Israel boos over nieuwe symboolpolitiek van de EU

european-unionIn Israel wekte het veel ophef: de Europese Commissie publiceert morgen nieuwe richtlijnen voor het toekennen van subsidies en beurzen waarin staat dat “Israelische entiteiten” met activiteiten in bezet gebied daarvoor niet in aanmerking komen.

De EU en individuele EU-landen als Nederland maken al jaren duidelijk dat verdragen en afspraken met Israel niet gelden voor de gebieden buiten de Groene Lijn, omdat die volgens hun niet tot Israel behoren. De EU en ook Nederland handelen hier ook al jaren naar. Wat dat betreft brengen de nieuwe richtlijnen helemaal niets nieuws.

Afspraken tussen de EU en Israel over douanetarieven worden al jaren niét toegepast voor de gebieden en datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een verdrag tussen Nederland en Israel over de controle op uitkeringen zoals de kinderbijslag. Toen de wet Beperking Export Uitkeringen in januari 2003 zou ingaan, bekeek de Nederlandse ambassade in Tel Aviv heel precies de adressen van alle uitkeringsgerechtigden om ze in te delen in “goede” en “foute” woonplekken. AOW-ers die per ongeluk in een verkeerde straat in Jeruzalem woonden, die volgens de Sociale Verzekeringsbank ligt in het land “Israel: bezette gebieden”, kregen in 2002 een brief thuis dat hun AOW fors omlaag zou gaan en anderen hoorden dat hun kinderbijslag werd gekort of stopgezet.

Tien jaar na dato is er geen reden hier opnieuw boos over te worden. Evenmin is er reden om te zeggen dat de EU ‘nu eindelijk de daad bij het woord voegt’ of ‘pas nu de consequenties neemt van het EU-standpunt over de bezetting’, zoals de laatste dagen hier en daar in Nederlandse media te lezen viel. Maar met de nieuwe richtlijnen gaat de EC veel verder.

Waar in het verleden de EU, inclusief Nederland, eenvoudig zelf vaststelde waar verdragen wel van toepassing waren en waar niet, beginnen zij nu beginselverklaringen te eisen van Israelische organisaties.
Elke organisatie in Israel – behalve als hun activiteiten voldoen aan het door de EU gevoerde ‘vredesbeleid’ – wordt uitgesloten van beurzen en subsidies als zij enige activiteit ontplooit in de gebieden, of dat nu in het kader van de betreffende subsidie is of anderszins. Elke organisatie die een beurs- of subsidieaanvraag wil doen, moet vanaf 2014 een declaration of honour overleggen. In die verklaring moeten zij plechtig beloven geen enkele activiteit te ontplooien, direct of indirect, binnen of buiten het verband van de aanvraag, in die gebieden.
En dit geldt niet alleen voor de Westbank, maar ook voor de Golan en voor Oost-Jeruzalem. En terwijl van andere onderdelen van deze richtlijnen de regering is uitgesloten, geldt de plicht om die verklaring af te leggen ook voor ministeries. Sterker, ontmoetingen om te spreken over te subsidiëren projecten mogen niet eens plaatsvinden in de door de EU aangewezen no go gebieden.

Zeker in Jeruzalem, waar alle regeringsinstanties gevestigd zijn en waar de grens die de EU aanlegt van straat tot straat verschilt, zal het vrijwel onmogelijk zijn op deze manier te werken. De eerste reactie van de Israelische premier Netanyahu op deze arrogante EU-eisen mag geen verbazing wekken: ‘Wij accepteren geen dictaten van buitenaf over onze grenzen’, liet hij weten. ‘Die kwestie wordt uitsluitend beslist in rechtstreekse onderhandelingen.’

Met het eisen van plechtige beloften die vrijwel onuitvoerbaar zijn, zet de EU de achterdeur open voor een boycot van alle organisaties in Israel. En met het publiceren van deze richtlijnen loopt de EU bovendien vooruit op de resultaten van onderhandelingen, terwijl de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken zich het vuur uit de sloffen loopt om de partijen rond de tafel te krijgen.

De EU rijdt hiermee de missie van Kerry in de wielen, zeggen de Israelische premier en minister Livni van Justitie, die verantwoordelijk is voor de vredesonderhandelingen.
Als om dat te bewijzen, liet Netanyahu daags voor de publicatie van de nieuwe richtlijnen weten dat hij niet bij voorbaat akkoord is gegaan met het vaststellen van de grenzen langs de lijn van 1967 met landruil – een uitspraak die ook besprekingen niet echt dichterbij brengt – en leverde de PA maar weer een nieuw lijstje met voorwaarden vooraf in.