Correspondentie ontbloot relatie tussen Nederland, UAWC en terreur

IN NEDERLAND / Door: JOSHUA FRIEDMANN / 11 feb 2021 PFLP TERRORISME UAWC

De onlangs vrijgegeven correspondentie van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken geeft weer hoe UAWC succesvol maandenlang de Nederlandse overheid om de tuin leidde over haar banden met het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). Al meer dan een jaar waarschuwden diverse organisaties waaronder CIDI dat de door Nederland gesteunde landbouworganisatie United Agriculture and Works Commission (UAWC) banden onderhield met terreurorganisaties, en dat PFLP-leden verdacht van de bomaanslag die de zeventienjarig Rina Shnerb in 2019 het leven kostte een salaris ontvingen van Nederlandse subsidies aan UAWC.

UAWC werd reeds in 1993 door het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking USAID  aangeduid als “agrarische tak van de PFLP“. Ook Fatah omschrijft de organisatie als gelieerd aan PFLP. Vóór de bomaanslag in 2019 legde Nederland een waarschuwing over terroristische banden van UAWC van UK Lawyers for Israel naast zich neer, die men ook na de aanslag stellig bleef negeren.

Eerder werd een beknopt overzicht bekendgemaakt van deze correspondentie in antwoord op Kamervragen van Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert (CDA) van augustus 2020 over Nederlandse subsidies aan Palestijnse landbouw- en terreurorganisaties, toen minister Sigrid Kaag van Ontwikkelingssamenwerking eindelijk toegegeven had dat twee terreurverdachten bij UAWC in dienst waren. Nu heeft het kabinet laten weten ‘bij wijze van uitzondering toch de documenten zoals genoemd in het antwoord van 20 augustus 2020 met Uw Kamer [te willen] delen vanwege het belang dat wij hechten aan zo veel mogelijk transparantie in deze.’

Tekenen aan de wand en in de inbox

Ondanks steeds toenemende aanwijzingen van het tegendeel, bleef Nederland lang volhouden dat UAWC geen enkele banden onderhield met PFLP, en dat er geen enkele belemmering kon zijn om de organisatie voor miljoenen euro’s jarenlang te subsidiëren. Men lijkt uit te zijn gegaan van de waarheid van een mededeling dat medewerkers van UAWC “geen lid mogen zijn van ‘politieke organisaties’ zoals PFLP” en dat dit ook niet aan de orde was. In elk geval zouden de terreurverdachten geen geld ontvangen hebben vanuit het Nederlandse ‘potje’. Maar wat bleek? Niet alleen werden verdachten Samer Arbid en Abdul Razeq Farraj betaald met Nederlands subsidiegeld, zij hadden ook al in 2017 pasjes gekregen van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah om hen als personeel van een Nederlands project te identificeren. Men liet dus ook maandenlang na de eigen administratie te raadplegen.

Een interne e-mail aan minister Sigrid Kaag van Ontwikkelingssamenwerking van juli 2020, bijna een jaar na de aanslag, geeft vervolgens verbaasd aan dat het “onvoldoende duidelijk [is] waarom UAWC niet direct duidelijk maakte dat beide personen deels door NL werden betaald en de indruk kon ontstaan dat zij niet bij de door [Nederland] gefinancierde activiteiten betrokken zouden zijn geweest”. Hierbij gaat het onder andere over de voormalig financieel directeur van UAWC Samer Arbid, tevens PFLP-commandant in Ramallah en volgens de PFLP zelf de aanstichter van de bomaanslag. De Palestijnse terreurbeweging heeft in een statement bevestigd dat Arbid een van haar commandanten is en deel heeft genomen aan de aanslag waarbij Rina Shnerb is omgekomen.

Er kan niet anders dan geconcludeerd worden dat Nederlandse ambtenaren maar al te graag UAWC op hun woord wilden geloven, en daarbij waarschuwingen van iedere organisatie die zij als Israelvriendelijk zagen volledig negeerden. Men bleef de selectiecriteria voor subsidie aan NGO’s handhaven in het gezicht van deze PFLP-banden van UAWC, en veel herhalen dat deze selectiecriteria “toereikend om effectief te kunnen optreden tegen misstanden” waren. De bomaanslag zelf wordt in interne e-mails steeds geminimaliseerd, en het zeventienjarig slachtoffer telkens aangeduid als “een Israëlische jonge vrouw”. Zoals inmiddels bekend heeft Nederland veel te lang UAWC het voordeel van de twijfel gegeven, ook waar geen twijfel had moeten zijn.

Institutioneel bedrog

Overigens was Nederland al jarenlang bekend met hoe betrouwbaar UAWC was als organisatie. Nederland betaalde jarenlang mee aan bouwprojecten van UAWC zonder vergunning, en wist dat UAWC geen vergunningen voor deze projecten had, zo blijkt ook uit de vrijgegeven correspondentie. Op verzoek van UAWC hielden Nederlandse ambtenaren ook details verborgen voor de buitenwereld, specifiek om ze voor Israel te verbergen. 

De vrijgegeven correspondentie laat nu zien dat men bij Ontwikkelingssamenwerking oprecht verbaasd was dat de organisatie die zij hielpen feiten te verbergen voor de Israelische overheid, ook in staat bleek reeds bekende feiten voor de Nederlandse overheid te verbergen.