De kritische vriendschap van Nederland voor Israel

Kabinet Kok 1994-1998

Om het Nederlandse beleid te beoordelen is het niet genoeg om naar de verkiezingsprogramma’s te kijken. Vandaar dat we in deze Israel Nieuwsbrief verkiezingsspecial ook stilstaan bij het beleid van de regering Kok jegens Israel over de afgelopen vier jaar. Over het algemeen hielden de goede relaties, die er tussen Nederland en Israel bestaan, stand.

Koningin Beatrix

Voor het eerst bracht koningin Beatrix een staatsbezoek aan Israel. Ze prikte daarbij de mythe door over de heldhaftigheid van het Nederlandse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens dit bezoek ontmoette minister Van Mierlo op 28 maart 1995 in het diepste geheim Feisal Hoesseini in Aboe Tor in Jeruzalem. Een dag later had Van Mierlo een privé-ontmoeting met PLO-leider Jasser Arafat. Ruim een half jaar later, op 22 en 23 november, bracht Arafat (in Nederland op uitnodiging van het Global Panel) een tegenbezoek en voerde op het Catshuis besprekingen met premier Kok en minister Van Mierlo over economische steun aan de Palestijnen.

Een paar maanden later joeg Van Mierlo iedereen tegen zich in het harnas met zijn voorgenomen bezoek aan Oriënt Huis, het PLO-kantoor in Oost-Jeruzalem. CIDI schreef een protestbrief aan de minister en vroeg hem de goede betrekkingen tussen Nederland en Israel niet op het spel te zetten. Maar ondanks de kritiek, ook uit de Tweede Kamer, zette de minister door, al benadrukte hij dat zijn bezoek "geen erkenning betekent van welke Palestijnse aanspraak dan ook op Oost-Jeruzalem".

Tijdens het bezoek, half januari, tekenden Nederland en Israel overeenkomsten voor nauwere samenwerking op het gebied van transport, energie en kustontwikkeling. Twee maanden ervoor waren minister Van Mierlo en premier Kok samen met konigin Beatrix ook al in Israel geweest. Het was om premier Rabin, vermoord door een Joodse terrorist, de laatste eer te bewijzen.

Na de terroristische zelfmoordaanslagen door moslim-fundamentalisten in Israel begin maart 1996 waarbij tientallen doden vielen, had de Joodse gemeenschap, waaronder CIDI, op 7 maart een gesprek met de minister van Buitenlandse Zaken. Daarbij werd de minister gevraagd op de EU-bijeenkomst in Palermo van 9 maart stappen tegen het terrorisme van Hamas en de Islamitische Jihad aan de orde te stellen.

Europese Unie

De eerste helft van 1997 vervulde minister Van Mierlo het voorzitterschap van de EU. In deze periode (26 maart 1997) keurde de Tweede Kamer het associatieverdrag van de EU met Israel goed. Ook rond deze tijd bezocht premier Netanjahoe Nederland (april). De Israelische premier noemde het bezoek bilateraal en zei dat het bedoeld was om de economische relaties te versterken. Volgens premier Kok en minister Van Mierlo was het doel toch vooral de situatie in het Midden-Oosten te bespreken. Zij coördineerden het gesprek nauw met Washington en lichtten daarna spoorslags Jasser Arafat in over het besprokene.

Minister Van Mierlo boekte als EU-voorzitter succes met de doorgang van de Euro-Med-conferentie, in het voorjaar op Malta. De Eurotop, die in juni plaatsvond in Amsterdam, produceerde een verklaring inzake het Midden-Oosten die door officiële Israelische woordvoerders "evenwichtiger dan de vorige" werd genoemd.

Herijkingsnota

Eind oktober 1997 vond de behandeling in de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken plaats van de 46-pagina dikke herijkingsnota. Minister Van Mierlo deelde bij die gelegenheid mee dat het handvest van de PLO herroepen was en dat de vernietiging van Israel er niet langer het doel van was. De realiteit is echter dat volstrekt onduidelijk is welke handvest-artikelen zijn ingetrokken.

De regering gaat in de nota, die overigens ook al Israels buurlanden en de Palestijnse Autoriteit betreft, uit van vijf beleidspunten: 1. Een alomvattende, rechtvaardige en duurzame vrede. 2. Een evenwichtige sociaal-economische ontwikkeling van de regio. 3. Respect voor de mensenrechten, democratisering en behoorlijk bestuur. 4. Bevordering van culturele uitwisseling. 5. Een goede positionering van het bedrijfsleven.

Uit de nota blijkt vooral dat van een eigen Nederlands beleid praktisch geen sprake meer is. Het buitenlands beleid is Europees beleid, en dat is weer complementair aan het Amerikaanse.

Palestijnse gebieden

Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking gaf vorm aan de economische ondersteuning van het vredesproces tussen Israel en de Palestijnen. Naast de financiële bijdragen in EU-verband regelde hij extra giften; voor voedselhulp (maart 1996), voor het lege Holst-fonds, voor uitbetaling van de salarissen van politieagenten (juni 1996) en ook in de vorm van twee Fokker-50 vliegtuigen (januari 1996) en 70 bussen.

Palestijnse politieofficieren kwamen in maart 1996 voor een vierweekse training in geweldloze conflictbeheersing naar Nederland. Het departement van ontwikkelingssamenwerking organiseerde en financierde in september 1997 in Jeruzalem een vrouwencongres "over het bevorderen van het vredesproces" waar Jan Pronk te gast was.

Pronk bezocht Gaza in november 1995 en besprak met Arafat Nederlandse hulp bij de bouw van een haven. Tijdens een bezoek in februari 1996 aan Gaza verweet minister Pronk Israel het vredesproces in gevaar te brengen en zich niet aan de afspraken van Oslo te houden. Ook zei de minister dat Israel obstakels opwerpt om de ontwikkeling van de Palestijnse economie tegen te werken.

Kamerleden van RPF, CDA en VVD voelden minister Pronk in oktober 1997 aan de tand over over de bijdragen van zijn departement voor het Palestijnse onderwijs.

Defensie

In juli 1995 bracht chef Defensiestaf Van den Breemen een officeel bezoek aan Israel. Hij kondigde bij die gelegenheid aan dat het Nederlandse en Israelische leger op operationeel gebied nauwer en gestructureerder zouden gaan samenwerken.

In maart 1997 waren leden van de defensiecommissie van de Tweede Kamer op werkbezoek in Israel. Zij hadden een ontmoeting met de Israelische minister van Defensie Mordechai en bekeken defensieprojecten. Twee maanden later werd bekend gemaakt dat de koninklijke landmacht met Israelisch materieel zal gaan werken. Daartoe werd een contract ter waarde van 55 miljoen gulden gesloten voor de levering van zeer geavanceerde navigatie- en controlesystemen voor de artillerie.