Aboe Alah wil terug naar het delingsplan van 1947

De nieuwe Palestijnse premier Ahmed Qurei (‘Aboe Alah’) heeft een lange staat van dienst in Arafats Fatahbeweging en heeft de doelstellingen van die organisatie steevast onderschreven. Aan de andere kant verwierf hij zich het predikaat gematigd, omdat hij zich – in weerwil van de extremistische inhoud van de Fatah-statuten – heeft uitgesproken voor een twee-staten-oplossing van het Palestijns-Israelisch conflict.

Daarbij verwees Qurei naar twee resoluties van de Algemene Vergadering: het delingsplan voor Palestina van 29 november 1947 (resolutie 181) en resolutie 194 van 11 december 1948. Naar zeggen van Qurei bepaalden beide resoluties dat er “twee staten, een Arabische en een Joodse, in het historische Palestina moesten worden gevestigd” en is “Israels bestaansrecht afhankelijk van het bestaan van de Palestijnse staat […] binnen de exacte grenzen van de delingsresolutie”, die volgens Qurei “internationaal erkende grenzen” zijn.

De delingsresolutie werd destijds door het Joodse leiderschap aanvaard, maar resoluut door de Arabische staten en de Palestijnse leiders afgewezen. Inmiddels is het voorstel volledig door de demografische en politieke feiten achterhaald en zou implementatie ervan neerkomen op de vernietiging van de Joodse staat. Niettemin heeft Qurei serieus voorgesteld om, zodra er een Palestijnse staat is uitgeroepen, de kwestie voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Even onrealistisch is Qurei’s eis dat resolutie 194 wordt geïmplementeerd, althans volgens de interpretatie van Qurei zelf, die daaraan een “recht op terugkeer” ontleent van alle Palestijnse vluchtelingen van 1948 en hun miljoenen nakomelingen.

Op 24 september 199 schreef Qurei in de officiële Palestijnse krant Al-Ayyam : “Ofwel wij bereiken een rechtvaardige vrede, die de rechtmatige nationale rechten van het Palestijnse volk garandeert, inclusief [het recht op] de Terugkeer, zelfbeschikking en de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat met Jeruzalem als hoofdstad, of er zal geen vrede zal zijn, maar een terugkeer naar de strijd in al zijn vormen.”

Het opeisen van Jeruzalem botst overigens met resolutie 181, waarin door de internationale gemeenschap werd voorgesteld de Heilige Stad en de omgeving ervan (waaronder het al door de PA geregeerde Bethlehem) te internationaliseren.