Bashar al-Assad: 20 jaar president, 9 jaar bloedige burgeroorlog

IN MIDDEN-OOSTEN / Door: HANNA LUDEN / 19 jun 2020 MIDDEN-OOSTEN SYRIE

Wie had het in het jaar 2000 gedacht? Toen Bashar al-Assad door de Syrische junta benoemd werd tot president, deze week 20 jaar geleden, waren de verwachtingen hoog. De oogarts uit Londen zou een frisse wind meebrengen naar zijn geboorteland. Nu, 20 jaar later, zijn alle illusies vervlogen: de helft van de Syrische bevolking is vluchteling, 400.000 vonden de dood, het Midden-Oosten is instabiel en de wereld ontnuchterd.

Bashar al-Assad was nooit voorbestemd voor het ambt. Zijn oudere, charismatische broer Bassel werd voorbereid voor de ‘troonopvolging’ van Hafez al-Assad, die 30 jaar lang Syrië met ijzeren hand bestuurde. Bassel was, net als zijn vader, als militair opgeleid en werd nauw betrokken bij het werk van zijn vader. Toen hij in 1994 bij een verkeersongeluk omkwam, moest er een nieuwe opvolger komen.

Die opvolger werd gevonden in Bashar, die zes jaar later zijn overleden vader opvolgde. Een positie die door vele analisten toen al als te hoog gegrepen werd beschouwd. Inmiddels was Bashar met Asma getrouwd, dochter van een rijke Syrische familie.

Hafez al-Assad

Vader Assad regeerde Syrië met ijzeren hand in de periode 1970-2000. Hij was een uitmuntende piloot die, samen met enkele anderen, tijdens een machtsgreep aan de macht kwam in Syrië na een lange periode van politieke instabiliteit. Die instabiliteit was er sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1946. Na de coup wist Assad de macht steeds meer naar zich toe te trekken.

Hafez al-Assad was een wrede heerser. De massamoorden in de stad Hamma, waar een soennitische meerderheid woonde en waar de Moslimbroeders een sterke invloed hadden, was het dieptepunt. Wellicht vormde dit een voorbeeld voor zoon Bashar. De Syrische economie is nooit sterk geweest, maar Hafez zorgde wel voor economische stabiliteit in het land. Door olieboringen in het oosten kon het land in de jaren 90 op adem komen, na jaren van interne en externe conflicten, zoals bijvoorbeeld met Israel.

In de jaren 1990 – na de val van de Sovjet-Unie, Syrië’s belangrijkste bondgenoot – was er een korte periode van toenadering met de VS. Syrië deed toen zelfs mee in de coalitietroepen tegen Saddam Hussein na zijn invasie in Koeweit. In die periode voerden Israel en Syrië onderhandelingen over de Golanhoogte. Deze leden echter tot niets: een scherp contrast met de successen van de Oslo-akkoorden en de vrede met Jordanië.

Modernisatie

Bij de ‘kroning’ van Bashar al-Assad waren de verwachtingen hoog. Bashar introduceerde internet in Syrië, een symbool van modernisatie. Hij gaf amnestie aan veel politieke gevangenen en sloot zelfs de beruchte gevangenis Al-Maza in Damascus. Oppositieleiders kwamen terug uit hun ballingschap. Deze ‘Syrische Lente’ duurde echter maar kort. Enkele maanden na zijn aantreden steeg het aantal politieke gevangenen opnieuw flink en de werd onderdrukking van de bevolking hervat. Bashar’s afhankelijkheid van Rusland en Iran groeide, en zijn relatie met de VS verslechterde. Ook de onderhandelingen met Israel stopten en Bashar intensiveerde zijn steun aan Hezbollah en Hamas.

Ook op economisch vlak bleek de jonge Assad een teleurstelling. De steun aan de boeren en de subsidies van eerste levensbehoeftes, die zijn vader een brede steun van deze groepen verzorgde, stopte. Jaren van droogte hebben de agrarische sector gedecimeerd en de migratie van het platteland naar de steden creëerde een nieuwe laag armen. Maar liefst 30% van de bevolking, in meerderheid soennieten, leefde onder de armoedegrens. De werkloosheid was met 20% zeer hoog. De opbrengst van de olievelden daalde, en verdween later helemaal toen ISIS in 2011 deze velden overnam. Dit terwijl de rijke families in Damascus, en in het bijzonder Bashar’s neef Rami Makhlouf, steeds rijker en extravaganter werden. Bashar en Asma zelf werden vaak op luxe feesten gespot.

Arabische Lente en verder

De Arabische Lente van 2011 kwam in Syrie laat op gang, maar was van grote invloed op de jaren die daarop volgden. De harde hand waarmee Bashar zijn (voornamelijk soennitische) tegenstanders onderdrukte werden gevolgd door Amerikaanse sancties, met een fataal effect op de Syrische economie. De Arabische Liga weerde Syrie en Arabische landen steunden de Syrische oppositie. Bashar verloor zijn greep op grote delen van het land, en zijn troepen moesten zich terugtrekken naar de belangrijke steden: Haleb, Hamat, Homs, Damascus en naar de gebieden waar de Alawitische minderheid woont (rond Latakije en Tartus). De familie Al-Assad behoort tot deze religieuze minderheid, evenals een groot deel van de andere machthebbers.

De wereld bleek zeer verrast over het feit dat deze religieuze versplintering – een gegeven in alle landen van het gebied – de loyaliteiten bepaalt en niet politieke opvattingen. De ‘gewone’ alawieten vreesden wraak als Assad’s regime zou vallen, en zagen zich genoodzaakt om hem te steunen. Ook andere minderheden, zoals christenen, Koerden en Druzen, werden in het nauw gedreven. Palestijnse vluchtelingen, vooral uit gebieden rond de hoofdstad Damascus, werden meegesleurd in het conflict en moesten voor hun leven vluchten.

Met hulp van Iran en Rusland redde Bashar zijn positie, en waarschijnlijk zijn leven. Als bonus kreeg hij grote troepen van de Iraanse proxy Hezbollah. Zo werd Syrië het toneel van wrede acties tegen de eigen bevolking. Anno 2020 is Syrië versplinterd en verwoest. Een groot deel van de bevolking is vluchteling, de economie ligt in puin en Syrië is totaal geïsoleerd. Bashar zelf is totaal afhankelijk van zijn puppet masters in Iran en Rusland. Zolang hij – met de hulp van zijn bondgenoten – aan de macht blijft, is er geen vooruitzicht op verbetering.

Afbeelding: anjči