Antisemitismerapport 2009

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInDigg thisShare on RedditEmail this to someonePrint this pageDeel dit

KeppelHet aantal gemelde antisemitische incidenten in 2009 (167) lag 55% hoger dan in 2008 (108). De stijging geldt ook voor het aantal ernstige voorvallen (Geweld, bedreiging met geweld, vernielingen). Vergeleken het jaar 2007 is de stijging zelfs 106%. Tot juni 2010 zijn er bij CIDI 70 incidenten gemeld. waaruit voorzichtig kan worden afgeleid dat, als er geen maatregelen worden getroffen, dit jaar een zelfde beeld kan hebben als 2009.

Omdat lang niet alle incidenten worden gemeld, hecht CIDI in de sinds 1983 jaarlijks gepubliceerde ‘Monitor van Antisemitische Incidenten in Nederland’ doorgaans meer waarde aan de trends die uit de cijfers blijken, dan aan de ‘kale’ cijfers zelf. Door de recente aandacht voor antisemitisme in Nederland, die vanmiddag uitmondde in een spoeddebat in de Tweede Kamer, heeft CIDI besloten voorlopige cijfers ter beschikking te stellen over het aantal gemelde antisemitische incidenten in 2009 en begin 2010.

Deze cijfers zijn nog geflatteerd, omdat de informatie van met name de Amsterdamse politie over 2009 ontbreekt. In de telling voor 2010 ontbreken zelfs de cijfes van het Antidiscriminatie Bureau Amsterdam. Aanvankelijk wilde CIDI wachten op de politiecijfers voor 2009. Nu er urgentie bestaat voor meer inzicht en het onwaarschijnlijk is dat de Amsterdamse politie de benodigde informatie heeft, komen we toch met cijfers naar buiten.

Daaruit blijkt dat in 2009 het aantal gemelde incidenten ten opzichte van 2008 met 55%  is gestegen. Van 108 naar 167 incidenten. De stijging geldt ook voor het aantal ernstige voorvallen (Geweld, bedreiging met geweld, vernielingen). Vergeleken het jaar 2007 is de stijging zelfs 106%. Tot juni 2010 zijn er bij CIDI 70  incidenten gemeld, waaruit voorzichtig kan worden afgeleid dat, als er geen maatregelen worden getroffen, dit jaar een zelfde beeld zal hebben als 2009.

Het zal duidelijk zijn dat deze gegevens CIDI verontrusten, hoewel ze een zelfde trend vertonen als in het buitenland. Maatregelen als het op heterdaad kunnen betrappen van antisemitisme op straat en op het internet, Holocaust onderwijs op scholen, harder optreden tegen Holocaustontkenning en het verplicht en specifiek door de politie registreren van aangiften tegen antisemitisme, zouden het leefklimaat van Nederlandse Joden kunnen verbeteren. Overigens hechten wij niet alleen waarde aan het aantal meldingen, maar ook aan de motieven achter het antisemitische gedrag (voor zover die er zijn), omdat de analyse daarvan inzicht biedt in de te nemen maatregelen. Die analyse komt samen met de definitieve cijfers op een later moment ter beschikking.

Bij het hanteren van de voorlopige cijfers van gemelde antisemitische incidenten over 2009 en begin 2010 is het essentieel te weten dat in werkelijkheid het aantal incidenten tegen Joden vele malen hoger ligt. Dat komt door het volgende:
• Lang niet alles wordt gemeld. Veel Joden hebben het melden opgegeven omdat ze denken dat het niet helpt of uit angst.  De cijfers zijn derhalve te laag voor significante conclusies, maar geven wel een duidelijke trend.
• Een aantal cijfers voor 2009 ontbreekt nog; voor 2010 zijn dat er nog meer. Dit is aangegeven onder de tabel.
• Een groot aantal e-mails verzonden door één  persoon worden geteld als één  incident. Hetzelfde geldt voor één  e-mail die op verschillende momenten aan meerdere personen/instanties is gezonden.
• Ook een groot aantal voorvallen gericht tegen één  persoon tellen als één  incident.

Klik hier voor de telling tot nu toe en een overzicht waaruit blijkt hoe één ‘incident’ ingrijpt in het leven van een melder.