Arafat beschadigt de basis van Oslo

Met zijn openingstoespraak op de top van de Islamitische conferentie heeft leider Jasser Arafat afgelopen zondag het vredesproces verder ondermijnd. ‘De Palestijnen zullen doorgaan met de intifada en de heilige oorlog (jihad), totdat de Israelische bezetting is beëindigd’, aldus Arafat.

Het door Palestijnse leiders dreigen met en gebruiken van geweld tegen Israel is een schending van artikel XXI van de Israelisch-Palestijnse Interim-overeenkomst van 28 september 1995, waarin is bepaald dat partijen al hun bilaterale geschillen door onderhandelingen zullen oplossen. Dat laatste is het fundament van het vredesproces en is als zodanig ook terug te vinden in alle relevante documenten die aan de Interim-overeenkomst voorafgingen, waaronder de Palestijnse brief van 9 september 1993 aan premier Jitschak Rabin. Daarin verklaarde Arafat ‘dat alle openstaande kwesties met betrekking tot de permanente status door middel van onderhandelingen zullen worden opgelost.’ Op 25 juli van dit jaar werd dat voor een werkelijke vrede onontbeerlijke uitgangspunt nog eens bevestigd in de trilaterale (Israelisch-Palestijns-Amerikaanse) verklaring ter afsluiting van de Camp David top.

Ook op andere terreinen worden de akkoorden door de Palestijnen geschonden. Zo wordt bij de (op zich al illegale) gewelddadige confrontaties met Israel in toenemende mate gebruik gemaakt van vuurwapens en explosieven, met name door Palestijnse politiefunctionarissen en leden van de Tanzim, een circa 20 duizend man sterke ongeuniformeerde militie die onderdeel vormt van Arafats Fatah-beweging. Tanzim-strijders waren begin oktober ook betrokken bij het initiëren van het Arabisch geweld binnen de zgn. ‘Groene Lijn’, in Galilea.

Het (voort)bestaan van organisaties als de Tanzim, Hamas en de Islamitische Jihad, is een schending van artikel XIV (3) van de Interim-overeenkomst. Op basis daarvan is de Palestijnse Autoriteit (PA) gehouden alle milities en terroristische organisaties op haar grondgebied te ontmantelen en op basis van lid 4 van hetzelfde artikel dient men alle niet bij Israel geregistreerde vuurwapens op te sporen en in beslag te nemen.

Het door de PA toestaan en/of plegen van aanslagen en straatgeweld tegen Israelische doelen is een schending van artikel XV van de Interim-overeenkomst, waarin is geregeld dat de Palestijnse politie de openbare orde in de autonome gebieden strikt dient te handhaven en systematisch zal optreden tegen alle vormen van geweld en terreur.

De door de Palestijnse Autoriteit gecontroleerde media en de Palestijnse onderwijsinstellingen maken zich bovendien schuldig aan ophitsing tot haat en geweld tegen Israel en het joodse volk. Ook uiten seculiere en religieuze Palestijnse functionarissen, via de eigen en via de algemene Arabische media, met grote regelmaat gewelddadige dreigementen richting Israel, ontkennen zij de legitimiteit van de joodse staat, en doen zij oproepen die te vernietigen.

Het door de PLO toestaan van ophitsing tegen Israel, respectievelijk het zelf zich aan ophitsing schuldig maken, is een schending van artikel XXII (1) van de Interim-overeenkomst. Het anti-Israelische en op veel punten zelfs anti-joodse curriculum van de Palestijnse scholen is een schending van lid 2 van hetzelfde artikel.

Op 7 november heeft Ehud Barak de wereldleiders schriftelijk geïnformeerd over de achtergronden van de eind september door de PLO begonnen geweldsgolf. In zijn brief schrijft de Israelische premier o.a. het volgende: ‘Recente uitspraken van Voorzitter Arafat, bijvoorbeeld dat de intifada zal voortduren totdat Jeruzalem is bevrijd, doen ernstige twijfel rijzen over zijn bedoelingen, en doen zonder twijfel de situatie ontvlammen. Als onderdeel van zijn strategie gebruikt de Voorzitter valse aantijgingen over onze acties, [zowel] naar zijn eigen publiek toe, als naar de wereld. Ik wil categorisch verklaren dat Israel al haar verplichtingen nakomt, en als de wereld werkloos aan de kant blijft bij de voortdurende Palestijnse schendingen van overeenkomsten, wordt dat door de Palestijnen uitgelegd als aanmoediging om nog meer geweld te gebruiken.’