Bot leverde zware kritiek op Iran

Brief CIDI vond weerklank

Begin december bracht Manouchehr Mottaki, de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, een bezoek aan zijn Nederlandse ambtgenoot Ben Bot. Mottaki was in Den Haag om een conferentie van de Organization for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) bij te wonen.

Naast de ontmoeting met Bot sprak Mottaki met minister Wijn van Economische Zaken en met premier Balkenende. Voorafgaande aan het gesprek dat Mottaki met Bot zou hebben, drong CIDI er in een brief bij de minister op aan Iran zwaar te kritiseren vanwege haar anti-Israelische politiek, de mensenrechtensituatie en haar nucleaire programma. Zie Israel Nieuwsbrief van 19 december 2006.

Onlangs ontving CIDI een brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waaruit blijkt dat minister Bot de door CIDI gesignaleerde kwesties inderdaad bij Mottaki heeft aangekaart. Zo maakte hij zijn Iraanse ambtgenoot “in duidelijke bewoordingen” kenbaar dat Nederland zich ernstige zorgen maakt over de wijze waarop Iran haar nucleaire programma uitvoert. Kort na het bezoek van Mottaki aan Den Haag stemden alle leden van de VN-Veiligheidsraad op 23 december voor Veiligheidsraadresolutie 1737, waarin Iran opgedragen wordt af te zien van verrijking van uranium en inspecties door het Internationale Atoomenergie Agentschap toe te staan. Daaraan gekoppeld geldt een international verbod op import en export door Iran van materialen en technologie die betrekking hebben op uraniumverrijking. De VN-lidstaten moeten alles in het werk stellen om te voorkomen dat hun grondgebied gebruikt wordt voor de doorvoer van (grond)stoffen die Iran nodig heeft voor het verrijken van uranium. Een aantal Iraniërs dat verantwoordelijk gehouden wordt voor de ontwikkeling van kernwapens is op een zogenaamde zwarte lijst gezet, waardoor het reizen naar het buitenland voor hen moeilijker wordt. De VN-lidstaten dienen de financieële tegoeden van deze personen, die met naam en toenaam worden genoemd, te bevriezen.

Hezbollah
Minister Bot heeft zijn onderhoud met Mottaki ook gebruikt om de Iraanse opstelling inzake terrorisme en haar rol in het Midden-Oosten aan de orde te stellen. Dit leidde tot de oproep van Bot aan Iran om een “verantwoordelijke en constructieve bijdrage te leveren aan de vrede en stabiliteit in de regio”. Mottaki stelde evenwel, dat Iran Israel niet erkent en streeft naar een (Palestijnse) eenheidsstaat. Daarnaast heeft Bot er bij Iran op aangedrongen een bijdrage te leveren aan de ontwapening van Hezbollah. CIDI had in zijn brief aan Bot gewezen op de materiële en financiële steun, die Iran aan terroristische groeperingen als Hamas en Hezbollah geeft.

Holocaustontkenning
CIDI had minister Bot verder gevraagd de uitlatingen van president Ahmadinejad over de vernietiging van Israel en zijn ontkenning van de Holocaust fel te veroordelen. Daarop hield de minister zijn Iraanse ambtgenoot voor, dat Nederland elke ontkenning van de Holocaust als historisch feit ten stelligste verwerpt. Dit werd nog eens bevestigd in de Verklaring van de Europese Raad van 14 en 15 december 2006, waarin op Nederlands initiatief de Europese Unie elke ontkenning, deels of geheel, van de Holocaust als historisch gegeven veroordeelt. In de verklaring verwerpen de EU-lidstaten “ten zeerste” de conferentie die in Teheran over de Holocaust werd georganiseerd en waarin de ontkenning van de Holocaust centraal stond. De EU-lidstaten geven in hun verklaring aan dat zij Iran nauwlettend in de gaten houden en vervolgstappen laten afhangen van de weg die Iran inslaat.

Ook de aanhoudende mensenrechtenschendingen zijn, zoals CIDI gevraagd had, door minister Bot ter sprake gebracht tijdens zijn gesprek met Mottaki. Met name het grote aantal doodvonnissen en de vergaande beperking van de vrijheid van meningsuiting die het Iraanse regime haar onderdanen opgelegt, zijn door Bot aan de orde gesteld.

Tijdens de CIDI-verkiezingsbijeenkomst op 7 november jl. bleek er al een meerderheid in de (huidige) Tweede Kamer te zijn, die sancties tegen Iran als reële optie beschouwt, indien dat land door blijft gaan Israel te bedreigen.