CJO aan Tweede Kamer: “Pak antisemitisme aan”

Het Centraal Joods Overleg, waar CIDI ook deel van uitmaakt, publiceerde het hieronder staande document, naar aanleiding van het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer over antisemitisme dat aanstaande woensdag zal plaatsvinden. In dit document wordt betoogd dat antisemitisme nog altijd apart behandeld moet worden en niet onder het te algemene kopje ‘discriminatie’ moet vallen. Het CJO doet verder concrete aanbevelingen aan de politiek om antisemitisme tegen te gaan, zoals het snelrecht bij Holocaust ontkenning en het verbeteren van de registratie bij de politie van antisemitische incidenten.

 

Amsterdam, 27 januari 2011

Een specifiek op de aanpak van antisemitisme gericht beleid blijft noodzakelijk. Dat stelt het Centraal Joods Overleg in een vandaag verzonden brief aan de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. De Kamer spreekt a.s. woensdag 2 februari over de aanpak van antisemitisme. Volgens het CJO is de bestrijding van antisemitisme te veel ingebed in de algemene aanpak van discriminatie. Antisemitisme is een oud, eeuwenoud, en nog immer bestaand verschijnsel, dat in de Holocaust zijn dieptepunt in de moderne geschiedenis vond. Vandaag, 27 januari, is het wereldwijd Holocaust Memorial Day, de door de Verenigde Naties ingestelde dag om dit dieptepunt te gedenken.

Eind juni 2010 vond een Kamerdebat plaats over antisemitisme. Hierop volgend heeft de minister van BZK en van Justitie (demissionair minister Hirsch Ballin) op 13 september 2010 het actieprogramma Bestrijding van discriminatie aangeboden alsmede het rapport Poldis 2009 landelijk Criminaliteitsbeeld Discriminatie van de politie (TK 2009-2010 32 123 VII, nr 74).

Het CJO vindt het actieplan te generiek en te weinig specifiek wat betreft de aanpak van antisemitisme.

Antisemitisme, inclusief de bagatellisering en ontkenning van de Holocaust, is een hardnekkig probleem. De impact van de Shoa voor hen die daar mee kampen, speelt nog immer. Helaas kent antisemitisme door de lange geschiedenis ervan, en de inktzwarte bladzijde in de moderne Nederlandse historie, een unieke plaats. Daarbij komt dat het aantal incidenten relatief hoog is in verhouding tot het geringe aantal Joden in Nederland (tussen de 40.000 en 50.000), versus het aantal leden van andere gediscrimineerde groepen en het aantal incidenten m.b.t. die groepen. Dit rechtvaardigt een specifieke aanpak van antisemitisme, en niet een generieke aanpak in een Actieprogramma Bestrijding van discriminatie.

Het CJO heeft 6 concrete punten (1 t/m 6) geformuleerd, die de regering in uitvoeringsvoorstellen op zou dienen te nemen.

Bezorgd

Het Centraal Joods Overleg is bezorgd over de staat van het antisemitisme in Nederland.
Het CJO beschouwt de situatie van het antisemitisme in Nederland als een uiting van onaanvaardbare intolerantie jegens een bevolkingsgroep die sinds zo’n 400 jaar onafgebroken deel uitmaakt van de Nederlandse samenleving. Het is tekenend dat door bevolkingsgroepen onvoldoende tolerantie wordt betoond jegens andere bevolkingsgroepen, in het bijzonder de Joodse. En dat de overheid er niet in slaagt de gevoelens van onveiligheid bij Joden weg te nemen.
Wij merken op dat in de diverse registraties van discriminatoire gedragingen het aantal antisemitische gedragingen relatief hoog is. Het Poldis rapport maakt gewag van 209 en CIDI van 167 antisemitische incidenten in 2009. Dat is een stijging t.o.v. van voorgaande jaren en het ziet er naar uit dat het beeld in 2010 niet heel anders is. Overigens is er in jaren dat de Midden-Oosten problematiek oplaait een stijging van het aantal incidenten. Antisemitisme wordt niet veroorzaakt door 1 bevolkingsgroep; het is een probleem van de hele samenleving.

Landelijk probleem

Wij moeten constateren dat joden er meer en meer voor kiezen hun identiteit te verbergen. Het CJO benadrukt dat geregistreerde uitingen niet beperkt blijven tot de hoofdstad. Ook elders in Nederland krijgt wie herkenbaar Joods gekleed is, of waarvan bekend is dat iemand Joods is, met antisemitisme te maken. Op scholen hebben Joodse kinderen problemen, hetgeen in sommige gevallen leidt tot noodgedwongen verhuizing van die kinderen naar andere scholen. In dit opzicht juicht het CJO het voornemen van het Ministerie van OCW toe om een registratie in te stellen op scholen van geweld en discriminatie incidenten. Zie het actieprogramma van 13/9 2010. Het is te betreuren dat het wetsvoorstel nog niet aan de Kamer is aangeboden.

1. Registratie

Ieder korps moet de meldingen en aangiften van discriminatie kunnen uitsplitsen naar slachtoffercategorie, dus ook op antisemitisme. Volgens het actieprogramma van 13/9 2010 loopt het BVH registratie systeem nog niet naar behoren. Ook vanuit de politie krijgt het CJO deze signalen. Een duidelijk beeld van de soort discriminatie en tegen wie die gericht is, helpt adequate middelen ertegen in te zetten.

– De motie Voordewind c.s. (32123 VI, 113) vraagt om die specifieke registratie.
– Aan die motie wordt met de huidige toepassing van het BVH systeem niet voldaan.
– De registratie moet ook deugen in verband met de verplichting van Nederland in het kader van de EU en de OVSE om antisemitische incidenten als zodanig te registreren. Nederland voldoet hier niet aan.

Klagers van discriminatie moeten door de politie duidelijk worden voorgelicht over wat het verschil is tussen een melding doen en het doen van aangifte.

2. Geen schrappen groepsbelediging, aanzetten tot haat

Er gaan stemmen op in politiek Den Haag om groepsbelediging en het aanzetten tot haat uit de artikelen 137 c t/m e WvSr te schrappen. Dit zou de weg vrij maken voor ongebreidelde groepsbelediging, en een vrijbrief betekenen om antisemitisch gedrag van welke soort of vorm dan ook te plegen.
Een voorstel dat Joden strafrechtelijke bescherming zou ontnemen en waardoor voor Joden de waarborg wegvalt veilig in Nederland te kunnen leven. Een onbegrijpelijk voorstel, mede ook in het licht van unaniem aangenomen moties ten aanzien van antisemitisme. Op 25 juni 2010 constateerde de Kamer in een door acht fracties ondertekende motie nog dat er in Nederland sprake is van “een verontrustende omvang van antisemitische incidenten en uitingen”.

3. Ontkenning van de Holocaust: snelrecht, aan het delict gerelateerde taakstraf

Uitingen van Holocaust-ontkenning komen zo veelvuldig voor, dat het aanbeveling verdient waar mogelijk snelrecht toe te passen en een taakstaf op te leggen die aan de aard van het delict is gerelateerd. Het schrappen van groepsbelediging en aanzetten tot haat zou overigens ook de basis ontnemen voor het gerechtelijk optreden tegen Holocaustontkenning, hetgeen in strijd is met de EU afspraken.

4. Pas de Voetbalwet toe

Het is noodzakelijk dat wordt opgetreden tegen antisemitisme in voetbalstadions. Te lang is niet opgetreden tegen antisemitische spreekkoren waardoor de verkeerde indruk is gewekt dat die zijn toegestaan en daarmee dat wat je in het stadion roept, ook daar buiten mag worden geuit.

– Leg een stadionverbod op bij antisemitische spreekkoren.
– Pas op antisemitisch gedrag in en rond stadions de voetbalwet toe.
– Pas de voetbalwet toe bij demonstraties waarbij antisemitische uitingen zijn te horen en te zien.

5. Onderwijs, herdenking

Geen school in Nederland zou geblokkeerd mogen worden in het onderwijs over de Holocaust, een inktzwarte periode in de Nederlandse geschiedenis. Holocaustherdenking en –educatie moeten niet langer eenzijdig de overeenkomsten benadrukken tussen de Holocaust en ‘andere erge dingen’ in de wereld van nu. Het moet duidelijk zijn dat genocide fundamenteel anders is dan een politiek conflict waarbij slachtoffers vallen, hoe erg men dat ook vindt.

Onze opvatting wordt onderschreven door NIOD-directeur Schwegman, die daar over (De Pers, 19 januari 2011) zegt: “Verschillende historische ervaringen worden gereduceerd tot hetzelfde. Ik heb lespakketten gezien waarvan ik vond dat ervaringen te makkelijk op één lijn werden gesteld. Het geeft geen pas om in het onderwijs de Holocaust en het Midden-Oosten, [omdat een aantal islamitische leerlingen niet van die Holocaust wil horen], op hetzelfde niveau te plaatsen. Het is essentieel om het unieke karakter van de Holocaust te onderstrepen.”

Onder de noemer Uitdragen van kernwaarden democratische rechtstaat, stelt de nota van 13 september 2010, dat een voorgenomen nieuw project van de regering is: het ondersteunen van het lesprogramma Tweede Wereldoorlog in perspectief, waarbij Joodse en Islamitische jongeren samen les geven over de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Als bovenstaand uiteen gezet: dit is een verkeerde aanpak. Deze koppeling te leggen, wijzen wij af.

6. Normatief gedrag Overheid

De Joodse Gemeenschap heeft de ervaring dat antisemitisme het beste kan gedijen in een samenleving waarin de overheid zwak en/af afzijdig is. Daarom achten wij het van groot belang dat ministers, burgemeesters, Kamerleden e.a. zich ingeval van ernstige racistische en antisemitische incidenten duidelijk uitspreken.

In dit kader is het van belang dat het woordgebruik van gezagsdragers in Nederland van respect getuigt voor andere bevolkingsgroepen, van welke achtergrond dan ook. Overheids’gezichten’ moeten zich in deze bewust zijn van hun voorbeeldfunctie