| Centrum Informatie en Documentatie Israel > Israel Nieuwsbrief 2002 | ||
CIDI Israel Nieuwsbrief 2002 |
||
Commentaar - 23 oktober 2002
Illegale nederzettingenRonny Naftaniel Het is bijna zeven jaar geleden dat premier Jitschak Rabin gedood werd door een extremistische Israeli. Aangezet door de voortdurende hetze van sommige kolonisten en hun geestelijke leiders geloofde de moordenaar van Rabin dat diens pogingen de bezette gebieden op te geven in ruil voor vrede, verraad waren aan de Joodse zaak. Afgelopen week liet een soortgelijke groep fanatici van zich horen. Ze verzetten zich met geweld en stenen tegen pogingen van de Israelische regering een illegale nederzetting, Havat Gilad, te ontruimen. Daarbij vielen tientallen gewonden, ook aan de kant van het Israelische leger. De nederzetting is op van Palestijnen gekochte grond opgericht, ter nagedachtenis aan Gilad Zar, een veiligheidsofficier in het Israelische leger, die in mei 2001 bij een Palestijnse overval werd gedood. Er bestaan op de Westelijke Jordaanoever inmiddels tientallen van dit soort illegale nederzettingen, die in strijd met de officiële regeringspolitiek zijn opgericht. Het beleid is sinds de Oslo-akkoorden (die overigens hierover niets voorschrijven) dat de regering geen nieuwe nederzettingen meer bouwt. Wel kunnen bestaande vestigingen worden uitgebreid. Sinds geruime tijd voert minister van defensie Ben Eliëzer oorlog tegen de illegale nederzettingen. Hij heeft er al twintig ontruimd en is van plan, zoals hij zondag aankondigde, ze allemaal te verwijderen. Premier Sjaron, die zelf in 1982 de Joodse nederzettingen (5.000 inwoners) in de Noord-Sinaï met geweld ontruimde, steunt Ben Eliëzer. De ontruiming van dit weekeinde gaat gepaard aan een paralleldiscussie over de ontheiliging van de Sjabbat, aangezien de actie gedeeltelijk op zaterdag plaats had. De Nationaal Religieuze Partij, die de kolonisten steunt, vindt zelfs dat Ben Eliëzer hierom moet aftreden. Deze onvermijdelijke ruzie daargelaten, kan men niet anders dan concluderen dat het gedrag van de kolonisten die in gevecht met het leger gingen, schandelijk en schadelijk is. Het is volstrekt onacceptabel dat een groep mensen, verblindt door extremistische motieven, zich met zwaar geweld keren tegen de democratische besluiten van de Israelische regering. Jonge Israelische militairen, die het al moeilijk genoeg hebben met de terreur van de andere kant, worden van deze anarchie het onnodige slachtoffer. Het beetje respect dat kolonisten de afgelopen tijd bij sommige Israeli’s hebben opgebouwd met hun vastberadenheid het Palestijnse terrorisme te weerstaan, wordt vernietigd door deze fanaten die opzettelijk het wereldlijk gezag tarten. Hun opdracht in het leven lijkt louter te bestaan uit het (weg)pesten van Palestijnen. Een paar dagen geleden werden Palestijnen die hun olijven kwamen oogsten, onthaald op een regen van stenen. Het optreden van Ben Eliëzer tegen deze levensgevaarlijke groep komt geen moment te laat. Te vaak hebben extremisten aan beide zijden kans gezien de loop van de geschiedenis van het Midden-Oosten te bepalen. |
||
| (c)CIDI, 2003 | ||