Knesset stemt voor reguleringswet

Gisteren heeft het Israelische parlement – de Knesset – de “Wet voor het reguleren van wonen in Judea en Samaria” aangenomen. 60 leden stemden voor deze wet, 52 leden tegen. 8 Knesset-leden, waaronder minister-president Netanyahu, waren afwezig en stemden niet.

Wat houdt de “reguleringswet” in?

De “Wet voor het reguleren van wonen in Judea en Samaria” heeft als doel de status van omstreden Joodse huizen op de westelijke Jordaanoever (“Judea en Samaria” in de wetstekst) te legaliseren. Deze huizen (zo’n 2.000 in totaal) staan op Palestijnse privé-grond. Volgens de wet zal de grond waarop de huizen staan formeel niet van eigendom veranderen, maar zal hun gebruikrecht worden overgenomen door de staat. De Palestijnse eigenaren zullen worden “gecompenseerd” en kunnen kiezen tussen een geldbedrag (hoger dan de reële waarde) of een alternatief grondstuk elders.

Stemming in de Knesset

Coalitiepartij Het Joodse Huis, die deze wet heeft geïnitieerd, heeft de indiening van en stemming over deze wet meerdere malen ‘vooruitgeschoven’. Ook nu verzocht premier Netanyahu om ermee te wachten; hij was net op bezoek bij de Britse premier May. Zijn coalitiegenoten hebben zijn verzoek desondanks genegeerd en de wet in stemming gebracht.

Vóór de wet stemde bijna de gehele coalitie, 60 van de 120 Knesset-leden. Tegen stemden 52 leden, waaronder Benjamin Begin, partijgenoot van Netanyahu en zoon van de voormalige premier Menachem Begin. Ook Olrly-Levi-Abaksis, dochter van de voormalige Likud-minister van Buitenlandse Zaken David Levi en zelf lid van coalitiepartij Israel ons Huis heeft tegen de wet gestemd. Acht Knessetleden, waaronder premier Netanyahu (*), waren afwezig.

Juridische situatie

De Westelijke Jordaanoever is sinds 1967 door Israel bezet (vanaf 1948 tot die tijd was het bezet door Jordanië). Volgens internationaal recht draagt de bezetter verantwoordelijkheid voor het gebied en zijn inwoners totdat er een politieke overeenkomst is bereikt. Op de Westelijke Jordaanoever vervult de Militaire Gouverneur deze taak. Hij is o.a. belast met het bewaken van eigendomsrechten van zowel “aanwezige” als “afwezige” eigenaren. Dat wil zeggen, ook degenen die er niet wonen. Uitzondering op deze regel is het confisqueren van land op grond van urgente veiligheidsoverwegingen. Land dat niet “privé-eigendom” is heeft een andere status.  De Israelische wet staat het bouwen van nederzettingen op land wat niet privé-eigendom is toe. Deze nieuwe en omstreden wet is in het leven geroepen voor de nederzettingen van de andere categorie: gebouwd op privé-eigendom van particuliere Palestijnen.

Het Israelische hooggerechtshof heeft zich vaker over dit vraagstuk uitgesproken. De nederzetting Amona, die trigger was voor deze wet, is hier een voorbeeld van. Het hooggerechtshof heeft bepaald dat de nederzetting illegaal is omdat het op Palestijns privé-grond is gebouwd. Dit geldt ook voor de alternatieve locatie die door de Israelische overheid is voorgesteld. Daarom is Amona, na jaren procederen overigens, op 1 februari jongstleden ontruimd.

Wat zijn de juridische bezwaren tegen deze wet?

Dr. Mandelblit is de Israelische procureur-generaal en in die hoedanigheid de juridische adviseur van de regering. Volgens hem wordt met deze wet de juridische situatie in bezet gebied gewijzigd, wat volgens het internationaal recht niet mag omdat het zal betekenen dat de Israelische wet daar dan opeens ook van toepassing is. Zo’n act is, aldus dr. Mandelblit, een aanzet tot annexatie. Dit heeft natuurlijk niet alleen juridische maar ook politieke consequenties.

Bovendien is het overnemen bij wet van privé-eigendom – een de-facto onteigening –  in strijd met internationaal én Israëlisch recht en daardoor onwettig. De regering heeft het advies van haar belangrijkste juridische adviseur naast zich neergelegd; dat schept volgens de procureur-generaal een gevaarlijk precedent.

Wat is de volgende stap?

Dr. Mandelblit verklaarde gisteren (7 febr.) dat hij een spoedprocedure zal opstarten bij het Hooggerechtshof om de wet alsnog onwettig te laten verklaren.

De aangewezen persoon voor de verdediging is de juridische adviseur van de Knesset, waar de wet is aangenomen.
Aangezien hij echter zelf een tegenstander van deze wet is zal de regering hoogstwaarschijnlijk een andere advocaat in de arm nemen.

Wat zal het Hooggerechtshof doen?

Uiteraard weten we de uitkomst nog niet, maar juridische experts verwachten dat het Hooggerechtshof deze wet onwettig zal verklaren en het hiermee naar de prullenbak zal verwijzen. Dat is geen unicum in Israel.

De Hooggerechtshof ziet zichzelf als de hoeder van de democratie en waakt over de zuiverheid van de Israelische wetgeving in lijn met het juridische systeem en de “basiswetten”.  Israel heeft geen Grondwet. De zogenaamde “basiswetten” vervullen deze rol. Wetten worden ook vaak getoetst aan de Onafhankelijkheidsverklaring van Israel.

Wat zijn de bezwaren van de tegenstanders?

De voltallige oppositie is tegen deze wet. De diverse partijen hebben hun eigen motivaties om de wet te bekritiseren en daarvoor hebben ze morele, juridische, politieke en praktische argumenten. Over de timing van deze wet, over de internationale positie van Israel, over de relatie met de rest van de wereld, en natuurlijk over de vraag wat de gevolgen van de wet zullen zijn. Betekent dit feitelijk annexatie en dus het opnemen van zo’n 2 miljoen Palestijnen als burgers van Israel? Hiermee zal Israel de twee-staten oplossing loslaten met alle consequenties van dien, aldus de critici. Ook zijn er morele en praktische bezwaren: Hoe kan een staat op deze manier met terugwerkende kracht onwettig, crimineel gedrag goedkeuren en legitimeren? Wat betekent dit voor alle andere illegale bouwactiviteiten waartegen menige gemeente strijdt?…

(*)Anders dan in Nederland, is het in Israel gebruikelijk dat Regeringsleden ook lid zijn van de Knesset. Dit is ook het geval in bijvoorbeeld Groot Brittannië en Frankrijk. Het Israelische rechtssysteem is opgebouwd op het Britse rechtssysteem dat van kracht was in het gebied tot 1948.