Dalia Rabin: “Israel heeft nog steeds zijn hand in vrede uitgestrekt”

Op 8 november werd in het onlangs ingrijpend verbouwde Haagse kantoor van CIDI het Rabin Centrum voor Cultuur en Educatie geopend. De openingshandeling werd verricht door onderminister van Defensie Dalia Rabin-Pelossof, dochter van de in 1995 vermoordde premier. ‘s Avonds sprak Dalia Rabin tijdens de door CIDI georganiseerde Rabin-herdenking in het gebouw van de Raad van State. De belangrijkste delen uit die toespraak volgen hieronder.

“Sjalom dames en heren, vrienden van CIDI, vrienden van Israel. Ik ben echt geroerd dat ik vanavond hier met u kan zijn, bij deze zesde herdenking van de moord op mijn vader. Ik wil CIDI graag complimenteren voor zijn inzet bij het bevorderen van banden tussen Israel en Nederland. Dat is cruciaal voor de relaties tussen onze beide landen en tussen Israel en de Europese Unie. Ook uw leidende rol bij de bestrijding van antisemitisme en het bijdragen aan de ontworteling van racisme en xenofobie is van onschatbare waarde.

Genoeg bloed en tranen, zei mijn vader op het zonovergoten grasveld voor het Witte Huis. En hij schudde de hand van zijn bitterste vijand. Genoeg bloed en tranen, zei hij met de wereld als zijn getuige en hij ging van start op het pad naar vrede. Hij wist zeker dat het geplaveid zou zijn met obstakels. Met dappere vastberadenheid keek hij naar de toekomst en bracht hij hoop voor het volk van Israel.

Genoeg bloed en tranen, zei hij met geloof in zijn hart en [toen] viel hij, doorweekt van zijn eigen bloed. Precies zes jaar geleden. En sindsdien blijven wij met de tranen, met het vreselijke verlies en zijn wij naar het oorlogspad teruggekeerd.

Jitschak Rabin vond de weg van de vrede te prefereren boven het oorlogspad. De gebeurtenissen van het afgelopen jaar hebben ons helaas afgebracht van het pad waarop wij met zo veel vertrouwen samen met onze buren vooruitgingen. De dramatische val van de hoge hoop op vrede in de afgrond van het geweld waarin wij ons vandaag bevinden, is pijnlijk geweest. Maar wij moeten ons niet uit het veld laten slaan door deze uitdaging van onze eeuwige zoektocht.

Terwijl Israel en rest van de vrije wereld zich gezamenlijk achter de door de VS geleide coalitie tegen de terreur stellen, zijn wij in Israel meer dan ooit toegewijd om het conflict in onze regio op te lossen. Wij roepen voorzitter Arafat op aan het geweld en de terreur in ons deel van de wereld een eind te maken en ons te helpen terugkeren naar het pad waarop hij samen met mijn vader van start ging.

Nu, terwijl de wereld worstelt met ongeëvenaarde golven van wereldwijde terreur, willen wij zo snel mogelijk terug naar de onderhandelingstafel met onze Palestijnse tegenhangers, zodat wij de vlammen in onze regio tot bedaren kunnen brengen. Maar voordat wij dat doen, moet het geweld worden gestopt.

Als hij dat wil, kan Arafat het geweld stoppen. Hij kan de ontelbare terroristen arresteren die vrij rond lopen in het gebied van de Palestijnse Autoriteit, terroristen die onvoorstelbare gewelddaden tegen Israelische burgers hebben begaan en die vrij binnen zijn jurisdictie opereren, en steeds nieuwe gruweldaden voorbereiden.

Ja, Jasser Arafat kan het geweld stoppen. Hij kan de ophitsing stoppen en de stemmen van de haat het zwijgen opleggen die luidkeels in de gehele Palestijnse Autoriteit worden uitgezonden, degenen stoppen die het Palestijnse volk aanmoedigen om te haten, degenen stoppen die zelfs de kleinste Palestijnse kinderen leren er opuit te gaan om te moorden.

Deze geweldspiraal zal ons nergens heen leiden. Hij zal geen enkel probleem oplossen, enkel meer problemen scheppen. Het is niet geweld dat onze buren uit hun armoede kan bevrijden en hen allemaal het goede brengen dat het leven te bieden heeft. Met het aan jonge mensen onderwijzen hoe zij zelfmoordterroristen moeten worden draagt men niet bij aan economische ontwikkeling en goede nabuurrelaties ten gunste van al de volken in onze regio.

(…) De staat Israel blijft volharden in hetgeen een voortdurende strijd is geworden voor ons recht om in vrede in onze regio te wonen. Dit is met name zwaar geweest in het afgelopen jaar, toen onze Palestijnse buren het meest genereuze aanbod dat ooit door een Israelische regering gedaan werd hebben beantwoord met de geweldspiraal waarmee wij vandaag te maken hebben.

Wij zullen doorgaan met hetgeen een strijd voor ons naakte bestaan is geworden. Maar wij zoeken zeker geen oorlog. De enige oplossing voor deze pijnlijke situatie is politiek, niet militair. Met geweld en terreur zal niets bereikt worden. Israel heeft zijn hand in vrede uitgestrekt vanaf de dag dat het een staat werd. Dat aanbod staat in onze Onafhankelijkheidsverklaring. Onze hand is nog steeds uitgestrekt, onze buren hoeven slechts de geweldsmiddelen neer te leggen en hem te grijpen. Hun hele wereld en de onze zou er zo veel beter van worden.
De Joodse staat gaat door op zijn interne zoektocht naar vrede, zelfs in deze moeilijke tijden. Laat ons al het mogelijke doen, zodat deze tragedie niet voor niets is geweest.”