BIJEEN juli/augustus 2003
Ronny Naftaniel (54)
Als jood kun je niet om Israël heen
Hij is trots op Israël. Volgens Ronny Naftaniel, al 23 jaar directeur
van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi), kan Nederland
wel wat van dat land leren als het om de opvang van immigranten gaat.
Met BIJEEN sprak hij over joods zijn, Ajax, gemengde huwelijken, zijn
respect voor Israël en natuurlijk het groeiende antisemitisme. Want
uit het recente jaarverslag van het Cidi blijkt dat anti-joodse incidenten
sterk zijn toegenomen.
Ronny Naftaniel (54), vader van vier kinderen, werkt sinds 1976 bij het
Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi). In 1980 werd hij
er directeur en dat is hij nog steeds. "Gek hè? Ik ben nog
steeds bevlogen, omdat ik eindelijk een keer vrede wil in het Midden-Oosten." Hij
zit er ontspannen bij en lacht veel. Het ontbreekt hem niet aan relativeringvermogen,
zoals vaak lijkt als hij wordt geciteerd in de media.
Geregeld wordt Naftaniel opgevoerd als woordvoerder van 'de' Nederlandse
joodse gemeenschap. Tot in de supermarkt vragen mensen hem naar zijn
mening over joodse kwesties. Om er af en toe van los te komen, gaat hij
naar concerten, exposities en veilingen. Hij is nu eenmaal een groot
kunstliefhebber. Het zal dus wel geen toeval zijn dat zijn vrouw, die
hij ontmoette in de joodse mensa, kunstenaar is. En in zijn kantoor hangt
aan elke muur minstens één schilderij. Op de parketvloer
staat een wat abstracte vioolspeler, gemaakt van schroot. Naftaniel is
altijd een politiek dier geweest. Hij was behoorlijk links in zijn jonge
jaren - actief in de Provo-beweging en tegen het Nederlandse lidmaatschap
van de NAVO - en een einzelgänger op het Amsterdams Lyceum, waar
rechtsere types op zaten. Hij was er de enige die een wit spijkerpak
droeg, vertelt hij, in die tijd een duidelijke uiting van tegendraadsheid.
Tijdens zijn studie had hij met een aantal vrienden een joods café in
Amsterdam. Hij zette de Werkgroep Israël op toen hij in 1973 tijdens
de Jom Kippoeroorlog het gevoel kreeg dat de natuurlijke sympathie die
mensen hadden voor Israël verwaterde door de olieboycot van Arabische
landen. "Want kom je bij een Nederlander aan de portemonnee, dan
is hij plotseling minder dominee en zijn z'n principes minder belangrijk." Voor
de duidelijkheid: hij lacht bij die opmerking.
Wat betekent het joods-zijn voor u?
"Ik ben geen religieuze jood. Ik volg wel een beetje de joodse
traditie en ik ben lid van de Liberale Joodse Gemeente. Maar voor mij
is het behoren tot het volk, de traditie, gemeenschappelijke wortels en een bepaalde
visie op hoe je moet leven het belangrijkst. Bijzonder daarin vind ik
het belang van kennis, het moeten leren. En joden zijn meesters in het
ter discussie stellen van allerlei vaste kwesties, in debatteren. Joden
hebben onderling een band, omdat je als volk ondanks de vervolging en
ellende er toch in slaagt voort te leven. Dus het gaat om een zeker optimisme,
om door te gaan ondanks de narigheid."
Heeft u het idee dat het antisemitisme is toegenomen de laatste tijd?
"Ja, maar sommige mensen overdrijven het. Zoals een bevriende rabbijn
riep: het water staat me tot aan de lippen..."
Meneer Evers?
"Ja. Maar ik voel dat niet zo."
Maar uit het net verschenen jaarverslag van het Cidi over 2002 blijkt
dat het antisemitisme ernstig is toegenomen.
"Met 140 procent tot 337, ja. Het is ziet er weinig rooskleurig uit. Ik
vind het verontrustend dat het zoveel jongeren betreft en dat het om
ernstige zaken gaat als scheldpartijen en mishandelingen. Tegelijkertijd,
als je het afzet tegen het buitenland - maar misschien moet je dat niet
doen - waar synagogen in brand worden gestoken en dergelijke, dan valt
het mee. Dat gebeurt hier niet. Wat ik zorgelijk vind, is dat je vroeger
gemakkelijker kon aangeven waar het vandaan kwam: je had extreem-rechtse
groeperingen, fundamentalistische christenen en er waren bedrijven die
joden weerden omdat ze zakendeden met het Midden-Oosten. Verder waren
er natuurlijk de burenruzies waarbij mensen zeiden: 'Ze hadden
je moeten vergassen.' Puur om te kwetsen. "Nu zijn er Arabische
jongeren bijgekomen. Thuis kijken ze waarschijnlijk naar Arabische televisiezenders,
waar zo nu en dan een fikse dosis antisemitisme wordt vertoond. Dat nemen
die jongens klakkeloos over. Ze weten eigenlijk niet beter dan dat joden
de vijanden zijn."
Wat vindt u dat ertegen moet worden gedaan?
"Ten eerste moet er meer dialoog komen tussen de islamitische en de joodse
gemeenschap. Als je elkaar leert kennen, is alles ineens heel anders.
Dan zie je dat je gesprekspartner ook een gewoon mens is. Ten tweede
moet de Nederlandse regering meer doen aan grensoverschrijdend antisemitisme.
Er moet bijvoorbeeld worden opgetreden tegen Arabische satellietuitzendingen
die de sfeer verzieken en waarin geen verschil wordt gemaakt tussen joden
en de Israëlische staat. Ten derde blijft er veel te veel liggen
bij het Openbaar Ministerie. Aangiften van antisemitisme worden vaak
geseponeerd. Dat geldt voor discriminatie en racisme in het algemeen,
daar wordt te laks op gereageerd. Ik heb ook op de brandstichting in
de moskee in Vianen geen reactie gehoord van de overheid, wat wel had
gemoeten. Men is bang om dingen bij de naam te noemen."
Schrikt u ervan als u hoort dat kinderen uit de les lopen wanneer op
school de holocaust behandeld wordt?
"Ik vind dat echt afschuwlijk. Tegelijkertijd vind ik dat je er als docent
en als samenleving wel wat aan moet doen. Het gaat hier heel duidelijk
om onvrede bij degenen die het doen: allochtonen met Noord-Afrikaanse
wortels, die in de 'tussen-tafel-en-bed'-sfeer zitten. Ze
kunnen thuis niet terecht en ook op school niet echt. Ze pikken van Arabische
zenders op dat joden fout zijn en die zijn dan hun zondebok."
En als er gevoetbald wordt met een herdenkingskrans tijdens de dodenherdenking?
"Hoe je omgaat met 4 en 5 mei is een verhaal apart. Ik vind dat deze dagen
echt moeten gaan over wat Nederland als natie is overkomen in de Tweede
Wereldoorlog. Er zijn toen 110.000 Nederlanders omgekomen. Deze herdenkingen
moet je niet laten vervagen door te doen alsof ze gaan over allerlei
conflicten in de wereld, zoals de laatste jaren steeds meer gebeurt.
Op die manier verliezen zulke dagen hun karakter. En dan gaan mensen
natuurlijk vragen: hoe zit het dan met Palestina?"
Wat vindt u van de hernieuwde belangstelling voor het antisemitische
pamflet 'De protocollen van de wijzen van Zion'?
"Dat is een tsaristisch schotschrift (in Rusland gepubliceerd rond het
begin van de twintigste eeuw, red.) waarin wordt beweerd dat de joden
een enorm complot smeden om overal ter wereld politieke macht te krijgen.
Boeken daarover zijn momenteel in de Arabische wereld overal vrij verkrijgbaar
en worden helaas door veel mensen voor waar aangenomen. Israël is
een klein land met zes miljoen inwoners dat 150 miljoen Arabieren om
zich heen heeft. Die begrijpen doodeenvoudig niet hoe zo'n klein
land kan blijven bestaan. Dus móét er ergens een complot
zijn, denken ze, zoals in die boeken staat."
De internetsite van de neonazistische organisatie Stormfront heeft een
lijst waarop staat wie er allemaal joods is.
"We hebben daar een jaar geleden een strafklacht tegen ingediend. Toen
stond er nog bij het Cidi: 'Die organisatie moet tot aan de wortel
worden uitgeroeid'. We kregen van de officier van justitie te horen
dat dit niet strafbaar is. Daar hebben we enorm veel stampij over gemaakt
en deze zaak komt over enige tijd voor bij het Gerechtshof. "Die
jongens van Stormfront moet je gewoon juridisch bestrijden, dialoog heeft
hier geen enkele zin. Bij de groep tweede generatie Arabische jongeren
moet je naast die juridische aanpak wél de dialoog opzoeken. We
moeten duidelijk maken dat joden geen duivels met horentjes zijn, maar
gewone mensen, net als zij."
De Arabisch-Europese Liga, de AEL, weigerde met u te praten...
"Ja." Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht. "De AEL
zegt dat de joodse staat ontmanteld moet worden. Ze noemen mij een agent
van de zionistische entiteit. Dat is natuurlijk bullshit. Het Cidi is
een onafhankelijke joodse organisatie in Nederland. "Het nadeel
van de AEL is dat ze mensen tegen elkaar opzet. Ik vind het vanzelfsprekend
dat moslims recht hebben op een emancipatoire organisatie die opkomt
voor hun rechten. Maar ik begrijp werkelijk niet wat de problematiek
in Israël, het Midden-Oosten en Amerika te maken heeft met de integratieproblemen
hier. Dat is een vermenging van zaken die ik niet kan plaatsen."
Israël moet een zeer multicultureel land zijn, met zoveel immigranten.
"Er zijn zes miljoen inwoners, onder wie een miljoen Arabische. Van hen
is vijftien, twintig procent christelijk en de rest moslim. Tussen de
joden heb je de splitsing tussen de asjkenazische joden uit het Westen
en de sefardische joden, die merendeels afkomstig zijn uit Arabische
landen. En al die mensen spreken ook nog eens zeventig verschillende
talen. Er zijn enorme verschillen qua uiterlijk. Je hebt bijvoorbeeld
zwarte Ethiopische joden en Russische joden met blond haar en blauwe
ogen."
Ik heb begrepen dat er discriminatie is van zwarte joden. Hoe zit dat?
"Dat heeft te maken met het moment waarop men naar het land is gekomen.
De aliya - de komst naar Israël - van de joden uit Ethiopië is
vrij recent: twintig jaar oud. Joden uit bijvoorbeeld Arabische landen
zitten er sinds de jaren vijftig. Daar zit een generatie tussen. De Ethiopische
joden integreren moeilijker; ze hebben zo'n beetje dezelfde problemen
als tweede generatie allochtonen in Nederland. Bovendien is het onderwijssysteem
in sommige landen van herkomst volstrekt achterlijk. En dan de cultuurverschillen:
kinderen uit Ethiopië weten soms niet eens hoe een fornuis werkt.
Het geeft een enorme cultuurshock als je dan in een land als Israël
komt, dat toch vrij modern is."
Israël zal wel gespecialiseerd zijn in het opvangen van immigranten?
"Ja. Er zijn twee methodes. Het eerste is het oelpansys-teem. Dat houdt
in dat iedereen die aankomt als migrant verplicht is lessen te volgen
in het Ivriet (modern Hebreeuws) en de geschiedenis van het land. Tegelijkertijd
wordt in de eerste levensbehoeften voorzien, zoals in huisvesting. Immigranten
zijn in Israël heel welkom en worden helemaal aan het handje genomen. "Het
tweede punt is het leger, een melting pot. Je moet daar drie jaar verplicht
dienstdoen - vrouwen twee jaar. Daarnaast heb je een maand per
jaar de herhaling. Daardoor komen verschillende mensen onherroepelijk
met elkaar in contact. Er ontstaat een soort kameraadschap en je wordt
betrokken bij je land. "Wat Nederland van Israël zou kunnen
leren is de rol van gastgezinnen, vrijwilligers, die verantwoordelijk
zijn voor de nieuwkomers. Die helpen je als je bijvoorbeeld problemen
hebt met de bureaucratie. Israël heeft een afschuwelijke bureaucratie;
Nederland is er niets bij."
U hebt er een hekel aan dat Ajax-supporters 'joden' als
geuzennaam gebruiken en met de Israëlische vlag rondlopen.
"We zijn er al jaren mee bezig, zonder enig resultaat, geloof ik, om de
supporters ervan te overtuigen dat je niet met Israëlische vlaggen
- of met andere vlaggen als je van de tegenpartij bent - moet gaat lopen.
Je haalt een politiek conflict bij sportwedstrijden. En dan dat 'joden,
joden' roepen en 'wie niet springt is een jood'. Het
is zó kinderachtig."
Maar moet je het dan wel zo serieus nemen?
"Ja, want er worden afschuwelijke dingen gezegd in het stadion. Als je
dat daar toelaat, waarom zou het erbuiten dan niet mogen?"
De niet-joodse gemeenschap lijkt zich hier niet zo druk om te maken
omdat de Tweede Wereldoorlog alweer lang geleden is.
"Die constatering is juist. De Tweede Wereldoorlog is iets uit de vorige
eeuw en men kijkt nu naar de huidige conflicten. Daar zitten positieve
dingen in: de wereld moet doordraaien en je kunt die oorlog niet voor
alles als referentiekader gebruiken. Maar de littekens daarvan zijn bij
de joodse gemeenschap nog aanwezig. En die is gevoelig voor sisgeluiden
van gas en teksten als 'Hamas Hamas, joden aan het gas' en 'we
gaan op jodenjacht'. Het is ons probleem; wij worden erdoor geraakt.
Maar ik hoop toch echt dat de samenleving het helpt oplossen. Het is
toch van de gekke: waarom kiezen Ajax-supporters in hemelsnaam de geuzennaam
jodenclub? Het merendeel is niet joods. En Ajax was de eerste club die
de joden eruit flikkerde in de Tweede Wereldoorlog!"
In hoeverre ziet u zichzelf als dé woordvoerder van dé joodse
gemeenschap?
"In het Cidi zijn de belangrijkste joodse organisaties in het bestuur
vertegenwoordigd. We hebben zo'n 3000 families die lid zijn. Dat
maakt ons tot een redelijk belangrijke club. Maar ik weet donders goed
dat er andere mensen en organisaties zijn, die andere meningen hebben
over het Midden-Oostenconflict."
Maar nu heeft u het vooral over de houding ten aanzien van Israël.
Er zijn toch ook joden die zich daar überhaupt niet zo mee bezighouden?
"Ik denk niet dat je jood kan zijn en niks met Israël te maken kan
hebben. De joodse schrijver Milo Anstadt bijvoorbeeld veracht het zionisme.
Maar hij praat er wel voortdurend over. Dus is mijn conclusie: als je
jood bent, kun je niet om Israël heen. Je moet er een standpunt
over bepalen. Ook al omdat je er geregeld op wordt aangesproken."
Als het over de joodse gemeenschap in Nederland gaat, wordt u ook benaderd.
Dat is toch iets anders.
"Ja, want wij bestrijden ook antisemitisme in Nederland en daarover krijgen
we geregeld vragen. Maar ik heb echt niet het idee dat mijn visie dé visie
is van de joodse gemeenschap. Dat is belachelijk, dat zou niet kunnen.
Er zijn in Nederland 40.000 joden en 40.000 verschillende standpunten."
Er zijn steeds meer gemengde huwelijken bij joodse mensen.
"Die kans is natuurlijk levensgroot. Ook bij mijn kinderen."
Vindt u dat jammer?
Naftaniel zucht. "Wat moet ik daar nu over zeggen? Ik vind in de
eerste plaats dat de kinderen zelf hun partner moeten kiezen. Tegelijkertijd
weet je dat volgens de statistieken de kans van succes in een huwelijk
tussen joodse partners groter is dan bij een gemengd huwelijk. Ik denk
dat ik het leuk zou vinden als ze met een joodse partner zouden thuiskomen.
Als dat niet gebeurt, zal ik er geen traan om laten."
Bent u niet in het algemeen bang dat het joodse cultuurgoed 'verzwakt' door
al die vermenging?
"Dat is nu eenmaal zo. Maar ik vind het wel verrijkend als de joodse traditie,
het jodendom, aanwezig blijft in Nederland. In dat opzicht heb ik ook
altijd een heel dualistisch gevoel ten aanzien van Israël. Ik steun
Israël, vind het fantastisch dat het bestaat als beschermer van
de joodse rechten. Maar als elke jood ernaartoe zou gaan, betekent dat
wel een verarming van de wereld."
Zelf nooit aan gedacht om naar Israël te gaan?
"In Nederland heb ik veel vrienden. Hier ligt mijn achtergrond en ben
ik opgegroeid. Maar ik word wel naar Israël toe getrokken. Ook daar
heb ik veel vrienden en familie. En als je er loopt, ik kom er zo'n
drie, vier keer per jaar, dan denk je: dit is toch hartstikke leuk. Als
ik daar ruzie krijg met iemand, weet ik zeker dat dit te maken heeft
met het onderwerp en niet met het feit dat je jood bent. Ik heb ook gewoon
respect voor het land. Het is allemaal zo ont-zet-tend moeilijk gegaan.
Sinds 1948 heeft het vier oorlogen gevoerd en dan het voortdurende terrorisme,
de boycotten, het groeien van een inwoneraantal van 1,2 miljoen naar
zes miljoen... Als je ziet wat er is opgebouwd, dan heb ik een gevoel
van trots."