CU-leider Rouvoet: ‘Jeruzalem is ongedeelde hoofdstad Israel’

Op 1 september werd in de Veluwehal in Barneveld de landelijke Israel-manifestatie gehouden. Verschillende sprekers betuigden hun solidariteit met de Joodse staat, waaronder CIDI-directeur Ronny Naftaniel en de voorzitter van het jubilerende Christenen voor Israël, ds. Jaap de Vreugd. Ook fractievoorzitter André Rouvoet van de ChristenUnie sprak. Hieronder enkele hoofdpunten van zijn toespraak.

‘Als christen-politicus en als representant van een politieke beweging van christenen, wil ik […] voluit vriend van Israel zijn en daar ook met vrijmoedigheid voor uitkomen. En het is tegen deze achtergrond dat ik uit diepe overtuiging en met grote stelligheid staande houd dat voor een duurzame vrede in het Midden-Oosten vóór alles nodig is dat er sprake is van veilige en erkende grenzen voor Israël. Al het andere komt daarna.

‘Natuurlijk schrijf ik of schrijft Nederland aan Israel niet voor hoe dat moet worden ingevuld. Ons pas om meer dan één reden bescheidenheid. Maar ik vind het alleszins begrijpelijk dat Israel bijvoorbeeld de Golan niet zomaar kan prijsgeven. Dat zou, zo las ik ergens (en ik zeg eerlijk dat ik heb geaarzeld of ik het hardop zou zeggen), van heel Israel één groot concentratiekamp maken.

‘Veilige en erkende grenzen… Ja: dat staat óók in een VN-resolutie! Het is een kernpunt van de beroemde resolutie 242 uit 1967! Pas als de Arabische landen dit erkennen, volledige diplomatieke betrekkingen met Israel aangaan en hun verantwoordelijkheid ten aanzien van het beëindigen van iedere vorm van terrorisme werkelijk gestalte geven, kan een duurzame vredesregeling totstandkomen. En erkenning van de staat Israel impliceert de erkenning dat Jeruzalem de ongedeelde hoofdstad van die staat is. Zoals wijlen premier Rabin twee maanden voor zijn dood zei: “Er is geen staat Israel zonder Jeruzalem en geen vrede zonder een verenigd Jeruzalem.” De ChristenUnie blijft erop hameren Jeruzalem door de Nederlandse regering als de ondeelbare hoofdstad van Israel behoort te worden aangemerkt. De Nederlandse ambassade hoort dan ook niet in Tel Aviv, maar in Jeruzalem.

‘Beste Israel-vrienden, twee jaar geleden heb ik er in een toespraak tijdens een manifestatie in Den Haag op gewezen dat het nog altijd om Jeruzalem gaat. De woorden die Jasser Arafat in mei 1994 sprak, gelden ook vandaag nog: “Jeruzalem is het hoofddoel van onze strijd. Het gaat om een heilige oorlog om Jeruzalem te bevrijden.” Zolang dat de inzet blijft, is een oplossing onmogelijk. En ik herhaal wat ik toen zei: Jeruzalem was notabene al de hoofdstad van Israel toen Amsterdam nog een zompige polder was!

‘De ChristenUnie is een bondgenoot van een ieder die welke Palestijnse claim dan ook op Jeruzalem als hoofdstad van een toekomstig ‘Palestina’ van de hand wijst als flinterdun en onhoudbaar, of een dergelijke claim nu op theologische, op historische of op volkenrechtelijke gronden gebaseerd is.

‘En om nog maar eens zo’n heikel punt te noemen: de zogenaamde “bezette gebieden”. Mag ik daarover kort en goed zeggen dat ik mij zeer kan vinden in de stelling in het manifest dat het omwille van de veiligheid noodzakelijk is dat Israel in die gebieden aanwezig blijft. En laten we dan meteen de vertekening van de geschiedenis corrigeren dat het juist die aanwezigheid in de betwiste gebieden is die heeft geleid tot het Palestijnse geweld en terrorisme: Ronny Naftaniël en Wim Kortenoeven hebben mijns inziens in de CIDI-publicatie “Israel en de Palestijnen – tien moeilijke kwesties” in kort bestek zeer helder aangegeven dat de historische gang der dingen omgekeerd was, dat er eerst – dus al vóór 1967 – het terrorisme was en pas daarna de aanwezigheid van Israel op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. En ik deel van harte hun conclusie dat zolang het terrorisme voortduurt, het voor Israel onmogelijk is om een territoriaal compromis te sluiten dat een einde zou maken aan wat genoemd wordt de bezetting.

‘Wie spreekt over “veilig wonen” voor Israel kan natuurlijk niet heen om de actualiteit van het zogenaamde veiligheidsbarrière, ook wel “de muur” of “het hek” genoemd. Mag ik eerst zeggen, tegen de geestelijke achtergrond van het thema, dat het hek niet de veiligheid zal brengen waar het thema van spreekt. Dat neemt niet weg dat het treffen van maatregelen als deze door Israel alleszins begrijpelijk is. Zeker, er dient oog te zijn voor de humanitaire gevolgen van het hek voor de Palestijnse bewoners en er is best verschil van mening mogelijk over het meest geëigende traject. Maar we kunnen over de veiligheidsbarrière niet spreken zonder de voorgeschiedenis erbij te betrekken. Zonder de terroristische aanslagen en de voortdurende dreiging van Palestijnse zijde in de richting van de Israeli’s was er geen muur. Als de Palestijnse Autoriteit de beloftes die zij in het kader van de Oslo-akkoorden op zich heeft genomen was nagekomen, waren er nu open grenzen geweest. Geen misverstand: met zeer velen heb ik de afgelopen jaren de spiraal van actie en reactie, aanslagen en vergelding, met gevoelens van machteloosheid en een groeiende moedeloosheid gadegeslagen. Net als iedereen die vurig verlangt naar vrede in het Midden-Oosten betreur ik dat Israel en de Palestijnen zich al zo lang in dit geëscaleerde conflict in een soort dodelijke omhelzing bevinden waarbij voor derden nauwelijks ruimte voor interventie lijkt te zijn. […]

‘Het is trouwens wel goed om er nog eens op te wijzen dat het tweestatenmodel, dat nu al zo lang de inzet is van een verbeten en bloedige strijd, in 1947 voor de Arabieren binnen bereik was, maar door hen werd afgewezen, juíst omdat zij meenden dat er geen plaats voor Israel was! […]

‘Wat de opstelling van Nederland betreft, moet me ook van het hart dat we diep teleurgesteld waren over de antwoorden van CDA-minister Bot van Buitenlandse Zaken op de kamervragen die mijn fractiegenote Tineke Huizinga onlangs stelde over de steun van Nederland/EU aan de VN-resolutie van 20 juli, waarin Israel werd opgeroepen gehoor te geven aan de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof om de veiligheidsbarrière af te breken. De minister kwam niet verder dan de diplomatieke en nietszeggende opmerking dat Nederland en de Europese Unie vóór deze resolutie hebben gestemd “omdat de inhoud van deze resolutie in voldoende mate overeenkwam met het standpunt van de EU”… Zeer teleurstellend. Van een minister van een land dat zulke oude vriendschapsbanden met Israel heeft, had toch een andere opstelling verwacht mogen worden.’