Beantwoording Kamervragen over Palestijnse ngo’s

IN NEDERLAND / Door: LUUK SMIT / 19 nov 2021 TWEEDE KAMER

Naar aanleiding van het bericht dat Israel zes Palestijnse ngo’s heeft geclassificeerd als terreurorganisaties, kwamen er vanuit meerdere partijen Kamervragen. Ondanks dat dit gisteren gedurende de begrotingsbehandeling ook kort aan bod kwam, hebben de ministers van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel nu ook uitgebreid schriftelijk gereageerd op de gestelde vragen.

Kabinet geeft beantwoording in viervoud

De vragen kwamen van respectievelijk Jasper van Dijk (SP), Tunahan Kuzu (DENK), Tom van der Lee (GroenLinks) en Jan Klink (VVD). In de beantwoording aan Van Dijk is het kabinet helder, ze maken hetzelfde statement als in de beantwoording tijdens de begrotingsbehandeling. Zo schrijft de minister:

“Het plaatsen van een organisatie op de nationale terrorismelijst is een zeer ingrijpend besluit dat enkel op zwaarwegende gronden genomen zou moeten worden. De informatie die ten grondslag ligt aan de zes listings is niet openbaar. Nederland heeft in bilaterale contacten en via de EU opgeroepen deze informatie te delen, ook met de betrokken ngo’s. Israël heeft aangegeven bereid te zijn de informatie te delen met Nederland via de geëigende kanalen.

De zes organisaties vormen een belangrijk onderdeel van het Palestijnse maatschappelijk middenveld en het besluit heeft hiervoor aanzienlijke consequenties. Nederland neemt daarom de kwestie zeer serieus en volgt de situatie nauwlettend.”

Verder schrijft de minister dat ondanks de zorgen van Nederland dat hij de classificatie van Israel als ‘Apartheidsstaat’ niet onderschrijft. Kuzu ontving vergelijkbare antwoorden van het kabinet. Naast het identieke bovenstaande antwoord gaf de minister tevens aan dat het kabinet indien nodig Israel zeker aanspreekt als het over de schreef gaat, dat doet ze bilateraal als mede via de EU.

Ook Van der Lee ontving eenzelfde reeks antwoorden van het kabinet, de minister herhaalde de zorgen die hij uitte tegen zowel Van Dijk als Kuzu. De minister hoopt snel nieuwe informatie van Israel te verkrijgen over de betreffende zes ngo’s en is daarmee ook in contact met de Verenigde Staten en andere landen. Wederom herhaalt de minister dat dit “tegelijkertijd zware beschuldigingen zijn, waar zorgvuldig naar gekeken moet worden”. De minister lijkt dus nog geen oordeel te willen totdat hij meer informatie heeft.

Evenals bij bovengenoemde Kamerleden gaf het kabinet antwoorden van gelijksoortige aard op vragen van Klink. Klink vroeg daarnaast wel expliciet naar mogelijke banden van werknemers van deze ngo’s met de PFLP, en vraagt ook om meer Nederlands onderzoek – ook in licht van de kwestie-UAWC – maar de minister stelt dat het kabinet op meer informatie wacht van de Israeli’s om zo tot een goed besluit te komen en dus eventuele stappen, waaronder eigen onderzoek, goed te kunnen afwegen.