Arafats “bestuur”

Het is al langer bekend dat Jasser Arafat het bestuur van de Palestijnse Autoriteit uitoefent alsof hij nog de leider van een guerrilla-organisatie is. Hij is in feite president, premier en legerleider tegelijk. Daarnaast bemoeit hij zich intensief met de vredesonderhandelingen en heeft hij een opmerkelijke voorliefde voor rode-loper ontvangsten in het buitenland. Dat is teveel voor een oude, zieke man. Het is dus geen wonder dat zijn bestuur in het honderd loopt. Wetten blijven te lang liggen en zijn macht berust bij een handjevol vertrouwelingen, veelal afkomstig uit Arafats eigen El Fatah, die goed voor hun diensten betaald worden. Van de 40 wetten die tot dusverre door de Palestijnse ‘regering’ zijn voorgesteld, zijn er pas 25 door Arafat ondertekend.

door Ronny Naftaniel

Veelzeggend over het feodale optreden van Arafat is het feit dat 20 procent van het totale budget van de Palestijnse Autoriteit buiten elke financiële verantwoording omgaat. Dit geld staat Arafat ter beschikking om zijn "clan systeem" te betalen. Volgens het Britse blad Sunday Telegraph bezit de PLO ook nog miljarden guldens op geheime rekeningen. Deze zouden vanuit het hoofdkantoor van de PLO in Tunis worden gecontroleerd. Een rapport van het Palestijnse parlement uit 1997, met voorstellen om de corruptie te beteugelen, werd nooit opgevolgd. Arafat benoemde enkele van zijn critici uit het parlement tot minister, waarna de nieuwe regering het vertrouwen kreeg met 55 tegen 28 stemmen.

Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat twintig vooraanstaande Palestijnen vorige week een petitie tekenden tegen de "tirannie en de corruptie". Negen van hen waren leden van het Palestijnse parlement. De reactie van Arafat en zijn medestanders was precies wat de protesterenden hadden verwacht. Acht critici werden gevangen gezet, van wie er nu nog vijf vastzitten. Zij zijn inmiddels in hongerstaking gegaan. Een van de protesterenden werd op 2 december neergeschoten, mogelijk door één van Arafats veiligheidsmensen. Kennelijk is de Palestijnse Autoriteit niet bereid kritiek op haar functioneren te accepteren. Deze ontwikkelingen zijn zeer ernstig. Ze kunnen op langere termijn ook het vredesproces verstoren. Nu nog is dit gebaat bij de alleenheerschappij, die Arafat nastreeft. Hij is het symbool van de Palestijnse onafhankelijkheidsstrijd en als zodanig heeft hij nog steeds voldoende gezag om zijn volk naar een ongetwijfeld pijnlijk compromis te leiden. Maar in de toekomst zal geen volk – en zeker het Palestijnse niet, dat weet hoe de Israelische democratie functioneert – het dulden door corrupte en onbekwame politici geregeerd te worden. Dit leidt tot geweld, opstanden en moslimfundamentalisme.

Een op te richten Palestijnse staat mag geen klein Iran worden, waar de feodale Sjah door moslimfundamentalisten werd verjaagd. Door Arafat intensief te begeleiden en hem duidelijk te maken dat democratie en transparantie de beste garantie voor de continuering van zijn regime en het slagen van het vredesproces op termijn zijn, kan het Westen het tij nog keren. Europa en Amerika moeten ophouden Arafat als een half-heilige te vereren, maar hem de waarheid zeggen en tegelijkertijd voldoende middelen verschaffen om het Palestijnse volk welvaart te bieden.