CIDI roept voorzitter Arib op tot veroordeling antisemitisme in de Tweede Kamer

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInDigg thisShare on RedditEmail this to someonePrint this pageDeel dit

DENK-leden Selçuk Öztürk en Tunahan Kuzu. Bron: Roel Wijnants / Flickr.

Tijdens het plenaire debat over de tekortkomingen bij onverdoofd ritueel slachten op 28 september overschreden meerdere opmerkingen de fatsoensnormen. Eén opmerking, gedaan door DENK-lid Selçuk Öztürk, stak er ver boven uit. 

“Aan de andere kant proberen we hier de lange arm van Israël en de Joden eruit te hangen [sic] in de Kamer […].”

Öztürk, een gekozen volksvertegenwoordiger, ging hier volledig over de schreef. Zijn uitspraak met een duidelijk antisemitische connotatie is onacceptabel. Het CIDI heeft daarom een brief aan voorzitter van de Tweede Kamer Khadija Arib geschreven, met de oproep de uitspraak door Öztürk formeel te veroordelen. Zie hieronder de tekst van de brief.

 

Den Haag, 3 oktober 2017

Betreft: antisemitisme in de Tweede Kamer

 

Geachte mevrouw Arib,

Het Centrum Informatie en Documentatie Israel heeft het plenaire debat over de tekortkomingen bij onverdoofd ritueel slachten van 28 september jongstleden met veel belangstelling gevolgd. Wij vinden het belangrijk dat koosjer en halal slachten voor onze en toekomstige generaties mogelijk blijft, zodat elke religieuze gemeenschap zich welkom blijft voelen in Nederland.

Het debat van afgelopen donderdag had moeten gaan over geconstateerde tekortkomingen bij de slachtpraktijk, maar werd al snel een principieel debat. Jammer genoeg werd een beschaafd, open debat onmogelijk, vanwege persoonlijke aanvallen en verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog.

Allereerst wil ik u hartelijk danken voor uw vakkundige optreden tijdens dit debat. Hoewel meerdere opmerkingen wellicht de fatsoensnormen overschreden, stak één opmerking daar ver boven uit. Dit was in de volgende zin, uitgesproken door het lid Özturk: “Aan de andere kant proberen we hier de lange arm van Israël en de Joden eruit te hangen [sic] in de Kamer […].”

U interrumpeerde kort met de vraag ‘Wat zegt u?,’ maar dit werd genegeerd. Deze uitspraak is ontzettend beledigend voor Joden omdat het naar antisemitische denkbeelden verwijst, waarin Joden worden afgeschilderd als invloedrijke en corrupte mensen die te veel macht zouden hebben.

Het vrije woord is in een instituut als de Tweede Kamer enorm belangrijk en daar staat ook het CIDI voor. Hier echter ging een volksvertegenwoordiger over de schreef door taal te bezigen met een duidelijk antisemitische connotatie. Ik wil u hierbij verzoeken om formeel deze uitspraak te veroordelen, mede met het oog op toekomstige misbruik van de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder door Tweede Kamerleden.

Met vriendelijke groet,

Hanna Luden,
Directeur CIDI