Als uitkeringstrekker is Palestijnse entiteit een obstakel voor vrede

De Westerse financiële boycot van de Palestijnse Autoriteit (PA) kan paradoxaal genoeg de economische situatie van de Palestijnen verbeteren en de vrede bevorderen. Het Palestijnse vraagstuk wordt al ruim vijftig jaar gecompliceerd door het vluchtelingenprobleem van 1948 kunstmatig in stand te houden en de Palestijnen afhankelijk te houden van internationale hulp, hen daarin als uitkeringstrekkers te ‘hospitaliseren’. Daarmee bleven de Palestijnen niet alleen een voor veel landen nuttig politiek wapen tegen Israel, maar werden zij tot sociaal-economische ellende en uitzichtloosheid veroordeeld. Dat heeft de vrede uiteraard niet bevorderd.

Inmiddels is in de door de Palestijnse Autoriteit (PA) bestuurde gebieden een door de fundamentalistische Hamas gecontroleerde regering geïnstalleerd. Daarmee kwam een eind aan de dominantie van de in 1964 opgerichte seculiere PLO, die met zegen van de internationale gemeenschap absolute politieke, bestuurlijke en financiële controle over de ‘Palestijnse zaak’ had weten te verkrijgen. Het was Arafats PLO die in 1974 door de VN en in 1993 door Israel als “de vertegenwoordiger van het Palestijnse volk” werd erkend, die vervolgens alle overeenkomsten met Jeruzalem heeft gesloten en in 1994 de touwtjes van de in dat jaar geïnstalleerde PA in handen kreeg. Het PLO-regentschap kenmerkte zich door nepotisme, corruptie en wanbestuur. Volgens een recent verschenen rapport van de Amerikaanse Congressional Research Service heeft de internationale gemeenschap de PA tijdens Arafats bewind (1994-2004) zeven miljard dollar budgettaire steun verleend en is waarschijnlijk de helft daarvan ‘verdwenen’.

PA-bewind bracht Palestijnen armoedeval
Hamas’ populariteit kan goeddeels worden verklaard uit de verelendung van de Palestijnen. In 1993 bedroeg het Bruto Binnenlands Product in de Gazastrook nog 2800 en op de West Bank 3500 dollar per hoofd van de bevolking. Onder het PA-bewind zakte dat naar respectievelijk 600 en 1100 dollar in 2003. In die periode cre?erde Hamas voor de door de PA benadeelde bevolking een alternatief sociaal en educatief vangnet. Dat diende primair als rekruteringssysteem voor de jihad tegen Israel, maar had als neveneffect de vorming van een politieke machtsbasis.

De Palestijnse entiteit is momenteel economisch niet levensvatbaar. In een gezonde economie zijn productie en consumptie in evenwicht, is er geen afhankelijkheid van inkomens- en vermogensoverdrachten uit het buitenland en is corruptie een randverschijnsel. Hamas zal de corruptie waarschijnlijk wel kunnen verminderen, maar het extremistische programma van de organisatie staat voortzetting van budgettaire steun door het Westen vooralsnog in de weg. Vervangende steun door bijvoorbeeld Iran kan de PA ‘redden’, maar zal gepaard gaan met politieke inmenging die gericht is op verdere radicalisering. Bovendien biedt budgettaire steun geen oplossing voor structurele economische problemen.

Palestijnse afhankelijkheid van Israel
Onder het Israelische bewind (1967-1994) was er in de Gazastrook en de West Bank wel sprake van economische groei, maar Jeruzalem heeft er niets aan gedaan om de eigen industrie van de Palestijnen te ontwikkelen. Vóór de geweldsgolf van 2000-2004 waren veel Palestijnen afhankelijk van werkgelegenheid in Israel. Maar in de Gazastrook is thans ongeveer de helft van de beroepsbevolking werkloos en op de West Bank ruim twintig procent. Het PA heeft meer dan 137.000 ambtenaren (met een afhankelijkheidsratio van 6.0, ofwel 822.000 personen). In 2005 bedroeg het PA-budget ruim 1,8 miljard dollar, waarvan slechts 400 miljoen werd gedekt door locale belastingopbrengsten. Een bedrag van circa 500 miljoen aan invoerheffingen en accijnzen werd in 2005 door Israel geïnd en aan de PA doorbetaald. In 2005 ontving de PA ongeveer 350 miljoen dollar aan rechtstreekse budgettaire steun en werd zo’n 600 miljoen op de kapitaalmarkt geleend.

Israels veiligheidsdilemma
De curieuze constructie met de Israelische inning van invoerheffingen en accijnzen werd overeengekomen in de Oslo-akkoorden en houdt verband met Israelische controle op de Palestijnse import. Overigens heeft Israel na de verkiezingsoverwinning van Hamas de doorbetalingen opgeschort. Jeruzalem wil met de controle de smokkel van wapens en explosieven naar de Palestijnse gebieden tegengaan, maar ook zonder dat argument blijven de Palestijnen afhankelijk van Israelische invoer-, uitvoer- en doorvoerfaciliteiten. De geo-economische situatie is erg complex. De Gazastrook en de West Bank vormen geen territoriale en economische eenheid. De Gazastrook beschikt niet over een zeehaven en de territoriale wateren worden door de Israelische marine gecontroleerd. De luchthaven van Gaza is tijdens de geweldsgolf van 2000-2004 door de Israeli’s buiten gebruik gesteld en na de Israelische terugtrekking uit de strook, in de zomer van 2005, blijft Jeruzalem om veiligheidsredenen ook ongecontroleerde import door de lucht verbieden. De grens met Egypte biedt de Palestijnen geen uitweg. Aan gene zijde ligt de Sinaïwoestijn, een gebied zonder de voor een deugdelijke doorvoer benodigde infrastructuur. De West Bank wordt grotendeels door Israelisch grondgebied omsloten en de grensovergangen met Jordanië staan onder Israelische controle. De geopolitieke en geomilitaire situatie in de regio is vooralsnog dusdanig dat Israel de controle op de Palestijnse buitengrenzen niet zal kunnen opgeven.

Verkeerde demografische schatting Palestijnse gebieden
De Palestijnen zijn niet alleen voor budgettaire steun aan de PA van de buitenwereld afhankelijk, maar al ruim een halve eeuw ook voor tal van sociale en educatieve voorzieningen. Volgens de Wereldbank had de totale internationale steun aan de Palestijnse gebieden in 2005 een waarde van 1,3 miljard dollar, waarvan 605 miljoen uit de kas van de EU. Dat is 346 dollar per hoofd van de Palestijnse bevolking. Het CIA World Fact Book 2005 totaliseert de Palestijnse bevolking van de Gazastrook en de West Bank op 3,76 miljoen zielen. Daarbij baseert de CIA zich o.a. op gegevens van de PA. Recent Amerikaans wetenschappelijk onderzoek heeft de Palestijnse bevolking echter becijferd (per ultimo 2004) op slechts 2,49 miljoen zielen (www.pademographics.com). Op basis van dat aantal bedroeg de internationale steun in 2005 522 dollar per hoofd van de bevolking.

Onder de Nederlandse sociale wetgeving zou de Palestijnse entiteit als 57-jarige kansloze uitkeringstrekker worden getypeerd. Misschien is het beste wat de Palestijnen kan overkomen daarom wel dat de wereld de hun om politieke redenen toebedeelde ‘hospitalisering’ afbouwt. Dan moet men zelf wel aan het werk, waarbij intensieve economische samenwerking met Israel noodzakelijk is en het vredesproces een echte kans kan krijgen.