ADL-onderzoek: grofweg één op vier Europeanen kent antisemitische houding

De Anti-Defamation League (ADL), een in de VS-gebaseerde organisatie voor racismebestrijding, heeft een breed onderzoek naar antisemitisme gepubliceerd. In onder andere Nederland zijn mensen uitgebreid bevraagd naar denkbeelden over Joden en antisemitische stereotypes. Onder Europeanen blijven deze in zorgwekkende mate bestaan – Oost-Europese landen laten zelfs een sterke toename zien.

Het algehele beeld van Europa laat een lichte toename in de prevalentie van antisemitisch gedachtegoed zien. In West-Europa is het beeld ten aanzien van 2015 nagenoeg gelijk gebleven. Ideeën over disproportionele macht van Joden in de zakenwereld en complottheorieën blijken wijdverspreid te zijn.

Met name in Centraal- en Oost-Europa hebben respondenten laten zien er weinig moeite mee te hebben om klassiek antisemitische ideeën te delen. In Polen (48%), Oekraïne (46%) en Hongarije (42%) is bijna de helft het eens met een meerderheid van antisemitische stereotypes die ze voorgeschoteld kregen. Respondenten konden aangeven het eens of oneens te zijn met stellingen als “Joden spreken teveel over wat hen in de Holocaust is overkomen”, of “het kan Joden niets schelen wat anderen dan hun eigen groep overkomt”.

Vooral het stereotype dat Joden teveel macht hebben in de zakenwereld blijkt verre van taboe. Een grote meerderheid in Oekraïne (72%) en Hongarije (71%) geeft zelfs aan dit als werkelijkheid te zien.

De toename van de attitudes over de afgelopen vijf jaar valt samen met de opkomst van rechts-extremisme in de politiek van die landen. Zo heeft Polen een wet doorgevoerd die het verbiedt Poolse medeplichtigheid aan de Holocaust te benoemen, en heeft de regering in Hongarije uitvoerig campagne gevoerd met het motto “Stop Soros”, met een duidelijke knipoog naar klassiek antisemitische stereotypen.

Islamitische respondenten

Toegespitst op geloofsachtergrond wijzen de resultaten van de ADL op gemiddeld een hogere acceptatie van antisemitische stereotypes onder moslims dan onder anderen. Tegelijk zijn er grote verschillen tussen respondenten in de islamitische wereld en moslims in West-Europa. Terwijl 64% van de moslims uit islamitische landen vindt dat de Holocaust een mythe is, dan wel sterk overdreven, geldt dit voor 30% van de moslims in West-Europa.

Onder de islamitische respondenten in West-Europa valt verder op dat antisemitische stereotypen met betrekking tot economische macht wijdverspreid zijn. Net iets meer dan de helft zegt te vinden dat Joden te veel invloed op de economie hebben. Ook net iets meer dan de helft zegt te vinden dat Joden disproportionele macht hebben in de regering van de VS – een stereotype dat onder andere groepen juist dalende is.

Resultaten over Nederland

Nederland blijkt, samen met België, de enige uitzondering op het gegeven dat politiek rechtse opvattingen gemiddeld sneller samengaan met antisemitische ideeën dan politiek linkse opvattingen. Antisemitisme komt in alle politieke hoeken voor, zo benadrukt de ADL, maar gemiddeld genomen verschilt de prevalentie per politieke voorkeur.

Hierbij moet uiteraard de kanttekening geplaatst worden dat de resultaten op basis van zelfidentificatie zijn, en dat de begrippen ‘politiek links’ en ‘politiek rechts’ niet constant zijn.  

In Nederland geeft bovendien 32% aan te geloven dat “een groot deel van ons leven beïnvloed wordt door geheime complotten en machtige groeperingen”. Geloof in complotten is zorgwekkend, omdat hierin al snel rechtvaardiging gevonden kan worden voor antidemocratische acties. Het repertoire aan antisemitische clichés staat bovendien bol van complottheorieën. De stap naar vijandige ideeën jegens Joden is daarmee snel gezet door wie in complotten gelooft.  

De percentages geven proporties aan van het aantal respondenten dat instemmend antwoordt op de genoemde stellingen. Bron: ADL

Net als in de meeste West-Europese landen, is het meest voorkomende stereotype dat Joden loyaler zijn aan Israel dan aan het land waar ze wonen (in het geval van Nederland zegt 43% zo te denken). Qua prevalentie wordt dit stereotype gevolgd door antisemitische ideeën over de Holocaust, en pas daarna komen klassiek-antisemitische ideeën over Joden en geld (zie afbeelding). 

Reden tot voorzichtig optimisme

Anders dan in Oost-Europa laten de resultaten over West-Europa weinig veranderingen zien ten aanzien van vorig jaar.

In het Verenigd Koninkrijk is het uitblijven van grote veranderingen op zichzelf opvallend. Tijdens het vorige onderzoek in 2015 was nog niet duidelijk dat een cultuur van antisemitisme wortel zou schieten in de Labourpartij onder het leiderschap van Jeremy Corbyn. Het feit dat er geen verschuiving is vastgesteld in de prevalentie van antisemitische attitudes in de algehele samenleving, wijst er dus mogelijk op dat de Britse samenleving erin is geslaagd de crisis binnen Labour tot de partij zelf te beperken. De partij doet het momenteel bar slecht in opiniepeilingen voor de opkomende parlementsverkiezingen, en zeker onder Joodse stemmers.

Antisemitische attitudes zijn in Oostenrijk en Italië flink achteruit gegaan, met respectievelijk 8 en 11%. Ook in deze landen duidt dit mogelijk op een positieve rol van de versterking van normen in de samenleving. Zo heeft de Oostenrijkse regering de afgelopen jaren meer aandacht besteed aan antisemitismebestrijding. Ook heeft de rechts-extremistische FPÖ – een partij met neonazistische wortels – mondjesmaat afstand genomen van antisemitische uitingen. De Italiaanse politiek staat niet bekend om sterk antiracismebeleid, maar het feit dat hieraan gerelateerde incidenten tot grote opschudding zorgen, wijst mogelijk ook in Italië op meer gevoeligheid.

Hoewel er dus reden is tot optimisme wat West-Europa betreft, is er alsnog een lange weg te gaan in de bestrijding van antisemitisme. Van de volwassen bevolking schat de ADL dat zo’n 1,3 miljoen mensen in Nederland tenminste een aantal antisemitische ideeën erop nahoudt.

De positieve gevallen van Italië en Oostenrijk steken schril af tegen de zorgelijke veranderingen gemeten in onder meer Polen, Hongarije en Oekraïne. Een vergelijking maakt het moeilijk te ontkomen aan de conclusie dat verschuivingen niet uit de lucht komen vallen, en dat politiek en samenleving een belangrijke rol spelen in het in stand houden van normen. In dat licht betekent voorzichtig optimisme dus niet dat men achterover kan leunen, maar juist het tegenovergestelde: alertheid is geboden om antisemitisme terug te dringen. Is die er niet, dan ligt een sterke toename (zoals in Oost-Europa) op de loer.

Achtergrond

De ADL Global 100 is een regelmatig opinieonderzoek, waarbij antisemitische attitudes gepeild worden onder de bevolking in tal van landen. Nederland is voor de tweede keer in het onderzoek meegenomen: resultaten laten zich vergelijken met ondervragingen uit 2015. ADL voert het onderzoek al sinds 1964 uit.

Zoals bij alle onderzoeken gebaseerd op zelfrapportage, geldt dat er rekening gehouden moet worden met vooringenomenheid bij de interpretatie van de resultaten. Over antisemitisme en racisme in het algemeen geldt een bepaald taboe, waardoor respondenten – zelfs anoniem – minder snel negatieve ideeën over groepen willen delen, ook als ze die wel koesteren. Hoe sterk deze vooringenomenheid is, is moeilijk vast te stellen. De Global 100-vragenlijst tracht dit effect enigszins op te vangen door vragen over Joden sterk af te wisselen met vragen over andere groepen, of neutralere vragen.

De uitgebreide beschrijving van de methodologie is op de pagina van ADL te lezen.