CIDI verkiezingsbijeenkomsten trokken veel belangstellenden

Dit jaar valt de verkiezingskoorts samen met het toegenomen geweld tussen Israel en de Palestijnen. Dit was te merken aan de opkomst op de drie verkiezingsbijeenkomsten die CIDI de afgelopen tijd organiseerde. Het eerste debat stond in het teken van de bestrijding van discriminatie en antisemitisme.

Op 26 maart was CDA-leider Jan Peter Balkenende de gast in ons Rabin Centrum in Den Haag. Hij gaf zijn visie op de situatie in het Midden-Oosten. Balkenende kritiseerde de haat die Palestijnse instellingen jegens Israel zaaien en toonde zich boos over de negatieve opmerkingen in het programma Buitenhof van partijgenoot Van den Broek over premier Sharon. De CDA fractievoorzittter bracht de groeten van zijn moeder over, die lang geleden ter voorbereiding van een Israelreis informatie bij CIDI had gevraagd en hierover zeer tevreden was.
Op 10 april vond het grote verkiezingsdebat plaats over de Nederlandse buitenlandse politiek. Vanwege de grote belangstelling was al in een vroegtijdig stadium besloten de discussie naar de Liberaal Joodse Gemeente te Amsterdam te verplaatsen. Er kwamen uiteindelijk circa 350 mensen. Voorzitter Naftaniel hield de discussies strak in de hand. "U moet rustig blijven, op uw beurt wachten, uzelf voorstellen en elkaar niet al te veel in de rede vallen", sprak hij bij het begin van de avond.

GroenLinks Kamerlid Farah Karimi toonde zich een voorstander van sancties tegen Israel en het sturen van een interventiemacht. Zij meende dat een oplossing van het conflict gezocht moet worden in het beëindigen van de bezetting. "Dat is de bron van alle ellende". Hoekema (D66) wilde de druk van buitenaf opvoeren. Hij bepleitte een wapenembargo en was voorstander van het terugroepen van de EU-ambassadeurs ter consultatie. Dit laatste werd ondersteund door Bert Koenders (PvdA). Koenders sprak zijn grote zorg uit over het Israelische en Palestijnse leiderschap, dat volgens hem in een doodlopende straat bezig is. "Uiteindelijk moet er een twee-statenoplossing komen."

Frans Weisglas meende dat geen oplossing mogelijk is als er geen einde komt aan het geweld. "Arafat moet doen wat zijn functie van hem verlangt. Hij is hoofd van de Palestijnse Autoriteit. Hij moet die autoriteit dus uitstralen. Maar steeds blijkt dat hij dat niet wil of kan. Maar waarom eigenlijk? Als hij de martelaar kan uithangen, kan hij ook autoriteit tonen. Hij kan de telefoon pakken en oproepen de terreur te beëindigen. De telefoon doet het nog steeds."

Maxime Verhagen (CDA) viel Weisglas bij en kritiseerde fel het beleid van de Islamitisch fundamentalistische terreurorganisaties. "Het beleid van deze organisaties is om steeds als er een kans op een doorbraak is, deze te frustreren door het in bloed te smoren.", aldus de CDA-politicus. Een wapenembargo tegen Israel zag hij niet zitten. "Laat de EU zich eens sterk maken voor het aanpakken van de toestroom van wapens naar de terroristische groepen." De vertegenwoordiger van de ChristenUnie, Eildert van Middelkoop, haalde voor deze partij fel uit naar premier Sharon. Hij noemde Sharon geen goede premier voor Israel, net zoals er in het Oude Testament koningen waren die niet goed voor Israel waren. "Deep down wil Sharon Judea en Samaria van de Palestijnen bevrijden". Van Middelkoop vindt dat een gevaarlijk beleid.
Tot 22.30 uur werd er door de kamerleden, die ‘s ochtends al vroeg waren begonnen met het lezen van het 4.000 pagina dikke rapport over Srebrenica, nog levendig gediscussieerd. Deze week wordt het politieke debat over Israel in de Tweede Kamer voortgezet. Nadat eerder een motie van PvdA en D66 voor het terugroepen van de EU-ambasadeurs uit Israel en het invoeren van een wapenembargo, met zestig stemmen voor en zestig tegen werd verworpen, komt woensdag die motie weer in herstemming. Het is niet aannemelijk dat het voorstel dan een meerderheid zal krijgen.