De kaart en het gebied: een geschiedenis van lijnen op kaartjes

De regering die binnenkort in Israel geïnstalleerd wordt, wil gelijk werk maken van het door de VS voorgestelde vredesplan en bijbehorende kaart. In het buitenland is het meest besproken punt van het regeerakkoord is de belofte de nederzettingen in Judea en Samaria als Israelisch grondgebied te erkennen, de nieuwste van vele pogingen om permanente grenzen vast te stellen voor de Staat.

Een geschiedenis van deals in kaartjes. Vlnr: De Groene Lijn (1949), gebied veroverd in 1967, de terugtrekking uit Sinaï (1979-82), Gebied A/B/C zoals bepaald bij de Osloakkoorden (1993-95), het vredesvoorstel van Ehud Barak (2000), dat van Olmert (2008) en dat van Trump (2020)

Het vredesplan van de Amerikaanse regering eerder dit jaar leidde tot veel discussie, en werd in zijn geheel afgewezen door de Palestijnen. Grote nederzettingenblokken op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, waar al honderdduizenden Israeli’s wonen, zouden officieel aan Israel toegekend worden. Bewoners van die nederzettingen en hun politieke bondgenoten zagen het voorstel als een unieke gelegenheid om nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever formeel bij de staat Israel in te lijven, met goedkeuring van Amerika. Al decennia wordt de kaart van Israel gewijzigd, om de ingewikkelde politieke werkelijkheid in het gebied weer te geven óf te veranderen. Iedere poging daartoe is zeer controversieel, en er zijn verschillende perspectieven binnen en buiten Israel over wat wenselijk en haalbaar is.

Deze kaart uit 1955 geeft de grenzen uit 1949 aan, de zogenaamde Groene Lijn. (Bron kaart: VN, via Wikimedia Commons)

1949: De Groene Lijn

Toen de Staat Israel in 1948 werd uitgeroepen, had deze zullen komen op het gebied dat aan de Joden toegekend was in het Verdelingsplan van de VN uit 1947. Dat is anders verlopen, doordat Israel onmiddellijk werd binnengevallen door al haar buurlanden, die het Verdelingsplan niet accepteerden.

De huidige ‘grens’ met de Palestijnse gebieden is de zogenaamde Groene Lijn: een momentopname van de situatie in 1949, toen Israel een wapenstilstand tekende met Egypte, Jordanië, Libanon en Syrië na een lange, bloedige Onafhankelijkheidsoorlog. Ter herinnering: de meeste onafhankelijkheidsoorlogen in de wereldgeschiedenis werden gevoerd door landen tegen hun voormalige overheerser. Israel is een zeldzaam exemplaar van een land dat zijn onafhankelijkheid gegund kreeg, om vervolgens door al zijn buurlanden aangevallen te worden. Met die buurlanden werd in 1949 een tijdelijk bestand gesloten.

Zoals het front er toen bij lag, werd een lijn in groene inkt getekend op een kaart tijdens onderhandelingen. Egypte, Syrië en Jordanië zelf benadrukten in de overeenkomst dat er geen sprake was van een permanente grens of blijvende vrede. Steden en dorpen zouden verdeeld blijven met prikkeldraad tot 1967, waaronder Jeruzalem, waar de Oude Stad en het oosten van de stad door Jordanië bezet werden. Mijnenvelden van tientallen meters breed ontstonden in de stad, op plekken waar een lijn op de kaart met de brede punt van een stomp potlood getekend was.

Deze lijn wordt vaak door de internationale gemeenschap als grens tussen Israel en ‘Palestina’ beschouwd, terwijl noch Israel, noch de Palestijnen, noch Israel’s buurlanden deze erkennen. De situatie van direct na de Onafhankelijkheidsoorlog in 1949 kon onmogelijk onveranderd blijven. De grenzen van toen waren en zijn slecht verdedigbaar. De heuvelachtige Westelijke Jordaanoever steekt uit boven de grote steden van de kustvlakte, omringt Jeruzalem en deelt het land bijna in tweeën: op zijn smalste punt was Israel slechts 14 kilometer breed. Wat nu de Palestijnse gebieden zijn, werden bestuurd door Egypte (Gaza) en Jordanië (Westelijke Jordaanoever). 

Een van de grootste bronnen van onenigheid in het Israelisch-Arabisch conflict is waar de grenzen anders moeten komen te liggen.

 

 

De gebieden veroverd door Israel in 1967 zijn groen. (Bron kaart: MidEastWeb for Coexistence)

1967: Territoriale uitbreiding

De Zesdaagse Oorlog in 1967 betekende het einde van de Groene Lijn als functionele grens. Egypte, Jordanië en Syrië bereidden een grootschalige aanval voor, om Israel eens en voor altijd van de kaart te vegen. Israel viel preventief aan, en na zes dagen wapperde de Israelische vlag van het Suezkanaal tot de Golanhoogte, en op heuveltoppen in Judea en Samaria. Jeruzalem werd herenigd. De grenzen werden fors uitgebreid naar goed verdedigbare stellingen: de bergen van de Golanhoogte, de Jordaanvallei, die een natuurlijke muur van meer dan 1000 meter hoog vormt langs de westoever van de Jordaan, en de bergachtige Sinaï-woestijn. Er ontstond vrijwel gelijk onenigheid over wat te doen met de terreinwinst.

In november 1967 stelde Resolutie 242 van de Veiligheidsraad dat Israel zich moest terugtrekken uit ‘gebieden veroverd in het recente conflict’ in ruil voor vrede. Of daarmee álle gebieden veroverd in 1967 bedoeld werden, is nu nog onderwerp van discussie. Er werd geen tijdschaal opgelegd voor deze terugtrekking.

De nieuw veroverde Westelijke Jordaanoever maakte deel uit van het Bijbelse koninkrijk Israel, en bevat heilige plaatsen voor het Jodendom zoals de Grot van de Patriarchen in Hebron. Vooral Hebron had tot 1948 een grote Joodse gemeenschap, die verdreven was. Ideologische pioniers, begonnen al snel met het bouwen en bewonen van nederzettingen in het gebied. Terwijl de regering van Israel indertijd aankondigde bereid te zijn het veroverde gebied terug te geven in ruil voor vrede, werden nederzettingen gebouwd en uitgebreid door mensen die de veroverde gebieden wilden behouden. Vrede bleef voorlopig uit.

In 1973 Egypte en Syrië nog een poging hun verloren gebieden te heroveren: de Jom Kippoeroorlog. Israel werd met een verrassingsaanval van alle kanten binnengevallen, maar won uiteindelijk, ten koste van veel geld en meer dan 2.500 doden. Israel moest honderden vliegtuigladingen oorlogsmaterieel laten invliegen vanuit Amerika, onder andere met politieke en logistieke steun vanuit Nederland. Arabische oliestaten boycotten het Westen in protest tegen deze steun, wat leidde tot een wereldwijde oliecrisis. Duidelijk werd dat Israel een duurzame vrede zou moeten sluiten met haar buurlanden, dat het land kwetsbaar was en op zijn hoede moest blijven. 

De terugtrekking van Israel uit Sinaï na de Camp Davidakkoorden in fases. (Bron kaart: Israelisch Ministerie van Buitenlandse Zaken)

1978-1982: Camp David (ronde I) 

Met maanden van vertrouwelijk overleg tussen Egyptische en Israelische diplomaten, werd in 1977 een basis gelegd voor samenwerking tussen Israel en Egypte. Egyptisch president Anwar Sadat bracht als eerste Arabische leider een staatsbezoek aan Israel. Amerikaans president Jimmy Carter moedigde het initiatief aan, en nodigde in 1978 Sadat en Israelisch premier Menachem Begin uit om op het presidentiële landgoed Camp David over vrede te onderhandelen.

Na een verblijf van zo’n twee weken wisten de leiders een deal te sluiten. Carter wilde graag dat er afspraken zouden komen over de Palestijnse gebieden, maar dat was voor Egypte en Israel geen prioriteit in het sluiten van vrede tussen hun twee landen. Israel zou zich uit het gehele schiereiland Sinaï terugtrekken in ruil voor vrede, in fases en volgens een duidelijk afgesproken tijdlijn. In 1979 tekenden Begin en Sadat een vredesverdrag, en Sinaï werd overhandigd volgens het plan.

Met 60.000 km2 woestijn werden luchtmachtbasissen, olievelden en de door Israel opgebouwde badplaats Sharm El Sheikh (voorheen bekend als Ofira) afgestaan in ruil voor vrede met Egypte. De groeiende nederzetting Yamit aan de Middellandse zee werd ontruimd en gesloopt. 

Anwar Sadat en Menachem Begin ontvingen in 1978 de Nobelprijs voor de Vrede. Uit wraak voor zijn deal met de Israeli’s werd Anwar Sadat in 1982 vermoord door leden van de Egyptische Islamitische Jihad.

Het Camp Davidakkoord werd de inspiratie voor het vredesverdrag tussen Israel en Jordanië in 1994, en de Osloakkoorden.

Kaart van Gebied A (geel), Gebied B (bruin) en Gebied C (blauw). Bron kaart: VN

1993-1995: Oslo

Na een periode van discrete toenadering tussen de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en Israel, volgde een geheim overleg in Oslo tussen onderhandelaars van beide partijen. Zij kwamen op een paar punten overeen. 

In 1993 erkende de PLO voor het eerst de staat Israel, en beloofde geen geweld meer te gebruiken. Israel erkende de PLO als vertegenwoordigster van het Palestijnse volk. Er werd de basis gelegd voor wat nu de PA is. Israelisch premier Jitschak Rabin, buitenland-minister Shimon Peres en PLO-leider Jasser Arafat ontvingen in 1994 voor de vrede.

In 1994 sloot Israel ook vrede met Jordanië. Jordanië deed officieel afstand van alle aanspraken op haar voormalige grondgebied op de Westelijke Jordaanoever.

In 1995 werden in Taba afspraken gemaakt over de indeling van het grondgebied. De Palestijnse gebieden werden verdeeld in Gebied A, Palestijnse steden onder Palestijns zelfbestuur, Gebied B, onder gedeeld beheer van de Palestijnen en de IDF, en Gebied C, dat volledig door Israel beheerd wordt.

De afspraken die gemaakt werden, waren bedoeld als basis voor verder overleg, waarbij de details in de loop van vijf jaar uitgewerkt zouden worden. Er werden geen plannen gemaakt voor een Palestijnse staat. Wel markeerden de Akkoorden het einde van de Eerste Intifada, een periode van protesten en terreuraanslagen van meer dan vijf jaar. 

Op 4 november 1995, slechts dagen na het ondertekenen van het akkoord in Taba, werd Rabin doodgeschoten door een Joodse extremist.

Het Israelische vredesvoorstel gedaan bij de onderhandelingen in 2000. Bron kaart: Arieli, S. (2000) “Camp David, 2000 – The Israeli Proposal.”

 

2000: Camp David (ronde II)

In 2000 onderhandelden Israelisch premier Ehud Barak en Jasser Arafat twee weken in Camp David, op uitnodiging van Amerikaans president Bill Clinton. Barak bood Arafat een Palestijnse staat aan op 73% van de Westelijke Jordaanoever en 100% van de Gazastrook (lichtgroen op kaart). Israel zou de grootste nederzettingen annexeren, evenals een strook langs de grens met Jordanië. Na 10 tot 25 jaar zou meer land worden overgedragen aan de nieuw te vormen Palestijnse staat (donkergroen op kaart).

Arafat verwierp het voorstel. Hij eiste een volledige terugtrekking door Israel naar de Groene Lijn, en een Recht op Terugkeer naar Israel voor Palestijnse vluchtelingen uit 1948 en hun afstammelingen. Kort na het mislukken van de onderhandelingen, riep Arafat op 28 september 2000 de Tweede Intifada uit: een golf van terreuraanslagen die meer dan 1100 Israeli’s het leven kostte.

Israelische nederzettingen in Gaza (blauw) vlak voor ontruiming in 2005. (Wikimedia Commons)

2005: Eenzijdige terugtrekking

De Tweede Intifada werd langzaam bedwongen met de bouw van de controversiële veiligheidsbarrière. In augustus 2005 ontruimde Israel 21 nederzettingen op de Gazastrook, en trok het leger terug uit het gebied.  Zo’n 7.000 Israeli’s werden uit hun huizen gezet door de IDF. De gehele Gazastrook werd overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit.

Na de Palestijnse verkiezingen van 2006 ontstond een machtsstrijd in de Palestijnse gebieden. Hamas nam de gehele Gazastrook over, en gebruikte haar nieuwe territorium als basis voor hun terroristische activiteiten. Sinds 2007 zijn duizenden raketten vanuit de Gazastrook op Israelische burgers afgeschoten.

De geschiedenis van Gaza dient voor veel Israeli’s als waarschuwing tegen het geheel ontruimen van Palestijnse gebieden. Als Hamas de gehele Westelijke Jordaanoever op dergelijke wijze zou overnemen, zou dat rampzalig zijn.

 

 

 

De kaart die Olmert voorlegde aan Abbas in 2008. (Haaretz)

2008: Olmert en de pentekening van Abbas

Tijdens een privégesprek in 2008 met PA-president Mahmoud Abbas deed Ehud Olmert een opmerkelijk en riant voorstel. Hij toonde zijn Palestijnse tegenhanger een officieuze kaart, zoals hiernaast gereproduceerd. Israel zou zo’n 93% van de Westelijke Jordaanoever (geel op de kaart) overdragen aan een toekomstige Palestijnse staat, en alleen de grotere nederzettingen dichtbij de Groene Lijn behouden. Hiervoor zouden stukken Israelisch grondgebied worden onderdeel worden van de Palestijnse staat ter compensatie (in het rood). 

De kaart van Olmert, zoals nagetekend door Abbas (Walla News)

Als onderdeel van geheime onderhandelingen, wilde Olmert de concept-kaart niet zomaar meegeven aan Abbas. Deze tekende nog de kaart met de hand na op zijn kantoor, maar wees het voorstel af.

Na een forse escalatie van geweld en rakettenregens vanuit Gaza en de daaropvolgende Israëlische Operatie Gegoten Lood in december 2008, werden de onderhandelingen afgebroken.

 

Het Amerikaanse vredesplan uit januari 2020, volgens Trump zelf de ‘Deal van de Eeuw’

2020: ‘Deal van de Eeuw’

In januari 2020 presenteerde de Amerikaanse regering de ‘Deal van de Eeuw’: het eerste vredesplan voor de regio dat zelf een kaart bevatte. Israel zou de Israelische nederzettingen annexeren, en de Palestijnen zouden een eigen staat krijgen op de Westelijke Jordaanoever. Stukken land nabij de Egyptische grens zouden in ruil komen voor de stukken grond geannexeerd door Israel.

Het plan stuitte op felle internationale en binnenlandse kritiek, wegens de voorgestelde annexatie door Israel. Ook waren er protesten van nederzettingbewoners tegen het voorstel een Palestijnse staat te creëren. 

Naar aanleiding van dit vredesplan heeft premier Netanyahu beloofd de Israelische soevereiniteit uit te breiden. Op welke manier dat in zijn werk zou gaan, is nog onduidelijk. Vermoedelijk is dit besproken tijdens het bliksembezoek van Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo afgelopen woensdag. Ook de Amerikaanse regering ziet graag dat haar plan uitgevoerd wordt, maar binnen Israel is er ook veel politieke weerstand tegen. De meerderheid van de Israelische bevolking is geen voorstander van annexatie.

CIDI is voorstander van een levensvatbare, onafhankelijke Palestijnse staat naast een Israel met veilige en erkende grenzen. De door de Amerikanen voorgestelde staat in de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook, met grenscorrecties, doet recht aan de Palestijnse nationale aspiraties en geeft hen de kans verantwoordelijk te zijn voor hun eigen bestuur. Een dergelijke staat moet echter het resultaat zijn van onderhandelingen tussen de partijen. Lees hier CIDI’s reactie.