Blok gaat niet in op vermeende Nederlandse betrokkenheid cyberaanval Iran

Minister Stef Blok kan niet inhoudelijk reageren op de vermeende betrokkenheid van de Nederlandse inlichtingendienst AIVD bij de Stuxnet-cyberaanval op het nucleaire programma van Iran. Dat laat hij weten in antwoord op schriftelijke vragen van SP-Kamerlid Sadet Karabulut.

Begin september kwam het nieuws naar buiten dat de AIVD de CIA en de Mossad geholpen zou hebben bij het saboteren van het kernprogramma van Iran door middel van een cyberaanval. Naar aanleiding van deze berichtgeving diende Karabulut Kamervragen in.

Op de meeste vragen geeft minister Blok van Buitenlandse Zaken echter geen antwoord. “Gezien de aard van het werk en de werkwijze van de AIVD en vanwege de wettelijke plicht tot bescherming van bronnen, kan ik niet inhoudelijk reageren op vermeende betrokkenheid van Nederland”, aldus Blok mede namens zijn collega minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij bijna alle vragen verwijst de minister naar dit antwoord.

Op de vraag over de mate van controle van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) op het nucleaire programma van Iran ten tijde van de cyberaanval in 2007, geeft Blok wel antwoord. Toezicht was destijds geregeld via het Comprehensive Safeguards Agreement (CSA). Volgens de minister stond stond de nucleaire faciliteit bij Natanz ook “onder scherp toezicht van het Agentschap”. 

Noemenswaardig – en wat niet in de beantwoording terugkomt – is dat de activiteiten destijds in Natanz zowel in reactie op als in strijd met verschillende VN-veiligheidsraadresoluties waren. Deze resoluties eisten van Iran het verrijkingsprogramma te staken. Het toezicht door het IAEA doet daar niets aan af.

Het artikel in de Volkskrant over de vermeende betrokkenheid van de AIVD waarnaar de Kamervragen verwijzen, is gebaseerd op het boek Het is oorlog, maar niemand die het ziet van journalist Huib Modderkolk. “De AIVD heeft in aanloop naar publicatie van het boek van dhr. Modderkolk beoordeeld of met publicatie van het boek eventuele staatsgeheimen zouden worden prijsgegeven en of personen door publicatie van het boek in gevaar zouden kunnen worden gebracht”, laat minister Blok hierover weten. De bewindspersoon op Buitenlandse Zaken benadrukt dat de publicaties voor rekening zijn van de betreffende journalist.

Karabulut wilde onder andere weten hoe Iran gereageerd heeft op de publicaties over de vermeende Nederlandse betrokkenheid. Hierop antwoordt minister Blok dat het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken mondelinge vragen heeft gesteld. Het antwoord aan het Iraanse ministerie is hetzelfde als die aan het SP Kamerlid: de publicaties zijn voor rekening van de betreffende journalist.

Voordat de antwoorden op de Kamervragen binnen waren, trachtte Karabulut tegelijkertijd op andere wijze aandacht te vragen voor het onderwerp. Bij de procedurevergadering van de Commissie Buitenlandse Zaken gaf de buitenlandwoordvoerder van de SP in debat te willen over de vermeende Nederlandse betrokkenheid bij de Stuxnet-aanval op het nucleaire programma van Iran. Hiervoor vond zij echter geen steun bij haar collega’s in de Commissie.