| Centrum Informatie en Documentatie Israel > CIDI in de media 2003 | ||
CIDI in de media 2003 |
||
|
Trouw 19 mei 2003 Antisemitisme Marokkaanse jongens komt van buitenWilma Kieskamp Het is 'gewoon' vandalisme, meer niet, zegt de een. Op 4 mei werden op verschillende plaatsen in het land, met name in Amsterdam, dodenherdenkingen verstoord. De daders waren meestal allochtone jongeren. Maar als pubers Nederlandse vlaggen verscheuren en antisemitische leuzen scanderen, is er dan niet meer aan de hand? Het was dat D66-fractievoorzitter Michel Rog uit het Amsterdamse stadsdeel de Baarsjes zelf naar de media stapte. Hij was wóest over wat hij op zondag 4 mei had meegemaakt bij de dodenherderdenking in zijn wijk. Maar noch de organisatoren, noch de deelraad, noch de politie maakten later melding van het incident. ,,Vervolgens bleek dat in verschillende Amsterdamse stadsdelen de herdenkingen waren verstoord. Dat is ernstig. Maar overal is het stilgehouden, ook als er aangifte was gedaan. Schokkend. Sommige incidenten zijn zelfs nu nog niet openbaar gemaakt.'' Rog stond die avond aan de Baarsjesweg te wachten, samen met veertig aanwezigen, tot het acht uur was. Hij zou een krans leggen bij het lokale oorlogsmonument, een simpel wit kruis van nog geen meter hoog, op een straathoek. Het gezelschap was iets te vroeg uit de ernaast gelegen Turkse Aya Sofia-moskee gekomen, waar ze hadden geluisterd naar de toespraken. Sinds een paar jaar is de moskee op 4 mei gastheer voor de herdenking. Later op de avond werd nog een film gedraaid over Marokkaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Net als in veel andere Amsterdamse stadsdelen probeert het 4/5-Comité in De Baarsjes de herdenking een multicultureel tintje te geven. De hoorn blies, het werd stil. Vrijwel direct daarna hoorde D66-raadslid Rog achter zich, verderop in de straat, leuzen scanderen. Daar stond een groepje jongens, zo te zien tussen de tien en achttien jaar, zo te zien Marokkaans. Zeker vijf van hen riepen in koor: ,,Joden die moeten we doden'', steeds weer. Het gezelschap verstijfde, al hoorde niet iedereen het. Michel Rog beende er -als enige- woedend op af om 'die rotjochies een lesje vaderlandse geschiedenis' te leren. De drie brutaalsten van het stel nam hij apart, onder wie een Marokkaans jongetje van elf, tegen wie hij later aangifte zou doen. ,,Bemoei je er niet mee, je bent mijn vader niet'', was het antwoord van de drie. Ook stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren (PvdA) hoorde achter zijn rug de leuzen en was verbijsterd. Hij had nog nooit meegemaakt dat de plechtigheid in De Baarsjes rumoerig verliep -misschien mede dankzij het feit dat het programma altijd grotendeels binnen plaatsvindt. Hij twijfelde: zou hij erop af gaan? Maar dan kwam er misschien ruzie en kon de hele herdenking in het water vallen. Hij zag Michel Rog al wegbenen. Ook Van Waveren nam dezelfde avond het besluit aangifte te doen van de ordeverstoring, 'namens de 35000 inwoners van de wijk'. Er was ook een krans weggehaald. Na de plechtigheid wist Michel Rog samen met de wijkagent één jongen te herkennen, een kind nog, dat hevig ontkende dat hij mee had staan roepen. Een vriendje leverde echter indirect bewijs. ,,Meneer'', pleitte hij bij de agent, ,,hij wist niet dat er joodse mensen bij waren.'' De rest van de groep was gevlogen. Stadsdeelvoorzitter Henk van Waveren heeft de afgelopen week een gesprek gehad met het jochie. ,,Want dit gedrag accepteer ik niet, ook niet van jonge kinderen. Het zegt me niets dat het pubers zijn die het deden. Mijn eigen kinderen doen zoiets niet. Geen enkele ouder zal dit goedvinden'', vindt Van Waveren. Eigenlijk had hij met de ouders willen praten. Maar een vader lijkt er niet te zijn en de moeder meldde dat ze ziek was. Ze spreekt geen Nederlands. Ze stuurde een oudere zoon. ,,Waar staat 4 mei voor?'', vroeg Van Waveren aan de broers. De jongste beweerde dat hij er pas ná 4 mei iets over had gehoord op school. De oudere broer meldde dat hij een 9 voor geschiedenis had - dus daar kon het niet aan liggen. Wat moet je nu denken van zo'n incident? Is er in De Baarsjes wezenlijk iets anders gebeurd dan bijvoorbeeld in het Groningse dorp Musselkanaal, waar op 4 mei een -autochtone- vrachtwagenchauffeur bewust om 20.00 uur de motor liet brullen? Of in het Overijsselse Heino, waar een 19-jarige jongen bij het gemeentehuis de vlag weghaalde die halfstok hing, en na afloop beweerde dat hij niet wist dat het dodenherdenking was? Ook in Leiden was er een incident. Een 30-jarige zwerver gooide 's avonds de bloemenkransen in het water. Maar de meeste incidenten gebeurden in Amsterdam. ,,Vreselijk en verwerpelijk'', oordeelde burgemeester Cohen, waarbij hij vooral doelde op de anti-joodse leuzen in De Baarsjes. Cohen vroeg zich af of de jongeren ,,zich realiseren dat ze zich schuldig maken aan antisemitisme''. En hij legde een verband met de verontrustende verhalen die hij hoort van scholen in Amsterdam-West, waar -vooral- jongens beledigende opmerkingen maken over joden. Die scholen geven aan dat zij het steeds moeilijker vinden om les te geven over de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam hadden op 4 mei alle incidenten plaats in zogenaamde 'zwarte' wijken, en volgens ooggetuigen leken de daders bijna allemaal Marokkaans. In Zeeburg gooide een 9-jarige jongen eieren naar de Marokkaans-Nederlandse rapper Raymzter, die door het 4/5 mei-comité was uitgenodigd om de allochtone jeugd bij de herdenking te betrekken. Zijn komst zorgde voor zoveel opwinding, dat het er nog rumoeriger was dan anders. Iemand die het eiergooiertje aansprak, kreeg te horen: ,,Hou je bek''. Er waren ergernissen. De Marokkaanse Raad deelde pamfletten uit over Palestina, meldt het stadsdeelrapport. Een allochtone buurtbewoner nam de Palestijnse vlag mee, als statement tegen Israël. In Slotervaart/Overtoomse Veld voetbalden jongens met de bloemenkransen. Eén incident is nog niet naar eerder naar buiten gebracht. In Osdorp werd op 4 mei de Nederlandse vlag weggerukt die halfstok hing bij het plaatselijke oorlogsmonument. ,,De vlag is in stukken gescheurd teruggevonden in de nabijgelegen bosjes. Er was een poging ondernomen de vlag te verbranden. De daders zijn onbekend. Er is aangifte gedaan'', staat er in de interne inventarisatie die de hevig geschrokken stadsdelen de afgelopen week lieten maken. Bij het begin van de plechtigheid in Osdorp zijn er ook leuzen geschreeuwd, opnieuw door allochtone jongeren. ,,Nadat er was opgetreden hielden ze op.'' Het monument staat in het water; om 20.00 uur voer een motorbootje er met veel lawaai onderdoor. Wat bezielt die relschoppers? Daarover verschillen de meningen. Het is puur vandalisme, zegt de één. Het is gebrek aan historische kennis, zegt de ander. Nee, het bewijst hoe gefrustreerd of zelfs vijandig sommige delen van de Marokkaanse gemeenschap staan tegenover de Nederlandse samenleving en -meer nog- tegenover joden, is weer een andere analyse. Hisam Darif, ex-jongerenwerker en bestuurslid van een jongerencentrum in één van de Amsterdamse tuinsteden, hoort tot die eerste groep. ,,Een trieste ontsporing van eenlingen'', vindt hij de ordeverstoringen. De van oorsprong Marokkaanse Darif kent de 'rotjochies' in zijn wijk goed, al zou hij niet weten wat voor types er op 4 mei met bloemenkransen stonden te voetballen. Hij trekt de vergelijking met voetbalvandalisme of de recente geweldplegingen op de spoorlijn Hoorn-Enkhuizen. ,,Daar wordt toch ook niet de hele Nederlandse gemeenschap op aangesproken? Wat er is gebeurd, mag je niet koppelen aan de Marokkaanse identiteit van de jongens. Ik zou trouwens willen dat er ook zo'n heisa ontstond over de vreselijke verwensingen die Marokkanen zelf naar het hoofd krijgen. Maar zelfs als die jongens zich gediscrimineerd voelen, dan moeten ze begrijpen: van een dodenherdenking blijf je af, die ga je niet verzieken. Waarom ze die leuzen roepen, begrijp ik al helemaal niet.'' Ook D66-politicus Michel Rog, die het jongetje in De Baarsjes in de kraag vatte, vindt het onzin om te zoeken naar verklaringen. ,,Het punt is: dit mag je gewoon niet roepen. Pak die jongens aan. Punt uit. En geen komma erachter zetten, zoals burgemeester Cohen en mijn eigen stadsdeelvoorzitter Van Waveren nu weer doen. Zij willen 'praten' met 'de Marokkaanse gemeenschap'. Dat is pas stuitend. Het stadsdeel is naar de Marokkaanse moskee Nour gegaan voor advies. Maar wat heeft die moskee met de ordeverstoringen te maken? Ik heb ook niet de indruk dat de jongens te weinig weten van de oorlog. Ze weten namelijk precies hoe gevoelig zo'n herdenking is, anders zouden ze hem niet verstoren.'' In samenspraak met die moskee besloot het stadsdeel deze week om de jongeren via het onderwijs te bereiken. Scholen in de buurt moeten extra onderricht geven over de oorlog en de jodenvervolging. Organisaties als de Anne Frankstichting en het CIDI, het Centrum informatie en documentatie Israël, zeggen dat er reden is om bezorgd te zijn over toenemend antisemitisme onder Marokkaanse jongeren. Het is geen toeval dat er op 4 mei een leus als 'Joden die moeten we doden', klonk. Juist die leus is het afgelopen jaar namelijk onder bepaalde groepen jongeren snel populair geworden. Er is ook de variant: 'Joden die zijn verboden, die moeten we doden'. Een deel van het venijn zit in de rijmwoorden, die vooral bij jonge kinderen makkelijk in het gehoor liggen. Of ze ook werkelijk weten wat ze zeggen, is onduidelijk. In heel Nederland stijgt het aantal klachten over antisemitisme. In Amsterdam is het probleem het meest zichtbaar, omdat daar nu eenmaal de grootste joodse gemeenschap woont. Volgens het CIDI gaat het meestal om scheldpartijen, bijna altijd in Amsterdam, bijna altijd door Marokkaanse jongens. Die scheldpartijen begonnen nadat in het Midden-Oosten de tweede Palestijnse intifada was begonnen, in september 2000. Veel Marokkaanse jongeren identificeren zich met de Palestijnse strijd en zijn fel anti-Israël. Volgens de Anne Frankstichting speelt antisemitisme op de ene zwarte school wel en op de andere helemaal niet. ,,Het valt wel op dat áls het speelt, antisemitisme onderdeel is van een algehele anti-stemming. Anti-homo, anti-Amerika. Het staat niet op zichzelf. Het past ook in de verruwing van het klimaat sinds 11 september. Over en weer wordt meer gediscrimineerd.'' 'Jehoed' werd een bekend scheldwoord. Joodse mannen die een keppeltje dragen, kunnen er tegenwoordig zeker van zijn dat ze het naar hun hoofd krijgen. Marokkaanse jongens gooiden vorig jaar stenen naar synagogebezoekers in Amsterdam-West. Een Turkse man werd vorig jaar in elkaar geslagen omdat zijn Marokkaanse belagers dachten dat hij Joods was. Het stadsdeel Zeeburg is recent een eigen onderzoek begonnen naar antisemitisme in de wijk, nadat bij het Meldpunt Discriminatie opvallend veel klachten uit Zeeburg binnenkwamen. Zeeburg is een van de armste oude wijken van de stad, met relatief veel allochtone bewoners. Een paar maanden geleden werd in een drukke winkelstraat het huis beklad van een joodse man. 'Jood', stond er met rode verf op de ruiten. Incidenteel wordt al wel voorlichting gegeven aan jongeren. Het Meldpunt Discriminatie Amsterdam stuurde onlangs medewerkers naar een buurthuis voor Marokkaanse jongens in Amsterdam-Noord. Volgens medewerkster Masja Cohen was dat een moeizame expeditie. De Marokkaanse jongens voelden zich zélf gediscrimineerd. Mede daardoor was het onmogelijk om het gesprek te brengen op hun eigen vooroordelen. 'He, jood', begroetten sommigen elkaar, bij wijze van grapje. Het Meldpunt Discriminatie krijgt alleen klachten over Marokkaanse jongens, nooit over volwassenen. De haat van die kleine groep richt zich niet alleen op joden, maar ook op vrouwen, homo's. Veel kennis bleken de jongens inderdaad niet te hebben: ze herkenden de naam 'Masja Cohen' niet als een Joodse naam. Hier en daar wordt in den lande geprobeerd om een dialoog op gang te brengen tussen Joodse en Marokkaanse organisaties. Dat gebeurt ook in Amsterdam-West, maar de ontmoetingen zijn daar met zoveel gevoeligheden omgeven, dat de betrokken organisaties er niets over kwijtwillen. Ze willen ,,nog niet'' zeggen wie er bij die ontmoetingen zitten en wat er besproken is. Toch is het vreemd dat de verhoudingen tussen de twee groepen hier in Nederland zo moeizaam zijn. ,,Want in Marokko waren de relaties tussen Joden en niet-Joden nooit een probleem'', zegt Sami Kaspi, zelf een Marokkaanse Jood. ,,Als ik in Marokko ben kan ik rustig een keppeltje dragen. Van sommige moslims krijg ik er zelfs een zoen op. Hier in Nederland doe ik het niet meer. Teveel opmerkingen.'' Meneer Kaspi geeft af en toe les op middelbare scholen. Daar heeft hij voor met name de Marokkaanse leerlingen altijd een verbijsterende verrassing in petto. ,,Ik zeg dan: ik kom jullie een verhaaltje vertellen over onze gezamenlijke grootouders, een verhaaltje dat jullie nooit is verteld. En dan leg ik uit dat veel Berbers -een grote bevolkingsgroep in Marokko- van oorsprong zelf geschmatte, bekeerde Joden zijn. Misschien zijn de Marokkaanse kinderen in de klas zelf ook Joods! Joden en Berbers hebben drieduizend jaar geleden samen Marokko ontdekt. En dan moet je die kinderen horen: 'U zit ons te belazeren, meneer Kaspi'. Maar als ik ze naar huis stuur met de opdracht om het maar eens na te vragen, komen ze met grote ogen terug. Hun ouders of grootouders bevestigen het. Er is een gedeelde geschiedenis. Het antisemitisme onder Marokkaanse jongeren komt van buitenaf, doordat mensen er opeens de Midden-Oostendiscussie bijhalen. Maar Berbers zijn nooit anti-joods geweest. We woonden en werkten samen. Nu we in Nederland zijn, kan dat niet meer? Onzin.'' |
||