Kamer verwerpt antisemitisme, maar wat te doen?

onbevoegdgezagDe Tweede Kamer debatteerde donderdag over antisemitisme, nog naar aanleiding van antisemitische uitspraken van Arnhemse jongeren in het TV-programma Onbevoegd gezag in februari vorig jaar. Veel van de spreektijd werd besteed aan kritiek op aanvrager Van Klaveren (PVV), wiens partij samenwerkt met o.a. het Front National, en aan tegenaanvallen van Van Klaveren op de partijen die hem bekritiseerden.

Alle sprekers wezen het antisemitisme af. Het debat, met de ministers Asscher (Sociale Zaken en Integratie) en Opstelten (Justitie), moest gaan over de oorzaken en aanpak ervan. Aanvrager Van Klaveren en onafhankelijk Kamerlid Bontes wezen de islam aan als voornaamste bron van antisemitisme. Azmani (VVD), Karabulut (SP) en ook Heerma (CDA) signaleerden een groei van de intolerantie. Zij zien vooral het opgroeien in gesloten gemeenschappen als oorzaak en vroegen naar maatregelen tegen deze segregatie. Dat moet dan in elk geval niet leiden tot een ‘verplichte menging van scholen’, merkte Asscher in zijn antwoord op.

Asscher zag de rondetafelgesprekken met een breed scala van organisaties, die kort na het Arnhemse incident zijn gestart, als een positieve stap naar een oplossing hiervoor. Dit past in zijn mening dat vooral de omgeving een grote rol moet spelen bij het tegengaan van intolerantie.
Verschillende Kamerleden zagen, mét Asscher, een grote rol voor het onderwijs. Er werden vragen gesteld door Heerma (CDA), Yücel (PvdA) en Voortman (GL) over het feit dat leraren soms de Holocaust niet aan de orde durven te stellen. Dit onderwerp staat in de kerndoelen waaraan het onderwijs aandacht moet besteden en als dat niet gebeurt, moet de inspectie optreden. Die onderzoekt op dit moment hoe het daarmee is gesteld, zei Asscher (de minister van Onderwijs was niet aanwezig bij het debat). Zonodig moeten leraren hierin ondersteund worden. Spreken over antisemitisme zou volgens hem bij Burgerschapskunde moeten gebeuren.

Net als in voorgaande debatten over dit onderwerp, vroegen verschillende Kamerleden om onderzoek dat de omvang duidelijk moet maken. Dijkgraaf (SGP) en Segers (CU) noemden een Belgisch onderzoek naar vooroordelen onder jongeren.  De Universiteit van Amsterdam gaat daar in samenwerking met de gemeente Amsterdam ook onderzoek naar doen, vroeg Segers: zou het niet goed zijn als dit landelijk werd gedaan? Asscher echter meent dat een gepland onderzoek naar de ‘triggers’ van antisemitische uitingen voldoende is. Het is bekend dat voetbal, Israelische acties tegen Palestijnen en berichten die appelleren aan anti-Joodse vooroordelen over bijvoorbeeld ‘Joden en geld’ aanleiding kunnen zijn van antisemitische uitingen.

Ook de registratie van antisemitische incidenten door de politie en de afhandeling daarvan door Justitie kwamen net als bij vorige debatten aan de orde. Segers (CU) wees erop dat de politie bij het registreren van aangiftes allerlei opties heeft, maar antisemitisme staat daar niet specifiek bij. Hij vroeg om een goede registratie en informeerde of die nu op orde is. Opstelten is hierover nog steeds niet helemaal tevreden, maar er wordt nog steeds gewerkt aan verbetering van het systeem. Opstelten prefereert net als zijn voorgangers een analyse achteraf boven de optie om de politie bij aangifte te laten aangeven dat er antisemitisme in het spel is. Hij vroeg Segers, die hierover een motie overweegt, meer tijd om het huidige systeem te verbeteren.

PvdA-Kamerlid Yücel vroeg naar de afhandeling door Justitie: komen de daders bij discriminatie-incidenten niet te gemakkelijk en straffeloos weg? Nee, antwoordde Opstelten, die het echter ‘zelf ook niet duidelijk vindt’ dat het aantal aangiftes bij de politie steeg, terwijl het aantal zaken dat het OM afhandelde, daalde. De oorzaak van dit verschil wordt nu op zijn verzoek door het OM onderzocht.

De Kamer stemt 21 januari over de ingediende moties.

Lees de complete handelingen van het debat hier (scroll of zoek naar ‘noodklok’
Lees hier de Kamerbrief van Asscher over afspraken mbt antisemitismebestrijding