Antisemitische imam zet verhoudingen in Frankrijk op scherp

IN ANTISEMITISME / Door: WEBMASTER / 15 nov 2004 ANTISEMITISME EU HAMAS VS

President Roger Cukierman van de Frans-Joodse koepelorganisatie CRIF heeft Fouad Alaoui, secretaris-generaal van de fundamentalistisch georiënteerde Franse Unie van Islamitische Organisaties (UOIF), gevraagd duidelijk en ondubbelzinnig een antisemitische imam uit zijn beweging te veroordelen. In Le Figaro werden fragmenten uit een preek van de imam Hassan Iquioussen geciteerd, waarin hij zegt dat Joden “onprettig, gierig en gemeen” zijn.

“Zij hebben altijd mensen geminacht en hebben geen enkele moeite met het doden van profeten”. Zionisten hebben volgens Iquioussen druk op Hitler uitgeoefend om “Joden kwaad te doen, zodat ze Europa zouden verlaten om naar Palestina te gaan.” “Joden zijn het toppunt van verraad en ontrouw. Joden zullen nooit ophouden tegen de islam en moslims samen te spannen,” aldus Iquioussen.

Geluidsopnamen van deze preek werden aangetroffen in de verkoop in een islamitische boekhandel. Iquioussen zelf zei tegen Le Figaro: “Ik beschreef episodes uit de Koran. Je wil de Koran toch niet afschaffen? Als bewezen wordt dat ik fout zat, dan zal ik mijn mening veranderen.” Fouad Alaoui beantwoordde het verzoek van de Frans-Joodse koepelorganisatie met een veroordeling van de woorden van de imam, maar weigerde de persoon Iquioussen te veroordelen: “Iquioussen is erkend vanwege zijn grote spiritualiteit en als uitstekende spreker, die vasthoudt aan de waarden van de Republiek.”

De Franse minister De Villepin van Binnenlandse Zaken heeft de opmerkingen van Iquioussen onacceptabel genoemd. Het ministerie van Justitie bekijkt de zaak momenteel, en onderzoekt eveneens of er links zijn tussen de UOIF en pro-Palestijnse groeperingen die geld collecteren voor Hamas, zoals het Amerikaanse Simon Wiesenthal Centrum meldde. Vorige week heeft De Villepin zich ook uitgelaten over de link tussen antizionisme en antisemitisme. Hij riep de media en politieke leiders op om hun verantwoordelijkheid te nemen in de manier van berichtgeving zodat “individuen die snakken naar daden” niet worden aangemoedigd.