De Hoop Scheffer: De banden met Israel zijn veelzijdig en blijvend

IN NEDERLAND / Door: WEBMASTER / 14 mei 2003 CIDI ISRAEL PA VREDESPROCES VS

Jom Ha’atsmaoet in het Hebreeuwse jaar 5763 – 55 jaar moderne staat Israel. Dat werd op 6 mei door Joodse en niet-Joodse Nederlanders feestelijk herdacht in het tot de nok toe gevulde Tuschinski Theater, onder de inspirerende leiding van de ‘Israelische Nederlander’ Ralph Inbar. Muziek, na het hoofdprogramma ook ‘in de galerijen’, dansen, hapjes, samenzijn en natuurlijk toespraken, de laatste wat ingetogen, want Israel kent na 55 jaar nog steeds geen vrede.

De Israelische ambassadeur Eitan Margalit beklemtoonde dat de traditionele Nederlands-Israelische verbondenheid nog steeds bestaat. Na Margalit spraken Rob Wurms namens het Centraal Joods Overleg en ds. Jaap de Vreugd namens Christenen voor Israel. Namens de Nederlandse regering sprak Jaap de Hoop Scheffer, die de avond samen met zijn vrouw Janine bijwoonde, felicitaties uit. Hieronder de belangrijkste passages uit zijn toespraak.

Janine en Jaap de Hoop Scheffer in gesprek met CIDI-directeur Ronny Naftaniel en diens vrouw Jet. (Foto: René van den Berg)

“Vijfenvijftig jaar Israel. Vijfenvijftig jaar onafhankelijke, zelfstandige staat. Dat is waar wij vandaag bij stilstaan en dat is de reden waarom u allen hierheen bent gekomen. In vijfenvijftig jaar heeft het Joodse volk iets opgebouwd waarvan eerdere generaties Joden slechts konden dromen. De Roemeens-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel zei het al: “Voor ons is er Israel. Wat geen enkele andere generatie had hebben wij wel. Wij hebben Israel, ondanks alle gevaren, alle bedreigingen en oorlogen. Wij kunnen naar Jeruzalem gaan. Generaties en generaties vóór ons konden dat niet. Wij wel. […]

Het zionisme en de wens dat Joden zich zouden vestigen in het huidige Israel waren al veel ouder, maar na de Tweede Wereldoorlog waren velen ervan overtuigd dat alleen een Joodse staat de belangen van het Joodse volk voldoende zou kunnen behartigen. In veel opzichten is de oprichting van Israel een groot succes geworden. Israel heeft zich in de afgelopen vijfenvijftig jaar in een enorm tempo ontwikkeld. Het is zonder meer een moderne staat: met een vrije markteconomie, een bloeiend cultureel leven en een democratische samenleving waarin openheid en ruimte voor andersdenkenden bestaan. Het respect voor die fundamentele democratische waarden en normen is een belangrijke reden waarom in Nederland zoveel sympathie bestaat voor Israel. De banden tussen onze beide landen zijn veelzijdig en blijvend. Er is wederzijds vertrouwen en wederzijds respect.

Vanwege die nauwe band tussen Nederland en Israel bestaat er in ons land ook een grote belangstelling voor het Midden-Oosten en voor het moeizame proces van vredesopbouw in die regio. Die belangstelling uit zich in betrokkenheid, in steun, maar ook – soms – in kritiek. Want juist bij een sterke relatie tussen twee landen past ook de mogelijkheid elkaar kritische geluiden te laten horen. In een politieke situatie die zo complex is en waarbij zwart-wit onderscheid niet bestaat is het onvermijdelijk dat we soms anders tegen ontwikkelingen aankijken. Dat doet niets af aan onze gedeelde overtuiging dat Israel in vrede en veiligheid met zijn buren moet kunnen samenleven.

Daarom doet het ons allemaal evenveel pijn om te moeten erkennen dat het vredesproces in het Midden-Oosten dat zo’n tien jaar geleden in Oslo in gang werd gezet ernstig is aangetast. […]

In Israel hebben voortdurende zelfmoordaanslagen een permanente angst in de hele samenleving gecreëerd. Niemand in Israel is immuun voor die angst. Angst en lijden zijn er ook aan Palestijnse zijde. Ook daar zijn vele onschuldige burgers slachtoffer geworden van geweld.

Er is maar één weg mogelijk: de weg die leidt tot een einde aan het geweld. Het kan niet anders of die weg is geplaveid met compromissen, met toenadering en met bereidheid tot overleg. De geschiedenis leert ons dat de momenten waarop verstand en verzoeningsbereidheid samenkomen kort en vluchtig zijn. Zo’n moment kan het nu zijn. Daarom moet er nu weer een begin gemaakt worden met onderhandelingen. In het belang van al die burgers, onschuldigen, mannen, vrouwen en kinderen, die dagelijks het slachtoffer zijn van aanhoudend geweld. In het belang van vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten. En in het belang van de toekomst van de staat Israel. Want die toekomst hangt in de eerste plaats af, niet van de banden met de Verenigde Staten of met Europa, maar van de plaats die Israel in de eigen regio inneemt. […]

Nu Saddam Hoesein in Irak het veld heeft geruimd en de voorwaarden voor democratische ontwikkelingen daar aanwezig zijn heeft Israël meer regionale armslag gekregen. En tegelijkertijd biedt de recente benoeming van Mahmoed Abbas als premier van de Palestijnse Autoriteit perspectief op versterking van de hervormingsgezinde krachten onder de Palestijnen. Aan Palestijnse zijde dient zich thans een partner aan waaraan het in Israelische ogen lange tijd heeft ontbroken. Bovendien is er sinds de overhandiging vorige week van de zogeheten ‘road map’ aan beide partijen een reëele mogelijkheid ontstaan voor de hervatting van het vredesproces. Ook de VS heeft zich hieraan duidelijk gecommitteerd. President Bush is, zo is mij vorige week in Washington verzekerd, daarin persoonlijk en direct geëngageerd.

Dames en heren, Israel maakt vijfenvijftig jaar na zijn oprichting geen gemakkelijke periode door. Maar de veerkracht van het Joodse volk, de wijsheid van zijn leiders en het geloof van ons allen in duurzame vrede zullen uiteindelijk de doorslag geven. David Ben Gurion zei ooit dat Israel een land is dat meer is gebouwd op een volk dan op een land. Ik denk dat Israel ook is gebouwd op hoop. Hoop op vrede, hoop op een welvarende toekomst en hoop op een goede relatie met al Israels buren. Die hoop èn de gemeenschapszin van het Joodse volk zullen ook in de toekomst voor Israel bepalend zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat daardoor ook het Midden-Oosten uiteindelijk de duurzame vrede zal kennen waarop wij allen zo vurig hopen.”