Centrum Informatie en Documentatie Israel > Israel Nieuwsbrief 2001 www.cidi.nl - Terug naar Home Page
 

CIDI Israel Nieuwsbrief 2001

 
  Artikel - 8 november 2001

Israel betaalt de prijs voor de misdaden tegen de Verenigde Staten

In een discussiebijdrage ging de Economist vorige maand in op de beschuldigingen dat het Palestijns-Israelisch conflict een van de redenen vormt voor de terreuraanslagen van het El Qaida netwerk. Het artikel betrekt daarbij de historische relatie tussen de VS en Israel en concludeert dat Washington tot dusverre niet eenzijdig pro-Israel is geweest. Hieronder volgt een samenvatting.

De beschuldiging dat, als Israel de Arabieren niet boos had gemaakt, de aanval mogelijk niet zou hebben plaatsgevonden, kan snel worden weerlegd. In het fatwa dat Osama Bin Laden in 1998 uitvaardigde geeft hij drie redenen voor zijn oorlog met Amerika en daarbij komt Israel op de laatste plaats, na Amerika's "bezetting" van Saoedie-Arabië tijdens de Golfoorlog en de voortdurende Amerikaanse aanvallen op Irak. Bin Ladens eerste grote wandaden, de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania, vielen samen met een periode van ongewoon optimisme in het Israelisch-Palestijns vredesproces en het was geruime tijd voor het uitbreken van de Palestijnse intifada. In de Palestijnen heeft hij nauwelijks interesse getoond en zij, en dat is te waarderen, hebben tot dusverre nauwelijks interesse in hem getoond.

Een andere beschuldiging luidt dat de steun voor Israel Amerika's reputatie in de Arabische en islamitische wereld ondergraaft en bijgevolg bemoeilijkend werkt op de Amerikaanse inspanningen een coalitie tegen het terrorisme te vormen. Dit staat buiten kijf. Als de joodse staat niet zou bestaan zouden Amerika's relaties met de Arabische wereld eenvoudiger zijn. De Amerikaanse minister van Defensie James Forrestall voorzag dit in 1948 al, toen hij Harry Truman ervan probeerde te overtuigen de nieuwe staat niet te erkennen. Hij vreesde dat zulks de Arabieren zou irriteren en de Amerikaanse toegang tot hun olie zou belemmeren. Maar omdat Israel bestaat, en beschikt over een geboortebewijs van de VN, is het juist dat Amerika die staat steunt.

Sympathieke vriend

In de eerste twintig jaar van Israels bestaan was Amerika eerder een sympathieke vriend dan een hechte bondgenoot. Truman zelf hield de nieuwe staat op afstand. In 1957 dwong Eisenhower Israel om zich terug te trekken uit het Sinai-schiereiland, dat het was binnengevallen in het kader van het Anglo-Franse Suez-avontuur. Tot het midden van de jaren zestig was het Frankrijk, niet Amerika, dat Israel wapens leverde. Tot Richard Nixon had niet één Amerikaanse president een voet in Israel gezet.

De ommekeer kwam in 1967. Israels opmerkelijke overwinning in de Zesdaagse Oorlog sprak tot de verbeelding van de Amerikaanse joden, leidde tot de stichting van een machtige Israel-lobby in de binnenlandse Amerikaanse politiek en bracht Amerikaanse politici op het idee dat Israel een behulpzame rol zou kunnen spelen in de Koude Oorlog. Als dynamische verwesterlijkte democratie deed Israel het in Amerika beter dan de op de Sovjet-Unie georiënteerde Arabische dictaturen Syrië en Egypte. Maar op geen enkel moment heeft Amerika het idee goedgekeurd dat Israel de in 1967 veroverde gebieden op rechtmatige wijze zou kunnen behouden. Amerika heeft sinds 1967 achter de land-voor-vrede-formule gestaan zoals die werd vastgelegd in resolutie 242 van de Veiligheidsraad. Opeenvolgende regeringen hebben de joodse nederzettingen in de gebieden betiteld als onwettig onder het internationaal recht en als een obstakel voor vrede.

Had Amerika na 1967 meer moeten doen om resolutie 242 te implementeren? Misschien. Maar zij die dat zeggen vergeten hoe de zaken tussen Israel en de Arabische landen er al die jaren hebben voorgestaan. Van 1948 tot 1979, toen Egypte de gelederen verbrak, hebben alle Arabische staten net als de Palestijnen geweigerd Israels bestaansrecht te aanvaarden, onder welke omstandigheden en binnen welke grenzen dan ook. Wat betreft resolutie 242: de Palestijnen zelf hebben die steeds van de hand gewezen. Er kan, zo sprak de Arabische Liga dat jaar in Khartoum, geen sprake zijn van onderhandelingen met, erkenning van, of vrede met de Joodse staat.

Veertig jaar nee-zeggen

Deze onbuigzaamheid is nu geschiedenis. Er zijn nog maar enkele regeringen, zoals die in Irak en Iran, die voorstellen Israel van de kaart te vegen. Maar de geschiedenis heeft consequenties. Een daarvan was dat het voor Israel gemakkelijker is geweest om nederzettingen te bouwen. Veel nederzettingen van de eerste generatie werden om strategische redenen gerechtvaardigd, en dat was enigszins logisch toen de buurlanden op Israels vernietiging uitwaren. Een andere consequentie was het blokkeren van de diplomatie. Hoe kon Amerika zich "evenwichtig" opstellen als de eis van de een de vernietiging van de ander was? De Arabische afwijzing duurde een schandalig lange periode. Jasser Arafat wachtte veertig jaar en vijf oorlogen voordat hij het terrorisme afwees en Israels bestaansrecht erkende.

Bill Clinton

Arafats beslissing Israel te erkennen was een doorbraak. En wanneer zulke doorbraken bemiddelingskansen creëerden, hebben de meeste Amerikaanse presidenten die geprobeerd te grijpen. Richard Nixon bekeek het conflict door een Koude Oorlogsbril, met het Midden-Oosten als regio waar cliëntstaten konden worden gewonnen en een oorlog tussen de supermachten kon worden voorkomen. Maar zelfs Nixon probeerde de troepenscheidingsakkoorden van na de Jom Kippoeroorlog van 1973 in iets substantiëlers te veranderen. Jimmy Carter, handelend vanuit een christelijk geloof in de mogelijkheden van vreedzaam compromis, probeerde uit alle macht Sadats verbluffende reis naar Jeruzalem in een bredere Arabisch-Israelische regeling te doen resulteren. Carter concipieerde de eerste versie van de Camp David overeenkomst. Als beloning voor hun vredesverdrag geeft het Congres Israel jaarlijks drie miljard en Egypte twee miljard steun.

Ronald Reagan, ofschoon een bewonderaar van Israel, was een bittere tegenstander van Menachem Begins invasie van Libanon in 1982. Hij stuurde Amerikaans mariniers, waarvan er honderden werden gedood, om de evacuatie van de PLO uit Beiroet te begeleiden.

Bill Clinton verrichtte een buitengewone inspanning door eerst de Oslo-akkoorden mogelijk te maken en vorig jaar premier Barak en Arafat in Camp David uit te nodigen. Wat ging er mis?

De Palestijnen beweren dat de topontmoeting prematuur was en dat Israel niet genoeg concessies deed. Dennis Ross, de ervaren Amerikaanse diplomaat, zegt evenwel dat Israel een genereus aanbod op tafel legde, maar dat Arafat daar niet op reageerde en vasthield aan de mythe van het slachtofferschap. President Clinton stelde de oprichting van een Palestijnse staat voor.

George Bush

Toen George Bush president werd waren de zaken geheel in stijl uit de hand gelopen. Camp David was mislukt, de Palestijnen waren een nieuwe intifada begonnen en Ariel Sharon, een hardliner van de Likoedpartij, had Barak vervangen.

Het geweld werd begonnen door de Palestijnen. Terecht of niet, zij denken zelf dat zij een nationale bevrijdingsstrijd vechten. Hun doel is Israel met geweld uit de gebieden te verdrijven en als middelen gebruiken zij het neerschieten van Israelische soldaten, het hinderlagen leggen voor Israelische automobilisten, het leggen van mijnen en het plaatsen van autobommen en - waar het gaat om Hamas en de Islamitische Jihad - om het plegen van zelfmoordbomaanslagen op jeugdclubs en pizzarestaurants. Israel stelt zich tot doel die terroristen te stoppen.

En dat betekent: blokkades, uitgaansverboden, dodelijk geweervuur tegen gewelddadige betogers en de eliminatie, vaak met gevechtshelikopters, van als bendeleiders gekenschetste personen.

Amerika kan op een fluitje blazen en hopen op een gevechtspauze, maar geen van de partijen is er tijdens deze krachtmeting happig op geweest zich onder vuur terug te trekken.

Nu Amerika bondgenoten nodig heeft probeert het harder dan ooit tevoren een staakt-het-vuren te handhaven. Arafat was sneller dan Sharon bij het onderkennen van de voordelen die kunnen worden geoogst door zich gehoorzaam te tonen. Maar de Amerikanen bliezen al lang voor 11 september op hun fluitje.

Als hij zijn oorlog met het terrorisme voltooid heeft en zijn Arabische helpers beloond moeten worden, zal Bush waar het gaat om het rekening houden met de Israelische angsten, wel eens minder geduld kunnen opbrengen dan zijn voorgangers. Met de Amerikaanse veiligheid in de waagschaal zal Bush minder om Israel geven. Maar in dat geval zal Amerika niet betalen voor de misdaden van Israel; Israel zal betalen voor de misdaden tegen Amerika.

 
  (c)CIDI, 2003