CIDI-eis toegewezen: rechter beveelt vervolging tegen makers van antisemitisch rapnummer

Op 28 juni 2006 deed het Gerechtshof in Amsterdam uitspraak in het beroep dat door CIDI was ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie om de maker(s) en verspreider(s) van een antisemitische rap met de titel ‘Kankerjoden’ niet te vervolgen.

Het rapnummer, gemaakt door leden van ‘De Nieuwe Allochtone Generatie’ zet aan tot haat tegen Joden. Een van de tekstdelen uit het nummer luidt: “Fuck die joden, die vieze joden, de allochtonen zullen jullie komen doden”. De rap is ondermeer via het uitwisselingsprogramma Kazaa op internet verspreid.

CIDI deed op 6 juni 2003, meer dan drie jaar geleden (!) aangifte. De officier van justitie meende indertijd dat er onvoldoende aanknopingspunten waren om de maker(s) en verspreider(s) van de rap op te sporen. Om die reden werd van vervolging afgezien door het Openbaar Ministerie. Dit besluit was voor CIDI onbegrijpelijk, te meer omdat een van de makers zich uit eigen beweging bij de politie heeft gemeld en informatie heeft verstrekt over de identiteit van degene die het rapnummer heeft verspreid.
De zaak werd meerdere malen door het Gerechtshof aangehouden om de officier van justitie de gelegenheid te geven zich te verantwoorden.

In zijn uitspraak van 28 juni oordeelt het Gerechtshof dat het dossier voldoende aanknopingspunten biedt om onderzoek te doen naar de identiteit en verblijfplaats van de verspreider van het nummer en wordt de officier van justitie gelast dat de maker(s) en verspreider(s) ervan, conform de eis van CIDI, vervolgd worden. Voorts oordeelt het Gerechtshof “dat er ernstig rekening mee gehouden moet worden, dat de strafrechter, indien daartoe geroepen, zal oordelen dat de door klaagster (CIDI, red.) gewraakte teksten beledigend en bedreigend zijn voor joodse mensen en dat degene die deze teksten in het openbaar debiteert dan wel bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat dit gebeurt strafbaar is ingevolge het bepaalde in de artikelen 137 c t/m f van het Wetboek van Strafrecht”. De advocaat van CIDI, Mr. Robert Kiek, toonde zich tevreden over de uitspraak.