CST brengt rapport antisemitische incidenten in VK uit

Community Security Trust (CST), een van de vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in het VK, houdt zich onder andere bezig met het monitoren van antisemitisme in het land. Gisteren (woensdag 25 juli) publiceerde het een overzicht van geregistreerde incidenten in 2018 tot en met de maand juni.

Hoewel het totaal van 727 incidenten ten opzichte van het eerste halfjaar in 2017 een lichte daling betekent, is het alsnog het op één na hoogste aantal ooit geregistreerd door CST in een halfjaarperiode van januari tot juli.

Aan de incidenten valt te zien dat zowel het Israelisch-Palestijnse conflict als discussies omtrent antisemitisme in de Labourpartij bron zijn geweest van antisemitische uitingen in het VK. Naar deze thema’s zijn expliciete verwijzingen gevonden in respectievelijk 114 en 34 incidenten. Meest voorkomend in de incidenten zijn echter haatdragende verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog of sympathieën met extreemrechts gedachtegoed.

Ook het aantal geregistreerde uitingen via sociale media laat een groei zien. Met 163 registraties tot nu toe is het aantal uit het eerste halfjaar van 2018 met 18% gegroeid ten opzichte van het voorgaande jaar.

Naast 727 bij CST bekende incidenten, heeft het bij 340 gemelde gevallen (32% van het totaal) geen bevestiging kunnen vinden van een antisemitisch karakter. Deze zijn daarom niet opgenomen in het rapport, maar worden wel gezien als “potentiële incidenten”.

In de methodologie van CST kan een incident soms vele antisemitische uitingen omvatten. Zo tellen doelgerichte campagnes (op een individu of instantie) op sociale media als een enkel incident, ook al dragen ze vaak tientallen of honderden antisemitische uitingen mee. Om deze allemaal apart te registreren zou volgens het rapport een administratieve rompslomp zijn.

De schrijvers van het rapport laten zien bewust te zijn van de accuraatheid van cijfers aangaande antisemitische uitingen op sociale media. De gerapporteerde uitingen komen voort uit meldingen, en niet uit pro-actieve monitoringactiviteiten van CST. Het wordt daarom vermeld dat de cijfers veel eerder een weerspiegeling zijn van meldingsbereidheid van slachtoffers en ooggetuigen dan van de hoeveelheid antisemitische uitingen online.

Het rapport noemt verder over de bereidheid om incidenten bij CST te melden dat

“(…) the fact this high level of antisemitic incidents has been sustained for so long suggests a longer-term phenomenon in which people with antisemitic attitudes appear to be more confident to express their views; while incident victims and reporters may be more motivated to report the antisemitism they experience or encounter” (CST, p. 5).

Indien deze indruk van de schrijvers klopt is er enerzijds een toegenomen zelfvertrouwen over het uiten van antisemitisme. Anderzijds wijst het er echter ook op dat ooggetuigen en slachtoffers zich niet bij deze situatie neerleggen, onder andere door incidenten te blijven melden bij instanties als CST.

David Delew, chief executive bij CST, toont zich licht bezorgd over het beeld: “Any fall in antisemitism is welcome, but these are the second worst figures ever and continue a trend that has now lasted for over two years”.

De Chef van het Britse politiecomité voor het bestrijden van haatdelicten zegt blij te zijn met het werk van CST: “We know that all strands of hate crime are under reported and trusted charities, such as CST, provide a valuable alternative option for those victims who do not wish to report direct to the police.”

Het CIDI brengt zijn monitor van antisemitische incidenten jaarlijks uit. Ook wij hechten er grote waarde aan dat mensen bereid blijven om uitingen van antisemitisme in Nederland melden. Dit is belangrijk om meer duidelijkheid te verkrijgen over hoe antisemitisme zich manifesteert in de samenleving, waarmee het CIDI relevante bestuurlijke en politieke instanties kan blijven inlichten over alle dimensies van het probleem.