VVD op CIDIdebat: Geen verandering Israel-beleid Verhagen

Als de VVD na de verkiezingen de minister van Buitenlandse Zaken levert, zal deze het beleid van minister Verhagen over Israel niet veranderen. “De VVD zal nooit afstand nemen van Israel.” Dat zei Atzo Nicolai dinsdag op het grote Midden-Oosten verkiezingsdebat van CIDI en het Iran Comité in een bomvolle Amsterdamse Balie. Wel zal de VVD het nederzettingenbeleid ter discussie stellen, dat Nicolai ‘een bron van gevaar en een last’ voor Israel noemde: “Ik begrijp niet hoe het nederzettingenbeleid de veiligheid van Israel bevordert.” Nicolai oogstte applaus met deze kritische uitspraken, maar ook met zijn zeker driemaal herhaalde stelling dat wat betreft Israel “met twee maten wordt gemeten”. Iran zou zijn eerste prioriteit zijn als hij minister van Buitenlanse Zaken werd, zei de VVD-woordvoerder desgevraagd.







Het debat van de buitenlandwoordvoerders van vrijwel alle politieke partijen, met uitzondering van Groen Links en PVV, concentreerde zich op de Israelische actie tegen de Gazavloot en de situatie in Iran.

Er moet een onderzoek komen naar de toedracht van de Israelische actie, vonden alle partijen. Zij verschilden duidelijk van mening over wie dit moet uitvoeren. Harry van Bommel (SP) Martijn van Dam (PvdA) uitten scherpe kritiek op het Israelische optreden. Van Dam noemde het strijdig met het internationaal recht. Hij kon zich wel voorstellen dat Israel wapensmokkel wil tegengaan. Volgens Van Bommel was het bezorgen van hulpgoederen het niet eerste doel van de vloot; “het was een politieke actie en die zal doorgaan zolang de misdadige afsluiting van de Gazastrook voortduurt.”

Haverkamp (CDA) vond dat Israel het volste recht heeft de goederen te controleren. De EU moet snel de blokkade overnemen voor zich weer een schip aandient, stelde hij: “Voedsel moet naar binnen, wapens buiten”. Het onderzoek waartoe de Veiligheidsraad heeft opgeroepen kan volgens hem het beste worden uitgevoerd door Israel en Turkije samen.

Nicolai ‘vertrouwt het zelfreinigende vermogen van Israel’, mits het ‘snel en geloofwaardig’ onderzoek instelt.

Als D66 Buitenlandse Zaken zou krijgen, zou Boris van der Ham niet Brinkhorst als minister kiezen. “Die is met pensioen”. Van der Ham noemde het optreden van Israel een “hysterische reactie op een humanitaire missie” en “buitenproportioneel”.  Hij bepleitte ‘als vriend van Israel’ een ‘zo onafhankelijk mogelijk’ onderzoek.

Leon Meijer (ChristenUnie) wilde de resultaten van onderzoek afwachten: “Als je Israel al bij voorbaat veroordeelt heb je geen onderzoek meer nodig”. Als enig onbekend gezicht achter de tafel kon Meijer, die Joel Voordewind verving, voorkeurstemmen scoren met uitspraken als: “Gaza een gevangenis? Dan wel een hele zwakke waaruit raketten worden afgeschoten.” Hij bepleitte stopzetting van subsidies aan Nederlandse organisaties die oproepen tot een boycot van Israel en wil dat Nederland voorwaarden stelt aan bepaalde subsidies om de Palestijnen onder druk te zetten.

Hoewel met name Van Bommel meer maatregelen tegen Israel wenste dan tegen de Palestijnen – waaronder een opschorting van het EU Associatieverdrag – viel op dat zowel Van Bommel als Van Dam ook pleitten voor meer druk op de Palestijnse kant in het conflict. Volgens Van Dam moeten de Palestijnen Israel erkennen. Van Dam: “De Arabische Liga houdt Hamas teveel de hand boven het hoofd. De EU en de Arabische Liga moeten druk uitoefenen op beide partijen.” Van Bommel: “De Palestijnen moeten stoppen met het geweld vanuit Gaza en onmiddellijk en ondubbelzinnig alle geweld tegen burgers veroordelen.”

Alle partijen waren het erover eens dat Iran een gevaar is, maar niemand wilde zich uitlaten voor een eventueel militair optreden als sancties zouden falen. Frank van Dalen voorzitter van het Iran Comite vond deze houding zorgelijk: “Wij doen net alsof Iran zich houdt aan de internationale rechtsorde, maar de essentie probleem is juist dat de regering van Iran streeft naar een islamitisch paradijs op aarde, vrij van de internationale rechtsorde.”

Deelnemers aan het debat waren: Maarten Haverkamp (CDA), Leon Meijer (CU), Atzo Nicolai (VVD), Boris van der Ham (D66), Martijn van Dam (PvdA) en Harry van Bommel (SP). 
Discussieleiders: columnist en oud-VVDkamerlid Arend Jan Boekestijn en journalist Leonard Ornstein.