De Holocaust en Noord-Afrika

Algemeen heerst in Israel en elders de indruk dat de Holocaust uitsluitend het Europese (Ashkenazische) jodendom heeft getroffen. Maar ook in Noord-Afrika vielen (Sefardische) joden ten prooi aan de nazi’s en hun medestanders. Een geallieerde slagveldoverwinning voorkwam dat de Noord-Afrikaanse joden op grote schaal werden uitgeroeid.

In de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was een groot deel van Noord-Afrika in handen van bondgenoten van nazi-Duitsland. Libië was bezet door Italië, Algerije, Tunesië en Marokko door Vichy-Frankrijk. Een Italiaanse aanval op de Britse troepen in Egypte, in september 1940, verliep rampzalig voor de Italianen. Het fiasco leidde tot grootschalige Duitse militaire interventie. In februari 1941 arriveerde een Duits expeditieleger, het zogenoemde Afrika Korps, geleid door veldmaarschalk Erwin Rommel. Grote delen van Noord-Afrika kwamen de facto onder Duitse bezetting.

Einsatzgruppe Ägypten
In Libië duurde de jodenvervolging van juni 1940 tot januari 1943 (in die maand werden de Duitse bezettingstroepen verdreven). In de stad Jabu werd een concentratiekamp gebouwd waarin drieduizend joden werden opgesloten en zeshonderd van hen om het leven kwamen. Driehonderd in Libië woonachtige Europese joden werden via Italië naar vernietigingskampen in Polen gedeporteerd. Alle Libische joodse mannen werden tot dwangarbeid veroordeeld.

In Algerije en Marokko werd anti-joodse wetgeving ingevoerd. Duizenden joodse inwoners van deze landen werden gearresteerd en naar werk- en concentratiekampen in de Sahara gedeporteerd.

Tunesië was het enige Noord-Afrikaanse land waar de anti-joodse wetgeving wel werd ingevoerd maar niet werd toegepast, omdat het locale (Arabische) bestuur dat weigerde. Veel Tunesische joden werden desondanks slachtoffer van straatgeweld en veel joodse bedrijven werden aangevallen.

Speciale SS-eenheden, onder leiding van SS-Obersturmbannführer Walther Rauff, werden belast met de oplossing van het joodse vraagstuk in Noord-Afrika en Palestina. Rauff werkte onder andere plannen uit voor de bouw van gaskamers in het Tunesische Kairouaan. Eerder dit jaar publiceerden de Duitse historici Klaus Mallmann en Marin Cüppers over de activiteiten van de door Rauff geleide Einsatzgruppe Ägypten, die in oktober 1941 ook opdracht had gekregen de volledige joodse bevolking van Palestina uit te roeien. Het Duitse onderzoek bevat veel tot nu toe onbekende details, maar dat er plannen bestonden voor “de oplossing van het joodse vraagstuk in Palestina” was al lang bekend. Zo zei Hitler op 25 oktober 1941 tegen Himmler en Heydrich: “Het is goed, als de angst ons voorafgaat, dat wij [dan] het Jodendom uitroeien. De poging een eigen Joodse staat te vestigen zal op een mislukking uitdraaien”.

Moefti
Voor de vernietiging van het Noord-Afrikaanse en het Palestijnse jodendom werd intensief bij Hitler c.s. gepleit door de tussen 1941 en 1945 in Berlijn woonachtige Palestijnse Moefti van Jeruzalem, Amin Al-Hoesseini.
De Duitse plannen werden doorkruist door de Britse generaal Montgomery, die de Duitse opmars in Noord-Afrika in de slag bij El-Alamein tot stilstand bracht (23 oktober tot 3 november 1942). Daardoor werd niet alleen de Duitse verovering van Palestina onmogelijk, maar werd ook het eind van de Duitse bezetting van Noord-Afrika ingeluid.

Historici zijn nog steeds in debat over de vraag of de definitie van de Holocaust wel van toepassing is op het Noord-Afrikaanse jodendom.
“Als de Holocaust uitsluitend in demografische of numerieke termen wordt bekeken is het duidelijk dat er in Noord-Afrika geen Holocaust heeft plaatsgevonden, maar als men de Holocaust probeert te begrijpen in waardetermen is het duidelijk dat Noord-Afrika een belangrijke rol heeft gespeeld”, aldus de Israelische historici Irit Abramsky en Dan Michman.

Studieprogramma
Het Holocaustmuseum Yad Vashem heeft een studieprogramma voor Israelische middelbare scholen ontwikkeld over het lot van de Noord-Afrikaanse joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het programma, met onder andere getuigenverklaringen, persoonlijke verhalen en archieffoto’s, heeft niet alleen tot doel de bewustwording over een ‘vergeten’ onderdeel van de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog te vergroten en het ‘documentatiegat’ te dichten. Het is er ook op gericht de vervreemding van de Sefardische Israeli’s ten opzichte van hun Ashkenazische landgenoten te verkleinen. De Holocaust vormt immers een belangrijk deel van de collectieve identiteit van de Ashkenazische bevolkingsgroep. “Als (Sefardische) scholieren ontdekken dat ook hun grootouders in gevaar waren, verliezen zij hun gevoel van vervreemding ten opzichte van de Holocaust”, zegt projectcoördinator Yael Richler. Daarmee kunnen die Sefardische scholieren “aansluiten” op een historisch verhaal dat nu nog door velen als het exclusieve verhaal van een andere bevolkingsgroep wordt gezien.