheidsbehoeften, die het opereren van El Al op Schiphol met zich meebrengen. Sinds de vliegtuigkapingen in de zeventiger jaren heeft de Israelische luchtvaartmaatschappij een netwerk van eigen bewapende veiligheidsagenten in dienst, die passagiers en vracht controleren. In de loop der jaren hebben ze verschillende aanslagen weten te verijdelen. Deze veiligheidsbeambten functioneren vrijwel in elk land waarop El Al vliegt, maar omdat Schiphol voor El Al zo'n belangrijk doorvoercentrum is, is hun aanwezigheid hier bepaald opvallend te noemen. Bovendien heeft El Al van de Nederlandse regering in de periode 1990-1996 24 maal toestemming gekregen om wapens en munitie door te voeren. Omdat Israels bestaan deels afhangt van zijn vermogen zich te kunnen verdedigen, getuigt het van echte betrokkenheid, dat de Nederlandse regering dit soort vluchten toestaat. De enige eis die men eraan behoort te stellen is uiteraard, dat alle voorwaarden voor de Nederlandse volksgezondheid in acht worden genomen. Sinds 1996 schijnen de wapen- en munitievluchten van El Al overigens vooral via de Azoren te gaan. Vervoerscentrum De gunstige ligging van Nederland tussen de VS en Israel en ons vriendelijke politieke klimaat hebben ertoe geleid dat Schiphol voor El Al het belangrijkste vervoerscentrum buiten het eigen land is geworden. Omgekeerd geldt dat echter ook en dat is een kwestie die bij de discussies over de geheimzinnigheid omtrent de verongelukte Boeing tot dusverre nauwelijks aandacht heeft gekregen. Uit cijfers van Schiphol blijkt dat in de laatste vijf jaar het vrachtvervoer van en naar Tel Aviv steeds zo'n 10% is geweest van de totale vrachtafhandeling op Schiphol. De transporten van en naar Tel Aviv zijn bijna tweemaal zo groot als die van en naar New York en groter dan die van en naar alle EU landen tezamen. In 1997 ging 62.022 ton goederen naar Tel Aviv en ontving Schiphol 40.953 ton uit Israel. Werkgelegenheid Het is duidelijk dat El Al, die een belangrijk deel van het vervoer van en naar Israel voor zijn rekening neemt, voor de werkgelegenheid op Schiphol van eminent belang is. De nationale luchthaven heeft in de loop der jaren een reputatie opgebouwd als een leeuw op te komen voor zijn economische belangen, zelfs als daarvoor milieu-eisen geschonden moesten worden. Steeds holden de betrokken bewindslieden achter de feiten aan en stelden vervolgens hun normen bij. Het is derhalve heel goed mogelijk, dat de angst om El Al als goede klant te schofferen ertoe heeft bijgedragen, dat de Rijksluchtvaartdienst geen eigen verantwoordelijkheid heeft durven nemen informatie over de lading van de Boeing te geven. Was men soms bang dat El Al zijn vrachtafhandeling naar een andere Europese luchthaven zou verplaatsen? Als dit het geval is, hebben we te maken met een plat economisch belang, dat met de bijzondere relatie tussen Nederland en Israel nauwelijks verband houdt. Vertrouwen in overheid Maar ook als uit het vervolg van de parlementaire enquête zou blijken dat bovenstaande theorie onjuist is, blijft overeind dat ambtenaren, zonder daarvoor van het hoogste politieke niveau toestemming te hebben gekregen, nimmer feiten mogen verzwijgen. Zulk gedrag ondermijnt het vertrouwen in de overheid en heeft in zijn essentie niets te maken met de kwaliteit van de betrekkingen tussen Nederland en Israel of welk land dan ook. Uiteindelijk is het feit dat het eerste en enige El Al-vliegtuig dat ooit is neergestort, in het bevriende Nederland terecht kwam, een toevallige, zij het uiterst tragische, gebeurtenis. Waar het nu vooral om gaat is dat we leren van de sedert 4 oktober 1992 gemaakte fouten. Als de enquêtecommissie boven water krijgt om welke reden er indertijd zo geheimzinnig is gedaan, wie verantwoordelijk waren en hoe we voortaan kunnen voorkomen dat ambtenaren zelf uitmaken wat goed of slecht voor de mensen is, zal hopelijk iets van de onvrede over de geheimzinnigheid rondom de ramp kunnen worden weggenomen. Dit artikel verscheen ook in Trouw van 9 februari 1999. |
||
| (c)CIDI, 2003 | ||