Arabische christenen zijn niet missionair

IN MIDDEN-OOSTEN / Door: WEBMASTER / 19 aug 1998 FATACH JODENDOM ONDERWIJS PA

Dit is het laatste deel in een serie over verschillende religieuze groeperingen in Israel. In de twee eerdere afleveringen kwamen het orthodoxe en het liberale Jodendom aan bod. Door: dr. Geert Cohen Stuart. Cohen Stuart was van 1982-1993 in Israel werkzaam als theologisch adviseur van de Nederlands Hervormde Kerk.

In Israel wonen sinds de eerste eeuw christenen. Heilige plaatsen ontstonden in Bethlehem, waar Jezus geboren is, in Galilea waar Hij lerend rondtrok en in Jeruzalem waar Hij stierf. Tegenwoordig is de christelijke gemeenschap in Israel sterk verdeeld. In september 1997 waren er 190.000 christenen. Dat is 3,2% van de Israelische bevolking en 16,3% van het niet-Joodse gedeelte daarvan.

Grieks-orthodoxe gemeenschap

Sinds het midden van de tweede eeuw geldt de Grieks-orthodoxe kerk als de kerk van Jeruzalem. Haar leden nu zijn nazaten van de eerste christenen. Hun voorouders zijn ondanks het islamitische bestuur over de regio niet tot de islam overgegaan. Arabisch is de voertaal van de leken en de lagere geestelijkheid. De hogere geestelijkheid bestaat uit Griekse monniken, wier belangen niet altijd sporen met die van de kerkleden. In juli dit jaar eiste de Palestijnse Autoriteit het aftreden van de Grieks-orthodoxe patriarch, omdat in Galilea grond aan Israel was verkocht. De Grieks-orthodoxe kerk is Israels grootste particuliere grootgrondbezitter (in Jeruzalem bezit zij o.a. de grond van het King David, Laromme en de Liberty Bell garden). Naar schatting is 40% van de christenen in Israel Grieks-orthodox.

Pelgrims

Vanaf de vierde eeuw bezochten pelgrims het Heilige Land. Voor hun opvang stichtten de Armeense, Syrische, Koptische (Egyptische) en Ethiopische kerken pelgrimscentra met kerken en kloosters. Met ongeveer 6000 leden is de Armeense kerk de grootste. Overlevenden van de Turkse massamoord op de Armeniërs in 1915 (anderhalf miljoen doden) vonden een veilig heenkomen in de Armeense wijk van de Oude Stad.

Kruistochten

De Middeleeuwse kruistochten hadden grote gevolgen. Voor de westerse (Rooms-katholieke) kerk golden behalve de moslims ook de Grieks-orhodoxe ‘ketters’ als vijand. Sindsdien is er een Rooms-katholiek bisdom: het Latijns patriarchaat. Begin veertiende eeuw gaf de paus aan de Franciscaner orde het beheer over de heilige plaatsen. In de zestiende eeuw sloten afsplitsingen van de Griekse, Syrische, Armeense en andere kerken zich aan bij Rome, met behoud van gedeeltelijke autonomie. In de negentiende eeuw stichtten westerse mogendheden kloosters, die hun scholen opstelden voor kinderen uit andere kerken. Het gevolg was dat veel Grieks-orthodoxen naar één van de katholieke kerken overgingen. Deze zieltjeswinnerij zet tot op de huidige dag veel kwaad bloed. Vijftig procent van de christenen behoort thans tot de Roomse kerkfamilie.

Protestantse kerk

De eerste protestanten kwamen in de negentiende eeuw naar Israel in het voetspoor van het Engels consulaat. De Anglicaanse kerk bouwde scholen, ziekenhuizen en werkplaatsen als ondersteuning voor zending onder de straatarme Joden in Jeruzalem. Sinds het uiteenvallen van het samenwerkingsverband met de Duitse Lutheranen bestaan de huidige Episcopaalse (=Anglicaanse) en Lutherse kerk. Ook de meeste van hun (in totaal minder dan 2000) leden stammen af van de Grieks-orthodoxen.

In het spoor van de instroom van Joodse immigranten kwamen evangelische kerkgenootschappen (baptisten, pinkstergemeenten e.d.), vaak vertegenwoordigd door enkelingen. De meesten wachten biddend op Jezus wederkomst op de Olijfberg. Daarnaast evangeliseren ze onder Joden en/of Arabieren (moslims en christenen).

Arabische christenen

Arabische christenen in Israel hebben een verhevigd identiteitsconflict. Men is bang voor het groeiend islamitisch fundamentalisme. Als Israelische Arabier lijden ze met de moslims onder Israels langdurige strijd om veiligheid. Een Arabier ‘behoort’ moslim te zijn. Als christen worden ze verdacht te heulen met ‘westerse imperialisten’. Hun hiërarchisch opgebouwde gemeenschappen zijn goed georganiseerd. Westerse kerken steunen Arabisch sprekende, christelijke scholen. De relaties met donoren bieden goede kansen op buitenlandse studiebeurzen. Door dit onderwijstraject is hun kennis van Hebreeuws vaak zo zwak dat dit hun penetratie in de Israelische arbeidsmarkt bemoeilijkt. Door de vele contacten overzee is emigratie voor christen-Arabieren gemakkelijk.

Zending

Arabische christenen zijn niet missionair. Ze hebben nauwelijks gereageerd op wetsvoorstellen om zending in Israel te verbieden. Ze hebben de eeuwen door veel schade ondervonden van westerse, missionaire ‘concurrentie’. De weinige evangelisch-Arabische christenen werken met Jezus-als-Messias belijdende Joden samen in de United Christian Council in Israel. De 3000 tot 5000 Messiasbelijdende Joden zijn verdeeld over een groot aantal kleine groepen, (de vele) niet-Joodse partners en kinderen meegerekend. Sinds kort noemen sommige voorgangers zich ‘rabbijn’, ook al beperkt hun kennis van het Jodendom zich tot wat ze op de bible school leerden.

De antizendingswet werd ingediend als reactie op de botte, ongevraagde lectuurverspreiding door een Amerikaans-Joodse zendeling, Mozes Cerullo. Zolang deze wet niet definitief is aangenomen zal zending onder Joden in Israel gewoon doorgaan. Nog altijd gebeurt dat door sommigen zelfs op een zeer agressieve wijze.

Samenwerking

Naar buiten toe lijken de vele christelijke groeperingen goed met elkaar overweg te kunnen. Maar er zijn behoorlijk wat onderlinge spanningen zoals bij de samenwerking op het gebied van onderwijs en cultuur. De relatie met de Israelische overheid levert overigens geen problemen op. De afdeling voor de christelijke gemeenschap op het ministerie van religieuze zaken speelt zelfs een zeer positieve rol bij de interreligieuze christelijke verhoudingen.