Controverse en vragen over onderzoek ICC naar klacht PA over Israel

IN ISRAEL / Door: HANNA LUDEN / 23 dec 2019 INTERNATIONAAL RECHT

Vorige week heeft Fatou Bensouda, hoofdaanklaagster van het ICC (International Criminal Court) aan de rechters van de Kamer van vooronderzoek een vraag voorgelegd: moet het onderzoek naar “De situatie in Palestina” (lees: Westoever, Oost-Jeruzalem en Gaza) verder worden onderzocht, gezien de voorlopige bevindingen enerzijds en de complexe situatie en status van het gebied anderzijds?

Eind 2013 diende de Palestijnse Autoriteit bij het ICC een klacht in tegen de “misdaden van Israel tegen de Palestijnen”.  Hoofdaanklager Bensouda is hierop in 2014 met een vooronderzoek begonnen. Vorige week heeft ze aan de Kamer van vooronderzoek gevraagd of ze met het onderzoek moet doorgaan. Dit nadat zij in haar vooronderzoek heeft geconcludeerd dat “alle wettelijke criteria onder de Rome-afspraak [dat de basis legde voor het oprichten van het ICC] voor het uitvoeren van een onderzoek aanwezig zijn”.  Zij stelt dat “er voldoende basis is te denken dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd in die gebieden”, dat er “mogelijkerwijs incidenten waren die relevant kunnen zijn voor het werkgebied van het ICC” en dat er “geen redenen zijn om te denken dat een dergelijk onderzoek niet het belang van het recht zal dienen”.

Bensouda ziet ook mogelijke bezwaren, en daarom legt ze de zaak voor aan de zogenaamde Kamer van vooronderzoek: “Gezien de unieke, omstreden juridische en feitelijke issues die aan deze situatie zijn verbonden, namelijk het territorium waarin het onderzoek zou plaats vinden”, vraagt zij de rechter om aan te geven of zij een formeel onderzoek moet starten. Zij vraagt de ICC-rechters om bij voorbaat te buigen over de vraag of het Internationaal Strafhof de bevoegdheid heeft over het gebied en of uitspraken van het hof gerelateerd aan het gebied dan ook juridisch houdbaar zijn.

Nog enkele relevante zaken rond het ICC en het bovengenoemde aanklacht

  • Het ICC is in Juli 2002 opgericht op basis van de zogenaamde Rome-statuten. Het heeft als taak de rol van individuen te onderzoeken en ze te vervolgen als er een redelijke zaak tegen hen lijkt te bestaan, dat wil zeggen wanneer zij – volgend het hof – persoonlijk beschuldigd zouden kunnen worden van genocide, misdaad tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden.
  • Alleen nationale soevereine staten kunnen lid zijn van het ICC. En alleen een nationale staat kan een aanklacht indienen bij het ICC.
  • Israel (evenals de VS, Australië, Rusland, China en India) is geen lid van het ICC.
  • De Palestijnse Autoriteit daarentegen is geen staat en is niet soeverein over het gebied. Volgens Israel betekent dit dat de PA helemaal geen aanklacht bij het ICC kan indienen. Bovendien, zo beweert Israel, zijn Israel en de Palestijnen overeengekomen [in Oslo] dat ze hun conflict over de toekomst van deze gebieden in onderhandelingen zullen oplossen. De aanklacht bij het Internationaal Strafhof is volgens Israel oneigenlijk omdat het het ICC probeert te dwingen zich in een politiek vraagstuk te mengen, terwijl deze juist in onderhandelingen en niet bij een hof voor criminele zaken moet worden besproken. “Het ICC is niet voor dit doel opgericht en heeft noch de bevoegdheid noch het vermogen om zich met dergelijke onderwerpen bezig te houden. Temeer omdat deze rechter niet de erkenning van beide partijen geniet”. Aldus de Israëlische procureur-generaal Avichai Mandelblit
    Opvallend is het feit dat de PA deze aanklacht zelfstandig in heeft gediend, en niet – zoals vaker bij internationale gelegenheden – samen met een erkende staat.
  • Dit leidt tot de verdenking dat de PA een heel ander doel voor ogen heeft bij het indienen van de klacht, namelijk, het hof dwingen tot een de facto erkenning van de Palestijnse staat.
  • Volgens Israel (en anderen) zijn de drie genoemde gebieden, de westelijke Jordaanoever, Gaza én Oost-Jeruzalem in internationaal rechtelijke termen niet “bezet” maar “betwist”. In ieder geval zijn de grenzen van deze gebieden (ook wel “de groene lijn” genoemd) nooit internationaal vastgesteld; het zijn de staakt-het-vurenlijnen van de oorlog van 1948 die nooit als ‘echte’ grenzen zijn erkend.