Blok en Kaag betwisten beschuldigingen aan Al-Mezan

Naar aanleiding van berichtgeving dat de Palestijnse NGO Al-Mezan banden met terreurgroepen PFLP en Hamas zou hebben, had de PVV Kamervragen ingediend. In antwoord hierop betwisten ministers Blok en Kaag de beschuldigingen en geven zij een korte appreciatie per aantijging.

De Telegraaf berichtte op 2 september over Al-Mezan, een Palestijnse mensenrechtenorganisatie in de Gazastrook. Volgens NGO Monitor hebben verschillende medewerkers, onder wie leden van de raad van bestuur, nauwe banden met het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). Al-Mezan kreeg de afgelopen jaren honderdduizenden euro’s aan Nederlandse subsidies en is tot en met 2022 nog eens ruim 140.000 dollar per jaar toegezegd.

Naar aanleiding van de berichtgeving, dienden PVV-Kamerleden Raymond de Roon, Geert Wilders en Danai van Weerdenburg schriftelijke vragen in. De PVV’ers vroegen aan ministers Blok en Kaag onder meer of zij bereid zijn alle Palestijnse organisaties die Nederlands hulpgeld hebben ontvangen, “grondig door te lichten op banden met terreurorganisaties”.

In antwoord op de Kamervragen weerspreken Blok en Kaag de beschuldigingen aan het adres van Al-Mezan. De aantijgingen van banden met terroristische organisaties worden door het kabinet serieus genomen, aldus de ministers die laten weten dat de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah direct contact heeft opgenomen met zowel Al-Mezan als andere donoren.

Op basis van de reactie van de Palestijnse NGO op de beschuldigingen en informatie van andere donoren, geven ministers Blok en Kaag een appreciatie per beschuldigde medewerker van Al-Mezan. Per individu worden de aantijgingen tegengesproken in de beantwoording van de Kamervragen. Sommige beschuldigingen worden makkelijk weerlegd, in andere gevallen wordt weersproken dat de bewijsvoering voldoende zou zijn om affiliatie met de PFLP te bevestigen. 

De beschuldiging van NGO Monitor dat Al-Mezan aan “lawfare” – juridische oorlogsvoering – zou doen, gaan Blok en Kaag niet in mee. “Het onder de aandacht brengen van vermeende schendingen bij internationale organisaties is een legitiem en gebruikelijk middel, dat door mensenrechtenorganisaties in vele landen onder allerlei omstandigheden wordt gehanteerd”, aldus de ministers. De bewindspersonen op Buitenlandse Zaken weerspreken tevens de aantijging dat Al-Mezan niet transparant zou zijn, en stellen dat de NGO voldoet aan alle rapportageverplichtingen.

Blok en Kaag concluderen “dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat er sprake is van banden tussen Al Mezan en PFLP”. “Aantijgingen dat iemand of een organisatie banden heeft met terroristische organisaties kunnen verstrekkende gevolgen hebben, en moeten daarom goed onderbouwd zijn. Het kabinet constateert dat Al Mezan door Israël niet is aangemerkt als terroristische organisatie en intensief contact onderhoudt met Israëlische militaire en juridische autoriteiten, vaak ook in persoon,” aldus de ministers.

Geen onderzoek naar alle door Nederland gesubsidieerde Palestijnse organisaties

Het verzoek van de PVV-Kamerleden om een onderzoek naar alle Palestijnse organisaties die Nederlandse subsidies ontvangen, wordt door ministers Blok en Kaag afgewezen. Volgens de bewindspersonen op Buitenlandse Zaken is sprake van “zorgvuldig risicomanagement”. Daarbij hanteert het ministerie volgens Blok en Kaag een “zero-tolerance beleid met betrekking tot misstanden”, waarbij “ieder vermoeden wordt onderzocht”.

Dat ieder vermoeden daadwerkelijk wordt onderzocht, is echter niet correct. In 2018 bleek dat Ma’an Development Center, dat Nederlandse subsidies ontving via het HR/IHL Secretariat, een lid van de PFLP in dienst had. Ahmad Abdallah Aladini kwam in mei 2018 om in Gaza bij gewelddadigheden aan de grens met Israël. Volgens de PFLP was Aladani actief tegen de “zionistische agressie” en werd bevestigd dat deze werknemer van Ma’an lid was van de terreurgroep. Dit schokkende relaas werd door het Kabinet echter afgedaan met de reactie dat het ministerie van Buitenlandse Zaken niet over eigenstandige informatie hierover beschikte. Nadat deze kwestie recent opnieuw in Kamervragen werd aangekaart, antwoordde minister Kaag geen aanleiding te zien een onderzoek in te stellen daar de desbetreffende persoon was overleden en de samenwerking met Ma’an Development Center reeds was stopgezet.

Daarnaast werden de aantijgingen over affiliaties van werknemers van UAWC met de PFLP aanvankelijk ontkend. Al in mei 2019 was het ministerie van Buitenlandse Zaken gewaarschuwd maar pas in juli 2020, nadat de Kamer aan de bel trok, werd de subsidie voor de NGO voorlopig stopgezet en een onderzoek gestart. Twee werknemers van UAWC worden verdacht van betrokkenheid bij de aanslag in augustus 2019 waarbij de 17-jarige Rina Schnerb omkwam. Inmiddels erkent de PFLP achter de aanslag te zitten en dat een van de twee verdachten een van haar commandanten is en betrokken was bij de dodelijke aanslag.