Clintons koude douche

President Clinton heeft Ehoed Baraks nieuwe coalitie meteen al een koude douche bezorgd. Tijdens het bezoek van president Moebarak aan Washington noemde de Amerikaanse president nieuwe Israelische nederzettingen op de Westelijk Jordaanoever "provocatief". Met betrekking tot de Palestijnse vluchtelingen zei hij: "Ik zou het op prijs stellen als deze mensen vrij zouden zijn en zich vrij zouden voelen te wonen waar ze willen." Deze uitlatingen gaan gepaard met een verlaging van de Amerikaanse steun aan Israel.

door Ronny Naftaniel

De opmerkingen van de Amerikaanse president over de nederzettingen zijn begrijpelijk, zeker in het licht van de Wye en Oslo Akkoorden. Die over de Palestijnse vluchtelingen echter, hebben in Israel voor de nodige commotie gezorgd. Toen Clinton vorig jaar de Gazastrook bezocht, zei hij ongeveer hetzelfde. Men kan dus spreken van een bestendige gedragslijn, waarmee het Amerikaanse staatshoofd lijkt te impliceren dat de Palestijnen die in 1947 en 1948 gevlucht zijn, het recht hebben terug te keren naar Israel. De Palestijnse Autoriteit en Palestijnse leiders in Israel reageerden in elk geval opgetogen op Clintons uitspraken. Aankomend premier Barak betitelde de stellingname van de Amerikaanse president als "onacceptabel". Het was Baraks eerste buitenlands politieke commentaar sinds de stembusstrijd op 17 mei. De vraag is waarom president Clinton het nodig achtte de regering Barak nu al te bruskeren. Was het om zijn Egyptische gast te plezieren, tactloosheid of een test voor het nieuwe Israelische leiderschap? Het laatste lijkt het meest waarschijnlijk.

Uit de wijze waarop de kabinetsformatie is gegaan, blijkt de aanstaande premier vatbaar te zijn voor de verlangens van zijn coalitiepartners. Hij heeft hun, om hen binnen te halen, zoveel ministeries beloofd, dat hij te weinig goede posten over heeft voor zijn eigen Israel Eén-partij. Daarom wil hij op termijn het aantal wettelijk toegestane ministeries uitbreiden van 18 naar 21. Daarvoor moet de kieswet zelfs worden gewijzigd. Die handelwijze duidt erop dat de aanstaande premier ook op het gebied van de vredespolitiek gevoelig zou kunnen zijn voor de wensen van radicale coalitiepartners, zoals de Nationaal-Religieuze Partij. In die partij zit een groot aantal kolonistenleiders. De nieuwe coalitie mag dan op papier wel een ruime meerderheid hebben, zij is samengesteld uit partijen van heel verschillend pluimage en daarom broos.

Waarschijnlijk heeft president Clinton met zijn uitlatingen aan premier Barak de boodschap willen meegeven niet teveel naar de binnenlandse partijbelangen te kijken en meer naar de internationale verhoudingen. Dat is niet het signaal dat je van een bevriende natie mag verwachten. De Amerikaanse president had beter kunnen wachten totdat premier Barak hem bezoekt. Hij had dan van Barak kunnen vernemen dat hij er de man niet naar is zich door iemand de wet te laten voorschrijven. Hij had dan kunnen horen dat Barak zal streven naar een rechtvaardige vrede, maar dan wel één die Israel sterker en niet zwakker maakt.