Arabieren speelden Baraks vredesspel niet mee

De Wall Street Journal gaf begin deze maand in zijn editorial zijn visie op de regeerperiode van Barak en analyseerde de huidige crisissituatie. Hieronder de belangrijkste passages. De Israelische premier Ehoed Barak heeft in de zeventien maanden van zijn regeerperiode voldaan aan de internationale verwachtingen, maar van Arabische zijde werd het vredesspel niet meegespeeld. Inmiddels heeft de Israelische bevolking leergeld betaald.

Er waren veel en dikke omhelzingen, de nacht dat Ehoed Barak met een verpletterende overwinning op Benjamin Netanjahoe tot premier van Israel was gekozen. New York Times-columnist Thomas Friedman roemde de nieuwbakken politicus als een ‘staatsman’ die een eind zou kunnen maken aan ‘s lands ‘nationale nachtmerrie’. Soortgelijke ontboezemingen werden gehoord van de kant van de regering Clinton, die haar politieke hit team had gestuurd, [de PR-deskundigen] Carville, Greenburg & Shrum, om de kwaadaardige Bibi te verslaan en zo werd aangenomen om vrede een kans te geven.

Dat was zeventien maanden geleden. Sindsdien heeft Barak zo’n beetje alles gedaan wat mensen als Friedman en Clinton wilden dat hij zou doen. Hij bood Syrië te goeder trouw aan om bijna de gehele Golan terug te geven. Hij trok het Israelische leger terug uit Zuid-Libanon. Hij ging naar Camp David en deed daar naar verluidt Jasser Arafat een aanbod dat, gezien de eerdere Israelische voorwaarden, alles overtrof wat de Palestijnse sterke man had mogen verwachten. Dat aanbod zou 90 procent van de Westbank en de helft van Jeruzalem hebben omvat.

En wat heeft dat Barak opgeleverd?

Syrië wees het Golan-aanbod aanmatigend van de hand, omdat er slechts 99 procent van de Syrische eisen mee werd ingewilligd. Hezbollah heeft aanvallen op Noord-Israel gepleegd met als argument dat een splintertje Libanees grondgebied in handen van de ‘bezetters’ zou zijn gebleven. (Zelfs de VN is het niet met Hezbollah eens.) Het Palestijnse leiderschap liet niet veel tijd verloren gaan om de nieuwe premier als ‘Barakjahoe’ te brandmerken. Toen de kans zich voordeed, met Ariel Sharons bezoek aan de Tempelberg, begonnen zij [de Palestijnse leiders, red.] hun meest recente bloedige ‘opstand’. Thans wordt Israel geconfronteerd met een onvervalste verschrikking: terroristische bomaanslagen binnen ‘Israel proper‘ [het Israel binnen de wapenstilstandslijnen van 4 juni 1967, red.], iets dat zelfs tijdens de ‘nachtmerrie-achtige’ Netanjahoe-jaren niet gebeurde.

Op internationaal gebied is de situatie eveneens verslechterd. Een Israel dat zich onder de regering Netanjahoe buitengesloten vond, is nu welhaast een pariastaat, die er routinematig van wordt beschuldigd excessief geweld te gebruiken, oorlogsmisdaden te plegen en zelfs genocide. Dit ondanks het feit dat Israelische soldaten in de huidige crisis uitsluitend defensief hebben gehandeld of gereageerd, waarbij men zelfs zo ver ging de Palestijnen vooraf te waarschuwen waar gevechtshelikopters zouden gaan toeslaan.

Ondertussen heeft de regering Clinton, die zo veel heeft gedaan om Barak aan de macht te brengen, Israel slechts halfhartige steun geboden, bang als men is Arafat ermee voor het hoofd te stoten. Niet dat het iets heeft opgeleverd: Arafat heeft de VS openlijk veroordeeld voor het verlenen van militaire hulp aan Israel. (…)

En wat is hier nu uit geleerd? Tom Friedman is in de war. De huidige gevechten, zegt hij, ‘zijn zinloos’. De Israelische strategie is ‘knettergek’ en de Palestijnse ‘krankzinnig’. Nu is het natuurlijk zo dat veel mensen die hun voorspellingen de mist zien ingaan, zeggen dat de wereld gek is geworden. Ondertussen denkt de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright dat het vredesproces ‘kan doorgaan’ zodra het geweld is beëindigd. Maar van alle mensen zou zij nog het beste moeten weten dat je nooit meer naar de oude situatie kan terugkeren.

Israeli’s daarentegen lijken wel iets geleerd te hebben: dat de internationale steun die wordt opgewekt door territoriale concessies slechts zo lang duurt als het de Palestijnen tijd kost om een nieuwe grief uit de hoed te toveren. En van die grieven bestaat een eindeloze voorraad, van problemen met werkvergunningen tot het recht op terugkeer voor vluchtelingen. De Israeli’s leren dat hun gebaren van goede wil door hun vijanden worden opgevat als tekenen van zwakte, niet van goedheid. Zij leren dat Palestijnse eisen niet onderhandelbaar zijn en zo het nut van onderhandelingen in twijfel trekken. Zij leren dat het onderhouden van formele relaties met hun buurlanden niets zegt, zoals duidelijk werd met het terugtrekken van de Egyptische ambassadeur. Zij leren dat zij, kort gezegd, na een [nationaal] bestaan van meer dan een halve eeuw, nog steeds een onafhankelijkheidsoorlog vechten.

Dus zullen de Israeli’s binnenkort naar de stembus gaan en de samenstelling van hun regering wijzigen. Dat zij dit, in tegenstelling tot hun buren, kunnen doen, is geen feit waaraan de Westerse media veel aandacht besteden en de Arabische media nog veel minder. Maar terwijl het kleine Israel wordt belegerd – door Hamasterroristen, leden van de Tanziemmilitie, Hezbollahguerilla’s en door schijnheilige Westerlingen – is duidelijk, dat dit kleine land vrij blijft en dapper en naar nu blijkt een beetje wijzer.