Centrum Informatie en Documentatie Israel > CIDI in de media 2003 www.cidi.nl - Terug naar Home Page
 

CIDI in de media 2003

 
 

Het Parool 1 november 2003

Het is gevaarlijk om iedereen over één kam te scheren

HANNELOES PEN en PAUL VUGTS

De agressie van groepen jonge Marokkanen bedreigt het leefklimaat in Amsterdam. In een serie onderzoekt Het Parool die stelling. Op wie richt zich die agressie en hoe erg is het? Dat doen we niet om te stigmatiseren, maar om te signaleren.

Vandaag: kunnen joodse Amsterdammers nog met keppeltje of davidster over straat?

RABBIJN MENACHEM SEBBAG, zelf van Marokkaanse komaf, wandelt altijd naar de synagoge aan de Gerard Doustraat. Met zijn zwarte hoed en zwarte kleding, van de Maasstraat door De Pijp. Maar ongeveer een jaar, anderhalf jaar geleden voelde hij zich onderweg zo onveilig, dat hij besloot zijn zwarte hoed niet meer te dragen op weg naar zijn sjoel; niet door de buurten met veel Marokkaanse jeugd. "In een periode van zes maanden werd ik bijna elke week nageschreeuwd of uitgescholden. De blikken voelde je al van verre. Ze spugen en schelden me uit in de ergste bewoordingen. Negentig procent van mijn belagers is Marokkaans. Ik heb zelf een Marokkaanse achtergrond. Ik versta wat ze zeggen."

Wat ze dan zeggen? "Ze zeggen: 'Kijk, daar gaat een vieze jood.' Of ze roepen: 'Daar lopen varkens,' of 'Ik ga je hart eruit halen'. Meestal loop ik door. Ik heb ze één keer geantwoord. Toen zeiden ze: 'God zal ons beschermen en jullie doden.' Ik ben gestopt, draaide me om en zei in het Arabisch: 'Als God iemand gaat beschermen, beschermt hij mij.' Ze waren geshockeerd."

In de meeste gevallen gaat het alleen om verbaal geweld. Maar Sebbag heeft ook meegemaakt dat ze voor hem gingen staan, zodat hij werd gedwongen om hen heen te lopen. "Ze zoeken de confrontatie op. Vinden het prachtig dat je omloopt. Een keer kwam een groep op me af. Ze zeiden: 'We gaan je slaan.' Ik antwoordde: 'Probeer het maar.' Ik heb tenslotte de zwarte band in taekwondo. Het is niet de filosofie van mijn leven geweld te gebruiken, maar ik ben wel blij dat ik hem heb."

Sebbag begon heel bewust na te denken welke route hij zou lopen. In sommige straten ging hij niet meer rechts, maar links van de straat lopen, zodat hij niet meer langs dat ene Marokkaanse koffiehuis hoefde. "Bepaalde straten vermeed ik. Vooral rond het Van der Helstplein had ik vaak last. Soms ging ik zelfs met de auto. En op vrijdag leg ik nu mijn spullen al in de synagoge klaar, zodat ik daarmee niet meer over straat hoefde."

Sebbags zoontjes, een tweeling van zeven, gaan sinds kort niet meer met hun keppeltje de straat op. "Mijn zoon is vorig jaar door een Marokkaans jongetje van veertien, vijftien jaar tegen een muur gezet. Die zei dat hij zijn keel ging doorsnijden. Onze zoon heeft lange tijd huilbuien gehad. We hebben aangifte gedaan bij de politie. Een jonge Marokkaanse agent is langs de ouders van de dader gegaan."

Sebbag, die hier twaalf jaar woont, vindt dat de problemen de laatste jaren verergerd zijn. "We zien duidelijk een verschil met tien jaar terug. Mijn vrouw, ook een Marokkaanse, komt uit België, ik uit Engeland. Daar voelen we ons toch veiliger, terwijl daar ook plekken zijn waar je beter niet als jood kunt komen." Hij heeft sinds een jaar, anderhalf jaar zijn zwarte hoed verruild voor een Marokkaans hoedje. "Sindsdien word ik alleen maar toegeknikt."

Uit het jaarrapport van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) blijkt dat het aantal antisemitische incidenten sinds 2002 met 140 procent is toegenomen. Een belangrijk deel ervan wordt veroorzaakt door daders 'van Noord-Afrikaanse afkomst'. 'Het gebeurt op steeds jongere leeftijd,' staat in het rapport. Het Cidi ziet verband tussen de antisemitische uitingen en de gebeurtenissen in het Midden-Oosten. "Door de invloed van Arabische media is onder die jongeren de neiging ontstaan geen onderscheid te maken tussen Israëliërs en Nederlandse joden. Zij worden als vijand gezien."

Directeur Ronny Naftaniel van het Cidi benadrukt dat het zelden gaat om fysieke geweld. "De jongeren provoceren en schreeuwen van alles en nog wat. 'Joden moeten dood,' etcetera. Heel kwetsend. Maar er wordt vrijwel geen geweld gebruikt. Deze jongeren zijn zelf onvoldoende aangepast en geïntegreerd en denken dat wij de vijand zijn. Dat horen ze van hun ouders of van de Arabische media. Ook zo'n uitspraak van de Maleisische premier Mahathir Mohamad, dat een paar miljoen joden de wereld regeren, gaat door de hele Arabische wereld. Men weet niet beter dan dat zo'n uitspraak normaal is."

Een kleine greep van voorbeelden van incidenten in de lange, lange lijst die het Cidi jaarlijks opstelt, en waarvan vaak ook aangifte is gedaan door de slachtoffers.

26 februari vorig jaar: Een Turkse man die voor jood wordt aangezien, wordt in Amsterdam-Zuid door twee Marokkaanse jongens voor 'rotjood' uitgescholden en in elkaar geslagen. Tegen dezelfde daders is al vaker aangifte gedaan.

1 juli meldt een joods verzorgingshuis in Osdorp 'al jaren last te hebben van, volgens de politie, jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst'. Het gaat om 'extreem baldadig gedrag', als bekladdingen en het gooien van stenen.

18 november: Een joodse vrouw uit de Rivierenbuurt meldt in haar buurt geregeld te worden uitgescholden, altijd door Noord-Afrikaanse jongens. Nu is haar nageroepen dat 'de shit-joden hadden moeten worden vergast' en werd ze klemgereden met haar auto. Ze meldt binnenkort met haar gezin naar Israël te vertrekken 'vanwege het aanhoudende antisemitisme'.

De incidentenlijst met honderden meldingen uit de afgelopen twee jaar is verder een mer à boire van meldingen van bekladdingen ('kankerjoden', 'alle joden moeten dood'), bedreigingen door Marokkaanse jongens die vaak ook spugen. Kreten als 'Hamas, hamas alle joden aan het gas' klinken vaak. Sommigen besluiten hun keppeltje maar thuis te laten of kettinkjes met een davidster op straat te bedekken. Maar wat Naftaniel zegt: fysiek geweld komt in de Cidi-lijst weinig voor.

Rabbijn David Lilienthal van de Liberaal Joodse Gemeente, wil het verbale en fysieke geweld graag relativeren. "Er is een verschil tussen wat daadwerkelijk gebeurt en welke angsten bij de mensen in het hoofd zitten. Een vrouw vertelde me dat een groepje Marokkanen op haar afkwam toen ze uit onze synagoge stapte. Ze was bang, pakte haar tas nog wat steviger vast en wilde snel in de auto stappen. Stapt een meisje uit de groep op haar toe. Zij zegt: 'Wat goed dat u nog auto rijdt, op uw leeftijd.' Hieruit blijkt maar hoe gevaarlijk het kan zijn iedereen over één kam te scheren. Het is erg naar als je slachtoffer wordt, maar we moeten wel beseffen dat het om een kleine groep daders gaat."

Samenhang

Toch heeft ook de synagoge, die vlak naast een ROC-scholengemeenschap in Zuid staat, de laatste tijd last van stenengooiende Marokkanen. Lilienthal: "Het is iets van de laatste paar jaar. Het is duidelijk meer geworden. Ik vermoed dat het samenhangt met de intifada. Maar vergeet niet: nu hebben we het steeds over de Marokkanen, terwijl we tien jaar geleden spraken over Surinamers die met messen in de tram zaten. Het is eng als je niet vrij op straat kunt lopen. Ik ken iemand die is verhuisd naar Haarlem. Daar gaat het een stuk beter met hem. We moeten er niet zomaar overheen stappen. Het baart zorgen, maar we moeten niet in paniek raken. Veelal is het een jeugdige tienerbaldadigheid of jennend gedrag."

Joodse organisaties als het Cidi, het Centraal Joods Overleg (CJO) en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) houden op 9 november bij het monument Joods Verzet bij de Stopera een manifestatie tegen het opkomend antisemitisme. "De kreet 'Joden moeten we doden' klonk op verschillende plekken tijdens de 4 mei-herdenking. Lessen over de holocaust stuiten op weerstand en joden met keppeltjes worden uitgejouwd. Het is nu voor het eerst dat joodse instellingen een vuist maken tegen deze ontwikkeling," zegt Ruben Vis, secretaris van het CJO.

Vis vindt de noodzaak van de manifestatie groot. Volgens Vis zijn de cijfers van onder meer het Cidi nog maar 'het topje van de ijsberg'. Zelf calculeert hij, voor hij de straat op gaat, in of hij zijn keppeltje ophoudt of een petje opzet. En hij is niet de enige. "Ik zat laatst in sneltram 51 en reed richting centrum. Tegenover me zat een jongen met een zwarte keppel. Bij de Spaklerweg deed hij een pet op zijn hoofd. Zelf had ik al een pet op."

In de tram gebeuren vaak vervelende incidenten, zegt Vis. "Marokkaanse jongens duwen en trekken bij het in- en uitstappen. Je probeert jezelf in veiligheid te brengen. De mensen in de tram bemoeien zich er niet mee. Dat voelt zo onwezenlijk. Mijn familie woont hier al ruim vierhonderd jaar. Gisteren sprak ik nog met een goede vriend over dit probleem. Hij heeft drie kinderen. Bij elke geboorte zei zijn grootvader tegen hem: 'Zou jij je kind niet in een veilig land laten opgroeien?' Zijn grootvader dacht aan de Verenigde Staten. Mijn vriend vertelde me dat hij de laatste tijd vaak aan de woorden van zijn inmiddels overleden grootvader moet denken."