COVID-19 teruggedrongen in Israel: minder dan 10.000 actieve gevallen

IN ISRAEL / Door: JOSHUA FRIEDMANN / 2 nov 2020 CORONAVIRUS

De strenge lockdown in Israel heeft COVID-19 flink teruggedrongen: eind september telde Israel bijna 10.000 nieuwe besmettingen per dag, maar nu zijn er nog geen 10.000 patiënten in heel Israel. Het aantal nieuwe coronapatiënten is geslonken naar een paar honderd per dag, en de volgende fase van het stappenplan van de regering om de maatregelen én het coronavirus terug te dringen is vandaag ingezet: veel basisscholen zijn weer geopend, en gebedshuizen en schoonheidssalons (maar géén kappers of kledingwinkels) mogen weer open.

grafiek COVID-19 Israel per 1 november

Grafiek van het aantal nieuwe besmettingen van het coronavirus geregistreerd in Israel. De zevendaagse dip wordt veroorzaakt door een verminderd aantal tests afgenomen op zaterdag; de extra diepe dip op 28 september komt overeen met Jom Kipoer. De exponentiële groei die we zien tussen augustus en oktober is stopgezet.

Lijn daalt, onvrede blijft vrij constant

De voorspellingen van de regering van het effect van de maatregelen lijken aardig overeen te komen met de werkelijkheid. Nu het aantal besmettingen per dag gedaald is tot een paar honderd, zouden over twee weken volgens het stappenplan vanaf 15 november niet-essentiële winkels en winkelcentra weer open mogen. 

De prioriteiten die het stappenplan legt, leiden wel tot veel kritiek van de zwaarst getroffen sectoren: kappers klagen dat zij gesloten moeten blijven, maar schoonheidssalons niet. Een vintage kledingzaak in Ramat Gan kreeg een boete van 5000 sjekel, ruim €1.250, nadat hij uit protest een bord met ‘synagoge’ ophing, en zijn zaak heropende. “Ik nodig mensen uit om in mijn winkel te bidden, om zo de maatregelen te kunnen volgen,” was zijn verklaring aan een handhaver, die kennelijk niet onder de indruk was.

Financiënminister Yisrael Katz heeft herhaaldelijk gepleit om winkels vervroegd te heropenen, maar aangezien volksgezondheidsminister Yuli Edelstein en premier Benjamin Netanyahu daar terughoudend over zijn, lijkt dat voorlopig niet aan de orde. Een wetsvoorstel om de boetes voor overtredingen van de coronamaatregelen verder te verhogen werd in zijn geheel gevetood door de charedische (ultra-orthodoxe) partijen Shas en Verenigd Tora Jodendom (VTJ).

Charedische weerstand

De weerstand tegen ingrijpende maatregelen om COVID-19 in te perken is het grootst onder de charedische gemeenschap, die zo’n 10% van de bevolking uitmaakt. Tegen alle richtlijnen in, openden veel orthodoxe scholen, jeswiewes (seminaria) en synagogen terwijl de rest van Israel vrijwel geheel op slot was. Meer dan 40% van alle coronabesmettingen zijn in Israel getest onder deze kleine, hechte gemeenschap. Bij een onderzoek eind maart in de charedische stad Bnei Brak bleek één op de drie van alle proefpersonen COVID-19 al gehad te hebben.

Desalniettemin heerst er een grote sociale druk in de charedische gemeenschap om bij coronasymptomen níet getest te worden: gevreesd wordt voor een plaatselijke lockdown in ultra-orthodoxe steden. Slechts één testlocatie is open in Bnei Brak, een stad met meer dan 200.000 inwoners en het hoogste besmettingspercentage van Israel. De gemeente Bnei Brak heeft alsnog een nieuwe sneltestlocatie van de IDF geweigerd vanwege een ‘gebrek aan behoefte’.

Charedische rabbijnen hebben zich herhaaldelijk uitgesproken tegen “informanten” en “klikspanen”, die de vaak grove overtredingen in hun gemeenschappen bij de politie aangeven. Vizjnitser rebbe Yisroel Hager, een gemeenschapsleider in Jeruzalem, dreigde de klokkenluiders te “excommuniceren”.