Akkoord over Israelische deelname wetenschapsproject

Horizon2020 Na maanden onderhandelen is er een akkoord bereikt tussen Israel en de EU, waardoor Israel zoals oorspronkelijk was gepland kan deelnemen aan het EU-wetenschapsproject Horizon 2020. De Israelische deelname stond op de tocht door voorwaarden die de EU stelde: die wilde de nieuwe EU-nederzettingenrichtlijnen als bijlage aan de overeenkomst hechten.  Dinsdag nog vergaderde Netanyahu twee keer met vijf ministers over de mogelijkheden om uit de impasse te komen. Aan het eind van de week moest Israel tekenen – of niet, afhankelijk van de voorwaarden die de EU verbond aan deelname. De EU

De Israelische ministers zaten niet op één lijn. De onlangs in zijn ambt herstelde rechtse minister van Buitenlandse Zaken Lieberman was falikant tegen ondertekening, die hij ‘capitulatie’ noemde, terwijl minister Peri van Wetenschap helemaal voor was.  Uiteindelijk gaf Netanyahu niet Lieberman, maar minister Livni van Justitie opdracht langs diplomatieke weg een oplossing te zoeken. Intensieve telefonische contacten tussen Livni en onder anderen de EU-chef Buitenlandse zaken Ashton resulteerden in een aanvaardbare overeenkomst .

Israel is het enige land buiten de EU dat zal deelnemen aan het prestigieuze project, waarvoor het Europees Parlement afgelopen donderdag de regels goedkeurde. Universiteiten in de EU staan in de startblokken om subsidies aan te vragen voor hun projecten. De EU steekt tussen 2014 en 2020 in totaal 80 miljard euro in onderzoek en innovatie; dit moet het wetenschappelijke vlaggenschip worden van de EU.

Israel, dat een waardevolle bijdrage kan leveren vooral op het gebied van innovatie, zou 600 miljoen euro investeren in het project, en zou in ruil daarvoor beurzen en onderzoeksfondsen ontvangen van 900 miljoen. Maar toen de EU in juni dit jaar de ‘nederzettingenrichtlijnen’ aannam – die in 2014 zouden moeten ingaan in de lidstaten die de richtlijnen omzetten in wetten -, kwam ook de eis dat Israel niets van dit geld zou besteden aan instellingen die óók werken in de gebieden. De EU rekent daartoe ook delen van de Israelische hoofdstad Jeruzalem en de door Israel geannexeerde Golan en wilde ook ‘indirecte subsidies’ tegengaan. Als een wetenschapper bijvoorbeeld werkt aan een universiteit binnen de Groene Lijn, maar daar zelf buiten woont, zou zijn project niet voor subsidie in aanmerking komen.

In eerste instantie zei Israel dat het onder die voorwaarden niet zou deelnemen aan Horizon, maar eerder deze maand deed het enige compromisvoorstellen. Eén daarvan zou een clausule zijn dat Israel accepteert dat de EU niets over de Groene Lijn wil subsidiëren, maar dat dit geen consequenties heeft voor een vredesverdrag met de Palestijnen. De EU eist alvast dat Israel afstand doet van gebieden waarover nog onderhandeld moet worden, was het Israelisch argument.

De overeenkomst lost twee geschilpunten op. Over de nederzettingenrichtlijn komen de partijen overeen dat zij het niet eens zijn: de EU hangt nog steeds een bijlage aan de voorwaarden waarin staat dat dit akkoord de EU niet belet de nederzettingenrichtlijn toe te passen, en Israel hecht een bijlage aan waarin staat dat Israel het daarmee niet eens is. Wat betreft de ‘indirecte steun’ komen Israel en de EU overeen dat elke Israelische organisatie die binnen de Groene Lijn opereert subsidie kan aanvragen, en dat beide partijen zullen zoeken naar mogelijkheden om te voorkomen dat subsidiegelden ‘in enigerlei vorm’ doorstromen naar nederzettingen.