CIDI: ‘enige voorlichting’ niet genoeg voor antisemitische uitspraken

gingerturkCIDI start een artikel 12 procedure tegen het besluit een Arnhemse jongen niet te vervolgen voor strafbare antisemitische uitspraken ‘als hij bereid is enige voorlichting te krijgen’. Het ontbreekt hem niet aan historische kennis.

Het Centrum Informatie en Documentatie Israel doet beklag bij het gerechtshof tegen de reactie van het Openbaar Ministerie op antisemitische uitlatingen van een jongen uit Het Broek in Arnhem in het NTR-programma ‘Onbevoegd Gezag’.

Afgelopen vrijdag maakte het OM bekend dat het het onderzoek naar de uitlatingen heeft afgerond en dat de jongen antisemitische uitlatingen heeft gedaan die in strijd zijn met artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht.

De jongen heeft volgens het OM tegenover de politie erkend dat deze uitlatingen onaanvaardbaar zijn en heeft daarover zijn excuus aangeboden. Dat excuus heeft het Nederlandse publiek en de Joodse gemeenschap niet bereikt. Omdat de jongen 15 jaar oud is, heeft het Openbaar Ministerie besloten hem niet te vervolgen als hij bereid is om enige voorlichting te krijgen. Dit terwijl uit de uitzending duidelijk blijkt dat de jongen al enige historische kennis over de holocaust heeft.

De uitspraken die de jongen deed zijn van dien aard dat CIDI deze wijze van afdoening onaanvaardbaar vindt en daar tegen in actie komt.

In het programma ‘Onbevoegd Gezag’ van 24 februari jl. uitte de jongen onder meer de volgende stellingen: ‘Ik haat Joden. Klaar. Die gedachte kun je niet bij me wegnemen.’ En: ‘Wat Hitler met de Joden heeft gedaan, daar ben ik wel mee tevreden.’

In tegenstelling tot wat de achterban van deze jongens beweerde, heeft het Openbaar Ministerie geen bewijs gevonden voor de beschuldiging dat de programmamaker de jongens zou hebben gemanipuleerd om deze opmerkingen te maken. CIDI is van mening dat er een verkeerd signaal uitgaat van de milde houding van het Openbaar Ministerie en vreest dat de denkbeelden van de jongen breder worden gedragen. Het OM schept hiermee een onaanvaardbaar precedent.

CIDI start Artikel 12-procedure op tegen het OM
(Volgende bijdrage komt uit de Israel Nieuwsbrief nummer 3 2013)

CIDI is een Artikel 12-procedure opgestart in de zaak rond de antisemitische uitspraken van Arnhemse jongeren. Het Openbaar Ministerie wilde de zaak afdoen met een ‘educatieve straf’ voor één van hen. CIDI neemt daar geen genoegen mee. CIDI is een (uitzonderlijke Artikel 12-procedure opgestart tegen het Openbaar Ministerie Oost Nederland. aanleiding is de beslissing van het OM om de zaak niet voor de rechter te brengen.

Nadat het in eerste instantie heel stil bleef rond de uitzending van Onbevoegd Gezag van de NTR, waarin Turkse jongeren zich op zeer antisemitische wijze uitten, kwam de zaak toch in de publiciteit toen de maker van het programma, Mehmet Sahin, bleek te zijn ondergedoken uit vrees voor represailles vanuit zijn (Turkse) gemeenschap. Het Openbaar Ministerie stelde een onderzoek in naar de zaak, maar kwam op 12 april met een opzienbarend persbericht. De jongen die de antisemitische uitlatingen deed, overigens met instemming van anderen, komt er vanaf met een educatieve straf.

Uit het persbericht: Naar aanleiding van de uitzending zijn zowel de vier Turkse jongeren die in de uitzending aan bod komen, als hun huiswerkbegeleider [Mehmet Sahin, red.] gehoord als verdachte. De reden hiervoor was dat de jongeren hadden verklaard dat de man hen zou hebben aangemoedigd om zich in de uitzending negatief uit te laten over Joden. [ ] De jongen heeft zelf gelijk bij de politie erkend dat deze uitlatingen onaanvaardbaar zijn en zijn excuses aangeboden. Gelet op de jonge leeftijd van de verdachte, de verdachte was minderjarig, en het belang van een snelle afdoening kiest het Openbaar Ministerie voor een strafbeschikking. [ einde citaat].

Ieders verantwoordelijkheid
In hetzelfde persbericht meldt het OM dat uit het onderzoek niet is gebleken dat de huiswerkbegeleider een strafbare rol heeft gespeeld. Maar even verderop in hetzelfde persbericht staat dat de huiswerkbegeleider ‘een strafbare belediging heeft gedaan’. Inderdaad heeft de heer Sahin één keer, toen een groepje ouders hem aanviel, teruggeroepen dat de aanvallers ‘een stelletje fascisten’ waren. Daar waar de heer Sahin echter het advies kreeg geen aangifte te doen van de beledigende uitspraken die hij te verduren kreeg, deed dit clubje wel aangifte. Verder stelt het OM dat: ‘Gelet op ieders verantwoordelijkheid voor het bewaren van de rust in de wijk, zal de huiswerkbegeleider hiervoor strafrechtelijk worden gewaarschuwd.’

CIDI belde met het OM over dit persbericht. De heer Otten van het OM stelde meteen dat de strafbeschikking van de jongen en de strafbare belediging die zou zijn gedaan door de huiswerkbegeleider twee verschillende zaken waren. CIDI vroeg vervolgens waarom die twee zaken dan zijn gecommuniceerd in één persbericht.

Voorzitter moskee
Daarnaast blijkt uit het persbericht dat het OM de zaak snel wilde afhandelen. De vraag is uiteraard: waarom? CIDI heeft met diverse partijen tijdens deze zaak contact gehad en de zaak nauw gevolgd. Zo is bekend dat de voorzitter van de moskee waar beide partijen bij zijn aangesloten, ondubbelzinnig partij heeft gekozen voor de jongens. Daar waar hij juist duidelijk paal en perk had kunnen stellen dat dit soort denkbeelden in zijn moskee onaanvaardbaar zijn. Daarnaast wordt er met geen enkel woord gerept over de manier waarop Mehmet Sahin door zijn buurtgenoten is buitengesloten en uitgescholden. Ten derde was de jongen in kwestie 17 jaar en 10 maanden toen hij de uitlatingen deed en tot slot bleken de jongens wel degelijk les te hebben gehad in de Holocaust, zo wist één van de jongens te verklaren dat Anne Frank was overleden aan tyfus.

Weinig vertrouwen
Ook meldde de heer Otten van het OM aan het NIW dat de strafbeschikking waarschijnlijk zou gaan om een eenmalig bezoek aan een instelling die te maken heeft die antisemitisme bestrijdt. Verder weigerde hij uit te leggen om wat voor ‘straf’ het precies zou gaan. CIDI vindt allereerst dat het passend was geweest wanneer de jongere niet aan de politie, maar aan de Joodse gemeenschap excuses had aangeboden. Ten tweede zijn de opmerkingen van de jongen dusdanig, dat CIDI er weinig vertrouwen in heeft dat een eenmalig bezoekje aan een hierboven genoemde instelling de jongen op andere denkbeelden zal brengen. Ten derde weigert het OM uit te leggen om wat voor bezoek het precies gaat, waardoor alle mogelijkheden om van de uitspraak een waarschuwende factor uit te laten gaan, worden gepasseerd.

Ten vierde was de jongen 2 maanden na 18 en zou een gang naar de rechter of kinderrechter een veel duidelijker signaal hebben uitgezonden. Ten vijfde begrijpt CIDI niet dat de jongens in bescherming worden genomen, daar waar de heer Sahin, die de moed heeft gehad een overduidelijk probleem aan de kaak te stellen en daarna maanden onder druk heeft gestaan omdat hij vanuit eigen gemeenschap is geïntimideerd, een gerechtelijke waarschuwing heeft gekregen. Ten zesde schept de beslissing van het OM een precedent, want hoe ver moeten antisemitische uitspraken gaan voordat wel tot strafvervolging wordt overgegaan.

Kwestie van principe CIDI is bezorgd dat met deze beschikking het signaal wordt gegeven dat je alles over Joden kunt zeggen, en daar gemakkelijk mee kunt wegkomen. Voor CIDI is deze zaak een principekwestie. Vandaar dat is besloten tot de Artikel 12-procedure. Wij houden u in de komende nieuwsbrieven op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.