CIDI wijst instelling Knesset commissie af

CIDI wijst de instelling van een Knesset Commissie die de financiering van Israelische mensenrechten groeperingen moet gaan onderzoeken, af. Een motie voor het in het leven roepen van zo’n commissie werd deze week aangenomen. CIDI directeur Ronny Naftaniel is bang dat het debat rondom het onderzoek tot een ‘heksenjacht’ zal leiden.

 

Het is natuurlijk heel vervelend als je in een regeringscoalitie zit en allerlei mensenrechten organisaties je constant het vuur aan de schenen leggen. Tenminste, dat vond Fania Kirshenbaum van de regeringspartij Yisrael Beiteinu en zij heeft daarom een voorstel ingediend bij de Knesset tot het oprichten van een commissie, die de financiering van een aantal Israëlische mensenrechtenorganisaties onder de loep moet nemen. Het voorstel hiervoor is dinsdag in de Knesset met 47 tegen 16 stemmen aangenomen.

 

Niets te verbergen

De reden voor het onderzoek is dat er gesuggereerd is dat sommige van die organisaties banden zouden hebben met terrorisme, maar uit het Knesset debat is gebleken dat het eigenlijk gaat om de kritiek die de organisaties hebben over misstanden in de IDF. Deze organisaties functioneren echter binnen het rechtssysteem van de staat Israel en zij hebben dan ook verklaard dat alle informatie die de commissie nodig heeft bij de belastingdienst, op hun websites en bij het registratieorgaan voor NGO’s te vinden is. “Wij hebben niets te verbergen”, luidde een gezamenlijke verklaring van meer dan twaalf organisaties die verwachten dat ze onderzocht zullen worden. De commissie heeft niet de macht om mensen te dwingen een getuigenis af te leggen, of papieren af te geven, maar de organisaties vrezen wel dat hun reputaties hier onder te leiden zullen hebben.

 

B’Tselem noemde de kritiek op de regering noodzakelijk om Israel democratisch te houden. Het Publieke Comité Tegen Marteling in Israel (PCATI) reageerde met de woorden: ‘Als [Kirshenbaum] zich zorgen maakt over wat de wereld zal vinden van Israel, dan moet ze wetten introduceren die straffeloosheid beëindigen en afdwingen dat alle klachten over overtredingen van mensenrechten onafhankelijk en objectief worden onderzocht.” MK Shlomo Molla van Kadima noemde het een treurige dag voor de Israelische democratie, anderen vergeleken de beslissing met McCarthy-isme en uitten hun vrees voor het democratische proces in Israel.

 

CIDI

De directeur van het CIDI, Ronny Naftaniel, spreekt zijn afkeuring uit over de wijze waarop een aantal parlementariërs uit de regeringspartijen de Israëlische mensenrechten organisaties verdacht probeert te maken en zegt bang te zijn dat er hierdoor een heksenjacht wordt ontketend. Hij acht het van belang dat deze mensenrechten organisaties in een democratie vrijelijk kunnen functioneren. Naftaniel tekent daarbij overigens aan in principe tegenstander te zijn van het subsidiëren van dit soort clubs door buitenlandse regeringen, maar dat is een zaak van de subsidiërende landen en niet van Israel. Als er meer dan geruchten zouden zijn over banden met terroristische organisaties, zou het onderzoek gerechtvaardigd zijn, maar een bron binnen Yisrael Beiteinu verklaarde aan Haaretz dat het naar verwacht alleen zal gaan om organisaties die betrokken zijn bij de ‘delegitimering’ van de IDF, door het bestempelen van IDF militairen als ‘oorlogsmisdadigers’ en door ‘het bevorderen van het ontduiken van de dienstplicht.’

 

Het CIDI is niet de enige niet-Israelische organisatie die het niet eens is met het doel van de commissie. Een woordvoeder van het Nieuw Israel Fonds in New York zei dat “een gezonde democratie de mensenrechten respecteert en beschermt. Het probeert niet internationaal gerespecteerde mensenrechtenorganisaties de das om te doen. Mensenrechtenorganisaties opereren vrijelijk in een democratie, maar dit is duidelijk niet doorgedrongen tot Yisrael Beiteinu.”