Anti-racisme circus

De antiracisme conferentie in Geneve is precies geworden wat weldenkende mensen al vreesden: een onwaardige, politiek verziekte, vertoning. Voor de strijd tegen het racisme had de conferentie geen enkele betekenis, alleen al omdat de slotverklaring volkomen onduidelijk is. Zo stelt artikel 5 dat er strenger moet worden opgetreden tegen alle vormen van “racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en gerelateerde intolerantie in elk aspect van het leven en in alle delen van de wereld, inclusief de delen die zich onder vreemde bezetting bevinden”.

Bestaat er evenwel enig verschil tussen racisme en rassendiscriminatie? En wat houdt ‘gerelateerde intolerantie’, eigenlijk in? Is dit discriminatie wegens iemands seksuele geaardheid, wegens religie, of mag iedereen naar believen invullen wat hier onder verstaan wordt? Dan betreft dit wellicht ook socialisme, liberalisme of zionisme. En waarom moet vreemde bezetting uitdrukkelijk worden genoemd, als er toch al in de tekst staat ‘in alle delen van de wereld’? Gaat het hier om de Chinese bezetting van Tibet, de Marokkaanse bezetting van de Westelijke Sahara of de Turkse bezetting van Cyprus? Zo gaat het document 143 paragrafen, 19 pagina’s lang, door. Vaagheid na vaagheid.

Hoe multi-interpretabel de strijd tegen racisme kan zijn, bewees het bizarre optreden van president Ahmadinejad op de conferentie. Israel werd een ‘racistisch regime’ genoemd, opgericht ‘onder het voorwendsel van het Joodse lijden’. Terwijl de diplomaten van de EU en Jordanië uit protest de zaal verlieten, klapten de aanwezigen van een aantal Islamitische staten. Ook van landen waaruit in de vijftiger en zestiger jaren tienduizenden Joden verjaagd werden en die nu weer andere minderheden discrimineren. Het feit dat iemand als de Iraanse president überhaupt op een racisme conferentie mag komen praten, die in eigen land de Soefi’s, Koerden en Bahai vervolgt en de Holocaust ontkent, is nog het meest aanstootgevend. Het schaadt het aanzien en de geloofwaardigheid van de Verenigde Naties. De gespeelde verontwaardiging van secretaris-generaal, Ban Ki-moon na afloop van de toespraak, die deze afgang had kunnen voorzien, doet hieraan niets af. Overigens een dag later, alsof Ahmaninejad’s ‘glansrol’ nog niet genoeg was, scholden Iraanse diplomaten Holocaust overlevende en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel ook nog eens uit voor: “zio-nazi”. Het kan verkeren!

Minister Verhagen had dus het grootste gelijk ter wereld, toen hij ons land tijdig afmeldde voor dit circus. Hij heeft hiermee het blazoen van Nederland schoongehouden en geen verantwoording genomen voor de slotverklaring, het VN uitnodigingsbeleid en de politisering van het begrip racisme. De echte strijd tegen racisme, antisemitisme, vreemdelingenhaat en homohaat is te belangrijk om het te laten kapen door landen die de democratie nog moeten uitvinden.

Ronny Naftaniel