Commentaar: Zorgen om Egypte

De nieuwe Israelische ambassadeur in Cairo heeft opdracht gekregen ook contact te leggen met de Islamisten. “We moeten er alles aan doen om uit te leggen dat we niet de vijanden van het Egyptische of Palestijnse volk zijn”,

verklaarde een Israelische diplomaat tegen Ha’aretz afgelopen week. Het is de vraag of die missie zal slagen. Israel is te laat.

Door Ronny Naftaniel

Volgens de verkiezingsuitslagen kunnen de Moslim Broeders en Salafisten samen op ca 70% van de Egyptische Parlementszetels rekenen. Beide partijen hebben in diverse toonaarden laten horen geen enkele empathie met de Joodse staat te hebben. Egypte lijkt een tweede Iran te worden, waar de Sharia de kern van de wetgeving is en de niet-Islamitische werled het kwaad. Deze ontwikkeling zal in de eerste plaats gevolgen hebben voor de 8 miljoen Kopten in het land. Herhaaldelijk doen zich nu al gewelddadige incidenten voor tegen hun kerken en gemeenschapshuizen. Als Salafisten en Moslim Broeders samen aan de macht komen, zullen ook de Kopten zich moeten houden aan de regels, zoals het verbod op alcohol en voor vrouwen het dragen van sluiers, die de hunnen niet zijn. Er bestaat grote kans dat ze massaal naar het Westen zullen willen vertrekken, zoals ook de Iraakse Christenen doen.

Voor Israel bestaat het risico dat een Islamitische regering Hamas zal toestaan ook vanaf Egyptisch grondgebied te opereren. Uiteindelijk gebeurde dat ook al voor 1967. De Libanese regering staat het Hezbollah nog steeds toe. Er zijn al Palestijnse wapendepots in de Sinai ontdekt en de aanval van Hamasleden op Eilat eerder dit jaar leidde bijna tot een definitieve breuk met de Egyptische regering en het leger. Zeker is dat Israel in het geval van een Palestijnse aanval niet op de steun van het Egyptische leger zal kunnen rekenen. Dat treedt scherp op tegen verlichte Egyptenaren die op het Tahrirplein demonstreren maar behandelt de Moslim Broedrs met fluwelen handschoenen. Een toekomstig conflict met Hamas zou dus kunnen overslaan in een oorlog met het grootste Arabische land. Ondanks het vredesverdrag van 1979.

Een klein lichtpunt is dat Moslim Broeders en Salafisten slecht door een deur kunnen. De Broederszijn hierdoor wellicht genegen een regering te vormen met de meer gematigde partijen, die Egypte echt willen laten. Meer positiefs over de Israelische relatie met Egypte valt er momenteel niet te melden. Dat is in een jaargetijde waarin vele mensen hopen op ‘vrede op aarde’ een sombere gedachte.

Palestijnse zegslieden suggereren dat er een selectie is gemaakt en dat kan een verkeerde indruk geven. Bovendien zijn de ‘Palestine Papers’ gepubliceerd tegen een achtergrond van een opstandig Midden-Oosten, gestimuleerd door de machtswisseling in Tunesië. Zou de publicatie door beide media niet tevens een versluierde aansporing aan het Palestijnse volk zijn oude leiders aan de kant te zetten? In elk geval hebben Abbas cs. op dit moment helemaal niet de sullige uitstraling die de ‘Papers’ suggereren. De Palestijnse eis dat Israel met bouwen in de nederzettingen moet stoppen, stagneert samen met het bouwen in de nederzettingen moet stoppen, stagneert samen met het bouwen zelf, het vredesproces. Het Palestijnse streven om, zonder vrede met Israel, erkenning van de staat Palestina te zoeken, veroorzaakt hoofdbrekens bij de Israelische regering.

Uit de ‘Palestine Papers’ komt ook een heel ander beeld naar voren, namelijk van leiders die zich bewust zijn van hun grote historische verantwoordelijkheid en koortsachtig op zoek zijn  naar vrede. Leiders die zich realiseren dat het verleden, waarin de andere partij werd genegeerd, alleen maar oorlog, ellende en onderdrukking heeft gebracht. Rust, tevredenheid en welzijn kunnen niet tot stand komen als je vasthoudt aan het onbuigzame standpunt dat Israel dient te verdwijnen, zoals Hamas voorstaat, of meent dat heel Judea en Samaria eeuwig aan het Joodse volk behoort, zoals vele kolonisten geloven. Er zijn compromissen nodig en daarom is het goed in de ‘Palestine Papers’ te lezen dat de Palestijnse onderhandelaars bereid waren het ‘recht’ op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen en hun nazaten te beperken tot 100.000 personen.

Het was eveneens hoopvol te zien dat premier Ehud Olmert, die als burgemeester van Jeruzalem nog van de daken schreeuwde dat die stad Joods en ondeelbaar is, bereid was de Arabische wijken van de stad bij de staat Palestina te voegen en Jeruzalem daarmee ook de Palestijnse hoofdstad te maken. Het is ontzettend jammer dat de vredesonderhandelingen stagneerden na de Israelische inval in Gaza en de Amerikaanse  en Israelische regeringswisselingen. Als er iets uit de ‘Palestine Papers’ blijkt is het dat vrede mogelijk is. Dat geeft hoop.